Samenvatting Ontwikkelingspsychologie
Emotionele ontwikkeling:
Behavioristische visie ziet ontwikkeling van emoties sterk gelinkt aan conditioneringsproces,
paar emoties aangeboren, merendeel via conditionering
Cognivistische visie plaats voor belang van behoeften en verlangens in ontstaan van emoties
Beschrijving van structuur van emotionele ontwikkeling:
Socio-emotionele ontwikkeling wordt gezegd
Emotionele ontwikkeling bestaat uit:
o Evolutie van eigen emoties
o Inzicht in emoties van anderen
Beide factoren noodzakelijk om tot gezonde ontwikkeling te komen
Sociale omgeving sterke invloed op ontwikkeling van beide factoren
Evolutie van eigen emoties:
Zelfbewustzijn:
Zuigeling:
o Geen onderscheid tussen zichzelf en buitenwereld
o Erg op zichzelf gericht, gevoelig voor omgeving
o Gevoel is voornamelijk opwinding, ontstaat door senso-motorische ervaringen die
meestal door lust of onlust gekleurd worden
o Na 2 maanden gevoelens duurzamer en spreken van stemmingen die kunnen
variëren tussen opgeruimdheid en neerslachtigheid
o Na 3 maanden zintuigen zodanig ontwikkeld dat baby op ontdekking gaat in
buitenwereld, kijken, grijpen, luisteren, proeven
o Effectief leven vaak lustvol gekleurd, 3 drijfveren:
Genotsdrang: lust wordt herhaald, onlust vermeden
Sensatiedrang: kijken en (mond)voelen
Activiteitsdrang: speldrang, nabootsingsdrang
o 6 maanden baby bewuster van andere mensen en in hun buurt vertoeven, meer
gedifferentieerde gevoelens ervaren
o Kijken naar gevoelsuitdrukkingen leidt volgens onderzoek van Grossman, Striano en
Friederici tot hersengolven die gelijken op die wanneer volwassenen
gezichtsuitdrukkingen opvangen
o 1 jaar kind vrij goed bepaalde gevoelens uitdrukken via lichamelijkheid, huilen,
lachen, gebrek aan eetlust, rumoerigheid
o Peuter stapt, dingen gewild grijpen en hanteren en wil deelnemen aan sociaal leven,
meespelen met anderen
o Differentiatie in gevoelens, verwondering, twijfel, sympathie, jaloersheid, schaamte
o Zelfbewustzijn komt tot ontwikkeling, koppig tonen, agressief, brutaal, evengoed
affectie
De kleuter:
o Einde van peuterfase onderscheid tussen ik en niet-ik, consequenties voor gevoelens
over eigen bezit en van anderen, ook eigenmachtsgevoel
, o Alle gevoelens geconcentreerd op eigen ik en egocentrisme wordt bijzonder
kenmerk, ziet zichzelf als middelpunt van wereld
o Zoals hij voelt en denk doen anderen dat ook
o Kind naar school gaat sprake van nieuwe situatie, geconfronteerd met 20 à 30
andere kinderen
o Meer gedwongen om te leren omgaan met kinderen van zeer uiteenlopende aard,
afkomst, cultuur
o Woord van kleuterleidster voor heilig genomen, juf is buiten gezin eerste volwassene
die belangrijke rol speelt, waar ze zich aan hechten
o Vertrouwensfiguur voor kinderen en merkt als eerste op wanneer iets scheelt
o In deze periode behoefte aan contact met leeftijdsgenoten
o Beginnend empathisch vermogen , wel elkaars gedrag beïnvloeden, actie en reactie
bepalen gedrag in toekomst
o Rond 3 à 4 jaar prestatiegericht gedrag, prestaties vergelijken met die van anderen
en gestimuleerd om beter te doen, meer initiatieven nemen
o Meisje goedkeuring en lof horen, jongen staat prestatie centraal
o Opgavenbewustzijn verwerven, leren onderscheid maken tussen wat ze willen
bereiken en wat ze verwachten te bereiken, eigen mogelijkheden niet juist
inschatten
Het lagere schoolkind:
o Lezen en schrijven vaardigheden waarbij men beoordeeld wordt op kunnen en niet
alleen op inzet
o Eigen prestaties beoordelen waardoor nieuwe reeks van gevoelens ontstaat
o Gevoelens over zichzelf zoals meer- of minderwaardigheidsgevoel, schuldgevoelens,
spijt en schaamte
o Zelfwaardegevoel sterk verbonden met prestaties en wat buitenwereld denkt, zeer
gevoelig voor positieve en negatieve opmerkingen over zichzelf, wat ze doen of hun
milieu
