Voor het maken van het casusmodel.
Paars = Rechtsregel dat je moet invullen in het casusmodel tijdens het tentamen.
Hollende kleurling:
Redelijk vermoeden van schuld.
Onrechtmatig verkregen bewijs.
Dit bekende arrest heeft betrekking op onrechtmatig verkregen bewijs, alsmede op
de criteria die bepalen wanneer een persoon wordt aangemerkt als een verdachte.
Volgens art. 27 Sv moet het redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit
blijken uit feiten en omstandigheden. Alleen dan kan iemand worden gezien als
verdachte.
Twee agenten surveilleren in het centrum van Amsterdam. Ze zien een man met
donkere huidskleur op hen af komen lopen uit de richting van een café. Dit café
stond bij de politie bekend als een verzamelplaats voor handelaren van drugs. De
man houdt zijn hand stevig in zijn linker jaszak. De agenten vermoeden op grond
hiervan, dat de man verdovende middelen bij zich draagt. Ze houden hem staande en
vragen om zijn legitimatie. Omdat hij weigert zich te legitimeren, besluiten de
agenten om een identiteitsfouillering uit te voeren. De man verzet zich hier hevig
tegen. Wanneer hij echter per ongeluk toch zijn hand uit zijn jaszak haalt, laat hij een
wikkel heroïne op de grond vallen. Hij wordt aangehouden voor drugsbezit.
Verpleegster:
Onbewuste culpa.
Onvoorzichtig handelen dat verwijtbaar is en vermijdbaar was.
Schending van de bijzondere plichten oplettendheid en zorgvuldigheid, die
samenhangen met het beroep en het werk.
Een verpleegster hield een flesje met de verkeerde vloeistof voor aan een andere
verpleegster, die daarmee een injectiespuit vulde. Vervolgens diende de chirurg de
vloeistof aan de patiënt toe. De patiënt overleed ten gevolge van toediening van een
overdosis van de verkeerde vloeistof. Aan de verpleegster wordt dood door schuld
ten laste gelegd.