Cognitieve ontwikkeling
1) Theorie v. Piaget
2) Informatieverwerkingstheorie
3) Zone v. naaste ontwikkeling – Vyogotsky
4) Schoolrijpheid – schoolbereidheid
Theorie v. Piaget
Kennis is het resultaat v. direct motorisch gedrag: kinderen leren door te doen
(exploreren)
Stadiamodel:
(1) SENSORIMOTOR (geboorte – 2jaar )
(2) PROPERATIONA ( 2 jaar tot 7 jaar )
(3) CONCRETE OPERATIONAL ( 7 jaar tot 11 jaar)
(4) FORMAL OPERATIONAL (11 jaar tot volw. )
Kind ontwikkeld per stadium
Het ene stadium moet eerst doorlopen worden, voor men kan overgaan naar
het volgende
Schema’s:
□ Mentale structuren over hoe wij de wereld zien
□ Veranderen als een kind zich mentaal ontwikkelt
Adaptatie:
□ Kinderen bouwen schema’s door directe interactie met de omgeving
□ Bestaat uit 2 complementaire activiteiten:
− Assimilatie
− Accommodatie
Assimilatie:
□ Stimulus wordt geïnterpreteerd i.f.v. bestaande gedachtepatronen
□ We gebruiken bestaande schem’s om de externe wereld te begrijpen
Accommodatie:
□ Veranderingen in bestaande manier v. denken of gedrag in reactie op
ontmoetingen met nieuwe gebeurtenissen
□ Creëren v. nieuwe schema’s
COGNITIEVE ONTWIKKELING 1
, Stadia
1) SENSO-MOTORISCHE PERIODE (geboorte tot 2 jaar)
6 substadia
Het kind wordt motorisch steeds vaardiger en weet om te gaan met zintuiglijke
(sensorisch) waarneembare omgeving
Nog geen echte interne denkactiviteit
Substadium 1: eenvoudige refl exen (<1 maand)
Uitgelokt door een prikkel, verlopen zeer stereotiep
Reflexen bepalen de aard v.d. interactie met de wereld
Combinaties v. reflexen is mogelijk
Veranderingen in reflexen als gevolg v. wijzigende ervaringen met de
buitenwereld
Bv.: zuigreflex, imiteren v. gezichtsuitdrukkingen,…
Substadium 2: eerste gewoonten en primaire circulaire reacties
(1-4 maanden)
Afzonderlijke acties worden geïntegreerde activiteiten
(Bv.: baby grijpt naar object en zuigt er tezelfdertijd aan)
Ontwikkeling v. cognitieve schema’s via proces v. circulaire reacties
Primair circulaire reacties: omdat ze leuk zijn
□ Primair: gericht op het lichaam v.d. baby
□ Circulair: herhalen v. activiteit
(Bv.: duimzuigen)
Substadium 3: secundaire circulaire reacties (4-8 maanden)
Schema’s wijzigen door secundaire circulaire reacties
□ Secundair: gericht op de omgeving
□ Circulair: herhalen
(Bv.: rammelaar in wieg oppakken en op verschillende manieren schudden
Belangrijke secundaire circulaire reactie: vocalisatie
Substadium 4 : coördinatie v. secundaire circulaire reacties (8-12
maanden)
Combineren en coördineren v. verschillende schema’s
(Bv.: een speeltje wegduwen om een ander te kunnen pakken)
Ontwikkeling v. intentioneel (doelgericht) gedrag
Objectpermanentie
= besef dat mensen en objecten niet ophouden te bestaan ook al zijn ze
onzichtbaar
Substadium 5: tertiaire circulaire reacties (12-18maanden)
Tertiaire circulaire reacties
(Bv.: Kind laat speelgoedje steeds vanuit andere positie op de grond vallen en kijkt
aandachtig, aandacht voor de consequenties v. die wijziging)
Doelbewuste variaties v. acties om gewenste resultaat te bereiken: mini-
experimenten
(niet alleen meer om genot)
COGNITIEVE ONTWIKKELING 2