o Vergelijking met anderen leidt tot gevoelens over anderen zoals bewondering, spot,
leedvermaak en ijverzucht
o Uitbreiding van sociale gevoelens en ontstaan van morele gevoelens
o Gevoelens komen meer samen voor ook al zijn ze tegenstrijdig, stemmingen wisselen
makkelijk maar worden duurzamer
o Gevoelens bij lagere schoolkind nog weinig diepgang
o Naast aangeboren temperament, sociale wereld belangrijke functie in ontstaan van
emoties
Emotionele zelfregulatie:
Strategieën die we gebruiken om onze emoties aan te passen tot comfortabele intensiteit
zodat we onze doelen kunnen bereiken
Prefrontale hersenschors speelt belangrijke rol in vaardigheid om emoties te controleren
Kleuters ontdekken dat ze iets anders doen om tot andere gevoelens te komen, ontwikkeling
van taal en die leren gebruiken is ook belangrijke factor
Lagere schoolkind in staat onderscheid te maken tussen probleemgerichte coping en
emotiegerichte coping, wanneer ze ervaren dat situatie die onaangenaam is veranderbaar is
zullen ze dit aanpakken
, Gevoel weinig te kunnen veranderen aan situatie, laat kind zichzelf toe emoties die daarbij
horen te ervaren
Rond 12 jaar periode van synaptische groei in prefrontale hersenzone belangrijk om
emoties te controleren
Rond 17 jaar opnieuw periode van synaptogenese in temporale hersenzone meer
verbanden gelegd in taalgebied waardoor adolescent in staat is complexe emoties om te
zetten in taal
Evolutie van inzicht in emoties van anderen:
Temperament:
o Aangeboren tendens om op prikkels te reageren, zowel van binnen als buitenuit
o Hoe hevig prikkels zijn en hoe hevig daarmee omgegaan wordt is temperament en
geeft aan hoe hevig emoties zullen voelen of erop reageren
o Gerichtheid op prikkel van buitenaf is noodzakelijk om signalen van andere mensen
op te vangen en daar op te reageren
Social referencing:
o Baby zoekt in ontdekkingstocht vaak steun bij volwassenen, fysieke nabijheid
o Als baby non-verbale signalen van anderen begrijpt gaat baby in onzekere situaties
steun zoeken door te kijken naar ouders of opvoedingsfiguur
o Social referencing doelbewust zoeken naar informatie over gevoelens van
anderen om onduidelijke omstandigheden en gebeurtenissen te kunnen plaatsen
o Nog niet duidelijk of social referencing mogelijk is doordat baby’s dezelfde emoties
gaan ervaren als gezichtsuitdrukking die ze waarnemen of enkel nodige informatie
haalt uit deze gezichtsuitdrukking
Empathie:
Empathie emotionele respons die correspondeert met gevoelens van andere persoon
Hoffman onderscheidt van begrip empathie een toestand van empathisch onbehagen die aan
echte empathische, emotionele respons voorafgaat
Getuige van situatie die voor ander pijnlijk, gênant, eng is zal je zelf gevoel van onbehagen
ervaren empathic distress
Baby’s ervaren al empathic distress wanneer iemand in de buurt negatieve gevoelens uit,
reactie op eigen gevoel en geen emotionele respons aanzien van de ander
Volgende stap in ontwikkeling is beginnen in te zien dat anderen gedrag kunnen stellen met
bepaald doel voor ogen bv: oma smeert boterhammen om die op te eten
Op tweejarige leeftijd beginnen kinderen eerste sporen van empathie te vertonen
Spiegelneuronen:
Zenuwcellen die verspreid door de gehele hersenen liggen, vooral in motorische gebieden
van frontaalkwabben
Ontdekt door onderzoek naar hersenactiviteit bij apen, onderzoeker nam rozijnen als
beloning voor aap, motorische cellen van aap oplichten alsof ze dezelfde beweging maakten
als onderzoeker , cellen spiegelden handeling
Als we iemand bepaalde handeling zien uitvoeren, spiegelneuronen alsof ze zelf handeling
verrichten
Voornamelijk in motorische hersenzone, ook verbonden met emotionele schakelingen in
hersenen
, Emoties van anderen in onze hersenen weerspiegelen
Theory of mind and role taking:
Theory of mind besef dat anderen opvattingen, verlangens en emoties kunnen hebben die
