Hoofdstuk 1: Schizofrenie
Historiek
Historiek - Kerk = aanpak gekte
- 1960 geneesmiddelen
- Vroeger levenslang psychiatrie
- Pest- en dolhuizen
o Aspecifieke bewaring, Maatschappij beschermen
- Asylum
o Specifieke bewaring, Maatschappij beschermen
o Bedlam à Show of Bethlehem
• Gekken straffen voor immoraliteit
• 1700: patiënten
• Geneesbaar of ongeneesbaar
- Psychosezorg – residentieel
o Aangeleerde afhankelijkheid
o Verlies goede mentale cap & coping skills
o Draaistoel & artificial hibernation
o Dr. Guislain => psychoseZORG (therapie = bezig zijn vb. ergo)
Van residentieel verblijf tot rehabilitiatie
0. Resi verblijf: 2 nadelen
1. Lunacy act: gekke mensen moeten opgenomen worden
2. World war: oorlog dus behandelen x belangrijk
3. Mental health act: hoogtepunt zorg
4. Introduction major tranquilizers (’50)
o Posi sympt gecontroleerd dus kunnen in samenleving blijven
o ’56 widespread use of psychofarmaceuticalsa
Beschikbaarheid neuroleptica 1. Typische neuroleptica (1950)
(antipsychotica) o Controle positieve symptomen
2. Atypische neuroleptica (1980)
o Controle negatieve symptomen
WHO: psychiatrische rehabilitatie Heden: Community based treatment, outreaching care
Psychiatrische rehabilitatie Meer nadruk op zorg in familie & omgeving, organisatie
woonmogelijkheden buiten instituten, inschakelen patiënten in
arbeidscircuit, organisatie vn ambulante & aangepaste klinische
(crisi)behandeling, shift in klinische psychotherapie naar psycho-
educatie
Symptomen
Algemeen - Psychotische symptomen vs psychotische stoornis
- Intellectueel normaal
- Je kan psychotische symptomen hebben zonder psychose
- Meest voorkomende = schizofrenie
Symptomen overkoepelend 1. Wanen (+)
2. Hallucinaties (+)
3. Gedesorganiseerd denken (+)
1
, 4. Gedesorganiseerde/abnormale motoriek (apart geval)
5. Negatieve symptomen (-)
Positieve symptomen à te veel dopamine mesolimbisch
Wanen - Denkstoornis
- Vaststaande overtuiging die x vatbaar is voor feiten die ermee in
tegenspraak zijn
- X passend binnen cultuur of religie
- Zelden inzicht
1. Achtervolgingswanen
2. Betrekkingswanen
3. Grootheidswanen (syfilis)
4. Erotomane wanen (syndroom van Clérambault)
Hallucinaties - Waarnemingsstoornis
- Zintuigelijke ervaring zonder externe stimulus
- Zelden inzicht
- Kunnen allen in combi met manie, depressie…
- 4 & 5 soms in combi met wanen
1. Auditieve (enkelvoudig, stemmen, evt bevel)
2. Visuele (enkelvoudig, taferelen)
3. Tactiele (soma? à ‘alsof’)
4. Olafactorische (hersentumor??)
5. Gustatorische
Gedesorganiseerd denken - Formele denkstoornis (vorm vs inhoud)
1. Ontsporing
2. Tangentialiteit
3. Associatief denken
4. Neologismen
5. Versperring ih denken
6. Gestoord taalbegrip (metaforen)
Apart gevalletje
Gedesorganiseerde/abnormale - Katatoon gedrag = afname reactiviteit op omgeving
psychomotoriek - Van ‘gekkigheid’ tot onvoorspelbare agitatie
- Kan binnen elke vorm van doelgericht gedrag
1. Motorisch negativisme
2. Katalepsie
3. Mutisme & stupor
4. Katatone opwinding
5. Stereotype bewegingen
Negatieve symptomen à gebrek aan dopamine frontale cortex
Negatieve symptomen 1. Affectieve vervlakking
2. Initiatiefverlies
3. Alogie (spraakproductie)
4. Anhedonie (positieve stimuli)
2
, 5. Sociaal terugtrekgedrag
Epidemiologie
Epi - Chronisch (heterogeen verloop)
- Prevalentie 1% (10% eerstelijns)
- Man = vrouw (eng 1,5x) à Wereldwijd gelijke incidentie
- Eerste symptomen: 16-22j
- Aanvang: zeldzaam als kind of 60+, soms normale ontwikkeling,
soms vreemd prodromi, 1e sympt vaak acuut, meestal x ziekte-
inzicht
- Opstoten: dagen – weken – maanden
- Verloop
o Zeer zelden volledig herstel
o Frequent gerelateerd aan life-events
o Schub: partiële remissie, post psychotische depressie &
suïcidaal gedrag
o Toename negatieve symptomen
- Medicatie, psycho-educatie & stabiele levenssituatie
- Late ado – vroege volw (geslachtsverschillen)
Proces 1. Premorbied
2. Prodromaal: pubertiet
3. Progressie
o Opstoot + => dieper dal –
o Actieve fase
o Opname + medicatie = +/- zichtzelf (neg sympt…)
o Medicatiestop O
4. Stabilisatie/relapse
o 40j = stabiliseert // onbehandeld (wel neg.)