1) Theorie v. Piaget
2) Informatieverwerkingstheorie
3) Zone v. naaste ontwikkeling – Vyogotsky
4) Schoolrijpheid – schoolbereidheid
Theorie v. Piaget
Kennis is het resultaat v. direct motorisch gedrag: kinderen leren door te doen
(exploreren)
Stadiamodel:
(1) SENSORIMOTOR (geboorte – 2jaar )
(2) PROPERATIONA ( 2 jaar tot 7 jaar )
(3) CONCRETE OPERATIONAL ( 7 jaar tot 11 jaar)
(4) FORMAL OPERATIONAL (11 jaar tot volw. )
Kind ontwikkeld per stadium
Het ene stadium moet eerst doorlopen worden, voor men kan overgaan naar
het volgende
Schema’s:
□ Mentale structuren over hoe wij de wereld zien
□ Veranderen als een kind zich mentaal ontwikkelt
Adaptatie:
□ Kinderen bouwen schema’s door directe interactie met de omgeving
□ Bestaat uit 2 complementaire activiteiten:
− Assimilatie
− Accommodatie
Assimilatie:
□ Stimulus wordt geïnterpreteerd i.f.v. bestaande gedachtepatronen
□ We gebruiken bestaande schem’s om de externe wereld te begrijpen
Accommodatie:
□ Veranderingen in bestaande manier v. denken of gedrag in reactie op
ontmoetingen met nieuwe gebeurtenissen
□ Creëren v. nieuwe schema’s
COGNITIEVE ONTWIKKELING 1
, Stadia
1) SENSO-MOTORISCHE PERIODE (geboorte tot 2 jaar)
6 substadia
Het kind wordt motorisch steeds vaardiger en weet om te gaan met zintuiglijke
(sensorisch) waarneembare omgeving
Nog geen echte interne denkactiviteit
Substadium 1: eenvoudige refl exen (<1 maand)
Uitgelokt door een prikkel, verlopen zeer stereotiep
Reflexen bepalen de aard v.d. interactie met de wereld
Combinaties v. reflexen is mogelijk
Veranderingen in reflexen als gevolg v. wijzigende ervaringen met de
buitenwereld
Bv.: zuigreflex, imiteren v. gezichtsuitdrukkingen,…
Substadium 2: eerste gewoonten en primaire circulaire reacties
(1-4 maanden)
Afzonderlijke acties worden geïntegreerde activiteiten
(Bv.: baby grijpt naar object en zuigt er tezelfdertijd aan)
Ontwikkeling v. cognitieve schema’s via proces v. circulaire reacties
Primair circulaire reacties: omdat ze leuk zijn
□ Primair: gericht op het lichaam v.d. baby
□ Circulair: herhalen v. activiteit
(Bv.: duimzuigen)
Substadium 3: secundaire circulaire reacties (4-8 maanden)
Schema’s wijzigen door secundaire circulaire reacties
□ Secundair: gericht op de omgeving
□ Circulair: herhalen
(Bv.: rammelaar in wieg oppakken en op verschillende manieren schudden
Belangrijke secundaire circulaire reactie: vocalisatie
Substadium 4 : coördinatie v. secundaire circulaire reacties (8-12
maanden)
Combineren en coördineren v. verschillende schema’s
(Bv.: een speeltje wegduwen om een ander te kunnen pakken)
Ontwikkeling v. intentioneel (doelgericht) gedrag
Objectpermanentie
= besef dat mensen en objecten niet ophouden te bestaan ook al zijn ze
onzichtbaar
Substadium 5: tertiaire circulaire reacties (12-18maanden)
Tertiaire circulaire reacties
(Bv.: Kind laat speelgoedje steeds vanuit andere positie op de grond vallen en kijkt
aandachtig, aandacht voor de consequenties v. die wijziging)
Doelbewuste variaties v. acties om gewenste resultaat te bereiken: mini-
experimenten
(niet alleen meer om genot)
COGNITIEVE ONTWIKKELING 2