verschillen van jezelf, cognitieve vaardigheid stelt in staat te anticiperen op gedrag en
gevoelens van anderen
Belangrijke stap in ontwikkeling theory of mind wanneer kinderen rond 2 jaar
fantasiespelletjes beginnen spelen, ontdekken dat ze iemand om de tuin kunnen leiden met
gespeelde emoties
Role taking kennen van interne factoren die gedrag bepalen
Selman: role-taking theory:
o Fase 1: egocentrische of ongedifferentieerd perspectief:
0-5 jaar
Kinderen onbewust van ander perspectief
o Fase 2: informationeel perspectief:
6-8 jaar
Inzien dat anderen andere perspectieven hebben dan zijzelf maar denken
dat dat komt omdat ze andere informatie hebben
o Fase 3: zelf-reflectief perspectief:
8-10 jaar
Inzien dat anderen andere perspectieven hebben met dezelfde informatie
Zich verplaatsen in perspectief van andere en weten dat andere dit ook kan
Beide perspectieven nog niet in acht nemen
o Fase 4: mutueel perspectief:
10-12 jaar
Perspectief van ander en van zichzelf beschouwen
Perspectief van derde partij zien en weten hoe ieder op de ander zijn
perspectief zal reageren
o Fase 5: sociaal perspectief:
12-15 jaar
Naast eigen perspectief, dat van ander en dat van mogelijk derde partij kan
kind ook standpunten vergelijken met dat van sociaal systeem waarin men
functioneert, familie, school
Emotion understanding:
Begrijpen van gevoelens van anderen belangrijke factor om te ontwikkelen tot evenwichtig
emotioneel iemand
Manier waarop verzorger omgaat met baby mogelijks heel stimulerend om emoties te leren
begrijpen
Helpt baby leren onderscheiden van gevoelens van zichzelf en hoe die eruit zien
Wanneer doelgericht gedrag ontstaat, ook frustratie om het niet kunnen, voor baby tweede
belangrijke stap, aanvoelen dat emoties samenhangen met doelen
Kleuter kent grote uitbreiding van taalmogelijkheden waaronder benoemen van gevoelens
en emoties, nog sterk situatie gebonden
Redelijk goed voorspellen hoe andere kinderen zullen reageren op iets
Emotionele ontwikkeling:
Behavioristische visie ziet ontwikkeling van emoties sterk gelinkt aan conditioneringsproces,
paar emoties aangeboren, merendeel via conditionering
Cognivistische visie plaats voor belang van behoeften en verlangens in ontstaan van emoties
Beschrijving van structuur van emotionele ontwikkeling:
Socio-emotionele ontwikkeling wordt gezegd
Emotionele ontwikkeling bestaat uit:
o Evolutie van eigen emoties
o Inzicht in emoties van anderen
Beide factoren noodzakelijk om tot gezonde ontwikkeling te komen
Sociale omgeving sterke invloed op ontwikkeling van beide factoren
Evolutie van eigen emoties:
Zelfbewustzijn:
Zuigeling:
o Geen onderscheid tussen zichzelf en buitenwereld
o Erg op zichzelf gericht, gevoelig voor omgeving
o Gevoel is voornamelijk opwinding, ontstaat door senso-motorische ervaringen die
meestal door lust of onlust gekleurd worden
o Na 2 maanden gevoelens duurzamer en spreken van stemmingen die kunnen
variëren tussen opgeruimdheid en neerslachtigheid
o Na 3 maanden zintuigen zodanig ontwikkeld dat baby op ontdekking gaat in
buitenwereld, kijken, grijpen, luisteren, proeven
o Effectief leven vaak lustvol gekleurd, 3 drijfveren:
Genotsdrang: lust wordt herhaald, onlust vermeden
Sensatiedrang: kijken en (mond)voelen
Activiteitsdrang: speldrang, nabootsingsdrang
o 6 maanden baby bewuster van andere mensen en in hun buurt vertoeven, meer
gedifferentieerde gevoelens ervaren
o Kijken naar gevoelsuitdrukkingen leidt volgens onderzoek van Grossman, Striano en
Friederici tot hersengolven die gelijken op die wanneer volwassenen
gezichtsuitdrukkingen opvangen
o 1 jaar kind vrij goed bepaalde gevoelens uitdrukken via lichamelijkheid, huilen,
lachen, gebrek aan eetlust, rumoerigheid
o Peuter stapt, dingen gewild grijpen en hanteren en wil deelnemen aan sociaal leven,
meespelen met anderen
o Differentiatie in gevoelens, verwondering, twijfel, sympathie, jaloersheid, schaamte
