EMOTIES EN ANGST
A. EMOTIONELE ONTWIKKELING
Wat zijn emoties?
(innerlijke beleving of gevoel)
Reactie van onze hersenen op gebeurtenissen
Emoties worden opgeroepen door:
− Het waarnemen v. externe gebeurtenissen
− Zien van lichamelijke verschijnselen v. emoties bij anderen
− Eigen gedachten of fantasie
− Stemming
Meestal spontaan
Vroegere theorieën
□ James-Lange theorie
− = lichamelijke reactie emoties
− Bv.: “We zijn bedroefd omdat wij huilen”/” We zijn bang omdat wij
weglopen”
□ Cannon-Bard theorie
− = emotie en lichamelijke reactie gelijktijdig
− Bv.: “Ik ben bang. Ik begin te transpireren”
□ Lazarus-Zajonc debat
− Rol van cognitie: zijn emoties en cognitie afhankelijk?
− Cognitieve appraisals (=waardering): primair – secundair
Moderne emotie-onderzoekers: hersenfuncties en emoties
□ Verwerking v. emotionele prikkels in een complex netwerk in de hersenen
− Limbisch systeem
− Orbitofrontale cortex
□ Damasio: somatische bestempelingshypothese:
− Complexe affectieve beslissingen worden snel genomen
LT en KT beslissingen worden tegen elkaar afgewogen
− Rol van hogere denkstructuren
Dorsolaterale frontale cortex, orbitofrontale cortex en
somatosensorische cortex
werken samen wanneer we KT en LT gevolgen afwegen
Vaak enkel gevoelsmatig: een eerdere situatie is bestempeld en
beïnvloed de nieuwe situatie
□ Rol van neurotransmittors
− Voorbeeld 1: Chronisch ↓ noradrenaline en serotonine
neerslachtige stemming
− Voorbeeld 2: Dopamine versterkt het proces van beloning
□ Evaluatie v.e. affectieve prikkel (amygdale) gelijktijdig met:
− Autonoom-fysiologische reactie (hypothalamus)
− Subjectieve gevoelens (orbitofrontale cortex)
− Terugkoppeling v. perifere fysiologische reacties naar deze hersencentra
□ Moderne theorieën hebben vroegere theorieën geïntegreerd
Bv.: parallel-hiërarchisch model
EMOTIES EN ANGST 1
, DUS: emoties bestaan uit:
□ Fysiologische responsen
□ Subjectieve gevoelens
□ Gevoelsgerelateerde cognities
□ Verlangen om actie te ondernemen
Emoties ≠ gevoel
□ Emotie wordt voornamelijk gereguleerd door het limbisch systeem
□ Gevoel worden voornamelijk gereguleerd door het prefrontale systeem
Basis- en complexere emoties
Emoties zijn geen passieve belevingen
Emoties geven aanleiding tot actietendensen: drijfveren om doel te bereiken:
□ Bereiken van doel gaat gepaard met blijdschap
□ Niet bereiken van doel gaat gepaard met frustratie en teleurstelling
Basisemoties
“basis” = “basaal” = “primair” = “lager”
Universeel en aangeboren
Amygdala en hypothalamus
De expressie van basisemoties blijkt vanaf babytijd en in verschillende
culturen gelijk te zijn
6 basisemoties:
□ Vreugde
□ Verdriet
□ Woede
□ Angst
□ Afschuw/walging
□ Verbazing
Ook bij dieren
Basisemoties zijn combinaties v. 2 dimensies
□ Valentie
− Prettig vs. onprettig
− Wel/niet beloning/straf (Rolls)
□ Intensiteit (arousal)
− Meer en mindere mate v. emotie
Basisemoties zijn:
□ Automatisch en onbewust
□ Door prikkels uit de buitenwereld opgeroepen
□ Vanuit evolutionair perspectief: snelle reacties op biologische relevante
prikkels, belangrijk voor overleving
Complexe emoties
“complex” = “secundair” = “hoger”
Bewuste beleving gevoelens
Een meer complex circuit (vnl. orbitofrontale cortex) (Damasio)
Uiten v. gevoelens in een sociale context is medeafhankelijk v. bepaalde regels
die cultuurbepaald zijn
Secundaire emoties zijn sterker afhankelijk v. omgevingsinvloeden en cultuur
dan de primaire
Emotionele intelligentie
EMOTIES EN ANGST 2
A. EMOTIONELE ONTWIKKELING
Wat zijn emoties?