Functioneren enorm afgenomen
Etiologie
Predisponerende factoren Gentica
- MZ 50% & DZ 10%
- Aanwijzingen voor genetische defecten vb. dysregulinegen
- 70 - 80 % genetica ; 20 - 30 % omgevingsfactoren
- Dopamine syteem (contact tss hersencellen)
Uitlokkende factoren - Biologische fact: leeftijdsgebonden 1e sympt (horm?)
- Psychologische stressoren: draagkracht < draaglast
- Kwetsbaarheid-stress model => + kans
Onderhoudende factoren - Sociale en familiale effecten (omgang)
- Migratie, behuizing, werk
- Geen oorzakelijke factoren maar modulerend voor ziekteverloop
The Dunedin Birth Cohort Study - Invloed cannabisgebruik bij jongeren op aantal ziektebeelden
- Vroege gebruikers (15j) meer kans dan latere gebruikers (18j)
- Cannabis use: 2x risk
- Migrant status: 3-5x risk
Dubbele diagnose - Zoeken vaker toevlucht in middelen
- Komt het middelenmisbruik door schizo?
3
, - MAAR de middelen verhogen het dopamine gehalte waardoor er
meer positieve symptomen voorkomen
Gerelateerde stoornissen
Kortdurende psychotische stoornis 1d-1m
Schizofreniforme stoornis 1m-6m
Schizofrenie 6m
Waanstoornis Aanwezigheid 1 of meer wanen voor minstens 1m (x hallucinaties,
functioneren x beperkt)
Psychotische stoornis door middel A. Aanwezigheid van één of beide
1. Wanen
2. Hallucinaties
B. Er zijn aanwijzingen voor 1 & 2
1. A-symptomen tijdens/kort na intoxicatie, onttrekking of
blootstelling aan een geneesmiddel
2. Van het betreffende (genees)middel is bekend dat het de A-
symptomen kan veroorzaken
Behandeling
Psycho-educatie
Wat - Educatie over aspecten vd ziekte met als doel behandeling &
rehabilitatie te versterken
- Verbeteren medicatie-compliantie, voorkomen herval,
verminderen hospitalisaties & bereiken max niveau van
gezondheid
- Verduidelijken voor patiënt en familie (metafoor brug)
Cognitieve gedragstherapie (CBT)
Wat - Toekomstgericht
- Problem oriented & solution focused
Familiezorg
Wat - Joining, affiliatie, invitatie tot co-therapie
- Chaotisch => sneller herval + meer negatieve symptomen
Medicamenteuze behandeling
Neurobiologisch model - Posi sympt: teveel dopamine mesolimbisch
- Neg sympt: tekort dopamine frontaal
- Probleem bij behandeling met antipsychotica
Typische neuroleptica - Typisch cuz eerst op de markt
- Doel: bestrijden posi symptomen
o Blokkade dopamine-receptoren
o Halperidol (haldol) à chlorpropazine, thioridazine
o Blokkade dopamine-neurotransmissie
Sleutel/slot metafoor Antagonist (blokker) past in het sleutelgat maar ja kan x draaien
ð De goede sleutel kan de deur x meer openen (agonist =
neurotransmitter dopamine)
Bijwerkingen blokkade dopamine- - Tekort aan dopamine in bewegingsstelsel
receptoren met typische antipsychotica o Neurotische dwangbuis (beweging w geremd)
o Vb. spinnen bij spinnenweb
o Indicatie vn discrepantie tss patiënt en samenleving
4