o Zelfbewustzijn komt tot ontwikkeling, koppig tonen, agressief, brutaal, evengoed
affectie
De kleuter:
o Einde van peuterfase onderscheid tussen ik en niet-ik, consequenties voor gevoelens
over eigen bezit en van anderen, ook eigenmachtsgevoel
, o Alle gevoelens geconcentreerd op eigen ik en egocentrisme wordt bijzonder
kenmerk, ziet zichzelf als middelpunt van wereld
o Zoals hij voelt en denk doen anderen dat ook
o Kind naar school gaat sprake van nieuwe situatie, geconfronteerd met 20 à 30
andere kinderen
o Meer gedwongen om te leren omgaan met kinderen van zeer uiteenlopende aard,
afkomst, cultuur
o Woord van kleuterleidster voor heilig genomen, juf is buiten gezin eerste volwassene
die belangrijke rol speelt, waar ze zich aan hechten
o Vertrouwensfiguur voor kinderen en merkt als eerste op wanneer iets scheelt
o In deze periode behoefte aan contact met leeftijdsgenoten
o Beginnend empathisch vermogen , wel elkaars gedrag beïnvloeden, actie en reactie
bepalen gedrag in toekomst
o Rond 3 à 4 jaar prestatiegericht gedrag, prestaties vergelijken met die van anderen
en gestimuleerd om beter te doen, meer initiatieven nemen
o Meisje goedkeuring en lof horen, jongen staat prestatie centraal
o Opgavenbewustzijn verwerven, leren onderscheid maken tussen wat ze willen
bereiken en wat ze verwachten te bereiken, eigen mogelijkheden niet juist
inschatten
Het lagere schoolkind:
o Lezen en schrijven vaardigheden waarbij men beoordeeld wordt op kunnen en niet
alleen op inzet
o Eigen prestaties beoordelen waardoor nieuwe reeks van gevoelens ontstaat
o Gevoelens over zichzelf zoals meer- of minderwaardigheidsgevoel, schuldgevoelens,
spijt en schaamte
o Zelfwaardegevoel sterk verbonden met prestaties en wat buitenwereld denkt, zeer
gevoelig voor positieve en negatieve opmerkingen over zichzelf, wat ze doen of hun
milieu
o Vergelijking met anderen leidt tot gevoelens over anderen zoals bewondering, spot,
leedvermaak en ijverzucht
o Uitbreiding van sociale gevoelens en ontstaan van morele gevoelens
o Gevoelens komen meer samen voor ook al zijn ze tegenstrijdig, stemmingen wisselen
makkelijk maar worden duurzamer
o Gevoelens bij lagere schoolkind nog weinig diepgang
o Naast aangeboren temperament, sociale wereld belangrijke functie in ontstaan van
emoties
Emotionele zelfregulatie:
Strategieën die we gebruiken om onze emoties aan te passen tot comfortabele intensiteit
zodat we onze doelen kunnen bereiken
Prefrontale hersenschors speelt belangrijke rol in vaardigheid om emoties te controleren
Kleuters ontdekken dat ze iets anders doen om tot andere gevoelens te komen, ontwikkeling
van taal en die leren gebruiken is ook belangrijke factor
Lagere schoolkind in staat onderscheid te maken tussen probleemgerichte coping en
emotiegerichte coping, wanneer ze ervaren dat situatie die onaangenaam is veranderbaar is
zullen ze dit aanpakken
, Gevoel weinig te kunnen veranderen aan situatie, laat kind zichzelf toe emoties die daarbij
horen te ervaren
Rond 12 jaar periode van synaptische groei in prefrontale hersenzone belangrijk om
emoties te controleren
Rond 17 jaar opnieuw periode van synaptogenese in temporale hersenzone meer
verbanden gelegd in taalgebied waardoor adolescent in staat is complexe emoties om te
zetten in taal
Evolutie van inzicht in emoties van anderen:
Temperament:
o Aangeboren tendens om op prikkels te reageren, zowel van binnen als buitenuit
o Hoe hevig prikkels zijn en hoe hevig daarmee omgegaan wordt is temperament en
geeft aan hoe hevig emoties zullen voelen of erop reageren
o Gerichtheid op prikkel van buitenaf is noodzakelijk om signalen van andere mensen
op te vangen en daar op te reageren
Social referencing:
o Baby zoekt in ontdekkingstocht vaak steun bij volwassenen, fysieke nabijheid
o Als baby non-verbale signalen van anderen begrijpt gaat baby in onzekere situaties