(innerlijke beleving of gevoel)
Reactie van onze hersenen op gebeurtenissen
Emoties worden opgeroepen door:
− Het waarnemen v. externe gebeurtenissen
− Zien van lichamelijke verschijnselen v. emoties bij anderen
− Eigen gedachten of fantasie
− Stemming
Meestal spontaan
Vroegere theorieën
□ James-Lange theorie
− = lichamelijke reactie emoties
− Bv.: “We zijn bedroefd omdat wij huilen”/” We zijn bang omdat wij
weglopen”
□ Cannon-Bard theorie
− = emotie en lichamelijke reactie gelijktijdig
− Bv.: “Ik ben bang. Ik begin te transpireren”
□ Lazarus-Zajonc debat
− Rol van cognitie: zijn emoties en cognitie afhankelijk?
− Cognitieve appraisals (=waardering): primair – secundair
Moderne emotie-onderzoekers: hersenfuncties en emoties
□ Verwerking v. emotionele prikkels in een complex netwerk in de hersenen
− Limbisch systeem
− Orbitofrontale cortex
□ Damasio: somatische bestempelingshypothese:
− Complexe affectieve beslissingen worden snel genomen
LT en KT beslissingen worden tegen elkaar afgewogen
− Rol van hogere denkstructuren
Dorsolaterale frontale cortex, orbitofrontale cortex en
somatosensorische cortex
werken samen wanneer we KT en LT gevolgen afwegen
Vaak enkel gevoelsmatig: een eerdere situatie is bestempeld en
beïnvloed de nieuwe situatie
□ Rol van neurotransmittors
− Voorbeeld 1: Chronisch ↓ noradrenaline en serotonine
neerslachtige stemming
− Voorbeeld 2: Dopamine versterkt het proces van beloning
□ Evaluatie v.e. affectieve prikkel (amygdale) gelijktijdig met:
− Autonoom-fysiologische reactie (hypothalamus)
− Subjectieve gevoelens (orbitofrontale cortex)
− Terugkoppeling v. perifere fysiologische reacties naar deze hersencentra
□ Moderne theorieën hebben vroegere theorieën geïntegreerd
Bv.: parallel-hiërarchisch model
EMOTIES EN ANGST 1
, DUS: emoties bestaan uit:
□ Fysiologische responsen
□ Subjectieve gevoelens
□ Gevoelsgerelateerde cognities
□ Verlangen om actie te ondernemen
Emoties ≠ gevoel
□ Emotie wordt voornamelijk gereguleerd door het limbisch systeem
□ Gevoel worden voornamelijk gereguleerd door het prefrontale systeem
Basis- en complexere emoties
Emoties zijn geen passieve belevingen
Emoties geven aanleiding tot actietendensen: drijfveren om doel te bereiken:
□ Bereiken van doel gaat gepaard met blijdschap
□ Niet bereiken van doel gaat gepaard met frustratie en teleurstelling
Basisemoties
“basis” = “basaal” = “primair” = “lager”
Universeel en aangeboren
Amygdala en hypothalamus
De expressie van basisemoties blijkt vanaf babytijd en in verschillende
culturen gelijk te zijn
6 basisemoties:
□ Vreugde
□ Verdriet
□ Woede
□ Angst
□ Afschuw/walging
□ Verbazing
Ook bij dieren
Basisemoties zijn combinaties v. 2 dimensies
□ Valentie
− Prettig vs. onprettig
− Wel/niet beloning/straf (Rolls)
□ Intensiteit (arousal)
− Meer en mindere mate v. emotie
Basisemoties zijn:
□ Automatisch en onbewust
□ Door prikkels uit de buitenwereld opgeroepen
□ Vanuit evolutionair perspectief: snelle reacties op biologische relevante
prikkels, belangrijk voor overleving
Complexe emoties
“complex” = “secundair” = “hoger”
Bewuste beleving gevoelens
Een meer complex circuit (vnl. orbitofrontale cortex) (Damasio)
Uiten v. gevoelens in een sociale context is medeafhankelijk v. bepaalde regels
die cultuurbepaald zijn
Secundaire emoties zijn sterker afhankelijk v. omgevingsinvloeden en cultuur
dan de primaire
Emotionele intelligentie
EMOTIES EN ANGST 2