steun zoeken door te kijken naar ouders of opvoedingsfiguur
o Social referencing doelbewust zoeken naar informatie over gevoelens van
anderen om onduidelijke omstandigheden en gebeurtenissen te kunnen plaatsen
o Nog niet duidelijk of social referencing mogelijk is doordat baby’s dezelfde emoties
gaan ervaren als gezichtsuitdrukking die ze waarnemen of enkel nodige informatie
haalt uit deze gezichtsuitdrukking
Empathie:
Empathie emotionele respons die correspondeert met gevoelens van andere persoon
Hoffman onderscheidt van begrip empathie een toestand van empathisch onbehagen die aan
echte empathische, emotionele respons voorafgaat
Getuige van situatie die voor ander pijnlijk, gênant, eng is zal je zelf gevoel van onbehagen
ervaren empathic distress
Baby’s ervaren al empathic distress wanneer iemand in de buurt negatieve gevoelens uit,
reactie op eigen gevoel en geen emotionele respons aanzien van de ander
Volgende stap in ontwikkeling is beginnen in te zien dat anderen gedrag kunnen stellen met
bepaald doel voor ogen bv: oma smeert boterhammen om die op te eten
Op tweejarige leeftijd beginnen kinderen eerste sporen van empathie te vertonen
Spiegelneuronen:
Zenuwcellen die verspreid door de gehele hersenen liggen, vooral in motorische gebieden
van frontaalkwabben
Ontdekt door onderzoek naar hersenactiviteit bij apen, onderzoeker nam rozijnen als
beloning voor aap, motorische cellen van aap oplichten alsof ze dezelfde beweging maakten
als onderzoeker , cellen spiegelden handeling
Als we iemand bepaalde handeling zien uitvoeren, spiegelneuronen alsof ze zelf handeling
verrichten
Voornamelijk in motorische hersenzone, ook verbonden met emotionele schakelingen in
hersenen
, Emoties van anderen in onze hersenen weerspiegelen
Theory of mind and role taking:
Theory of mind besef dat anderen opvattingen, verlangens en emoties kunnen hebben die
verschillen van jezelf, cognitieve vaardigheid stelt in staat te anticiperen op gedrag en
gevoelens van anderen
Belangrijke stap in ontwikkeling theory of mind wanneer kinderen rond 2 jaar
fantasiespelletjes beginnen spelen, ontdekken dat ze iemand om de tuin kunnen leiden met
gespeelde emoties
Role taking kennen van interne factoren die gedrag bepalen
Selman: role-taking theory:
o Fase 1: egocentrische of ongedifferentieerd perspectief:
0-5 jaar
Kinderen onbewust van ander perspectief
o Fase 2: informationeel perspectief:
6-8 jaar
Inzien dat anderen andere perspectieven hebben dan zijzelf maar denken
dat dat komt omdat ze andere informatie hebben
o Fase 3: zelf-reflectief perspectief:
8-10 jaar
Inzien dat anderen andere perspectieven hebben met dezelfde informatie
Zich verplaatsen in perspectief van andere en weten dat andere dit ook kan
Beide perspectieven nog niet in acht nemen
o Fase 4: mutueel perspectief:
10-12 jaar
Perspectief van ander en van zichzelf beschouwen
Perspectief van derde partij zien en weten hoe ieder op de ander zijn
perspectief zal reageren
o Fase 5: sociaal perspectief:
12-15 jaar
Naast eigen perspectief, dat van ander en dat van mogelijk derde partij kan
kind ook standpunten vergelijken met dat van sociaal systeem waarin men
functioneert, familie, school
Emotion understanding:
Begrijpen van gevoelens van anderen belangrijke factor om te ontwikkelen tot evenwichtig
emotioneel iemand
Manier waarop verzorger omgaat met baby mogelijks heel stimulerend om emoties te leren
begrijpen
Helpt baby leren onderscheiden van gevoelens van zichzelf en hoe die eruit zien
Wanneer doelgericht gedrag ontstaat, ook frustratie om het niet kunnen, voor baby tweede
belangrijke stap, aanvoelen dat emoties samenhangen met doelen
Kleuter kent grote uitbreiding van taalmogelijkheden waaronder benoemen van gevoelens
en emoties, nog sterk situatie gebonden
Redelijk goed voorspellen hoe andere kinderen zullen reageren op iets