1. Röntgenstralen
1.1. Wat zijn röntgenstralen?
Röntgenstralen ontstaan in de anode van een
röntgenbuis.
Behoren tot het spectrum van de elektromagnetische
stralingsgolven (zoals het licht).
- Breiden zich naar alle richtingen uit
- Zijn onzichtbaar
- Planten zich voort met de snelheid van het licht (300.000 km/s)
- Kunnen door materie doordringen
- Staan een deel van hun stralingsenergie af aan de materie
- Zijn ioniserende stralen
- De intensiteit van de röntgenstralen tot hun stralingsbron, neemt af met het kwadraat van de afstand.
1.2. Belangrijke eigenschappen van röntgenstralen
1.2.1. Doordringingvermogen en afzwakkingseffect
Röntgenstralen kunnen door weefsels dringen ® gevolg is afzwakking
De graad van afzwakking van röntgenstralen die door de materie dringen wordt bepaald door:
- de absorptie
- de strooiing of diffusie
De patiënt zal tijdens het onderzoek verstrooide straling uitzenden in alle richtingen. Dit is schadelijke straling en
daardoor zijn er beschermingsmaatregelen voor het personeel. De strooistraling heeft een negatief effect op de
beeldkwaliteit
1.2.2. Luminescentie-effect
Röntgenstralen kunnen bij bepaalde stoffen lichtafgifte opwekken.
1.2.3. Fotografisch effect
Röntgenstralen oefenen een werking op de fotografische emulsie uit, die zich uit in een zwarting na ontwikkeling.
,1.2.4. Biologisch effect
Röntgenstralen kunnen veranderingen in de levende weefsels veroorzaken. Door straling kunnen in het celmateriaal
chemische verbindingen (DNA) verstoord worden.
1. Niet-stochastische effecten
Beschadiging cellen is tijdelijk.
2. Stochastische effecten
Hier bestaat een relatie tussen de kans dat het effect optreedt en de dosis. De effecten treden maar op na een
lange inductieperiode (2 tot 20 jaar).
- Geïnduceerde tumoren
- Aangeboren afwijkingen
3. Bestraling van het embryo
Het embryo is gedurende de eerste 12 weken het meest stralingsgevoelig ® tijdens de eerste 12 weken vindt zich
heel veel celdeling plaats. Als er dan een cel beschadigd wordt kan dit veel problemen veroorzaken.
2. Radioprotectie
2.1. Wat is radioprotectie?
Stralingsbescherming = de wetenschap die gericht is op de bescherming van mensen en hun nageslacht tegen de
invloeden van ioniserende straling.
2.2. Hoe stralingseffect uitdrukken?
De equivalente dosis met betrekking tot een bepaald weefsel wordt uitgedrukt in Sievert (Sv)
- Millisievert (mSv)
- Microsievert (µSv)
2.3. Belgische regelgeving
2.3.1. Het Koninklijk Besluit 2001
Reglement op de bescherming van de bevolking, de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende
stralingen.
2.3.2. Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC)
Opdracht: erover waken dat de bevolking en het leefmilieu op een doeltreffende manier beschermd worden tegen het
gevaar van ioniserende straling.
,2.3.3. Basisprincipes van de stralingsbescherming
1. Het principe van de rechtvaardiging (justificatie) van de handelingen
Ioniserende straling mag slechts worden gebruikt als dit een netto positief resultaat oplevert.
2. Het principe van de optimalisatie van de bescherming
Elke dosis ten gevolge van een medische blootstelling in de radiologie dient zo laag als redelijkerwijze mogelijk te
zijn om de vereiste diagnostische informatie te kunnen verkrijgen.
= ALARA-Principe: As Low As Resonable Achievable
3. Het principe van de individuele dosislimieten:o
Dosislimieten zijn vastgesteld voor diverse categorieën van personen:
- Beroepshalve blootgestelde personen
o Effectieve dosis 20 mSv per 12 opeenvolgende glijdende maanden
- Leerlingen en studenten
- Personen van het publiek
o Effectieve dosis max. 1 mSv per jaar, medische toepassingen niet in acht genomen
- Het ongeboren kind
2.4. Regels van goede praktijk
2.4.1. Hoofdregels
1. Tijd beperken
De geabsorbeerde dosis is rechtstreeks evenredig met de blootstellingstijd.
Tijd radioscopie beperken en hernieuwingen van de opname vermijden.
2. Afstand vergroten
Vermindering straling ® evenredig met het kwadraat van de afstand
3. Afscherming gebruiken
- Zware metalen
- Zware beton (barietbeton)
- Glas (loodschermen)
- Filtering van de stralenbundel
- Gonadenbeschermers (liefst niet ® lichaam ontvangt in totaal meer straling dan zonder het dragen)
- Loodschorten
- Loodhandschoenen
- Loodbril
- Schildklierbescherming
- Wanden van RX zaal
, 4. Specifieke maatregelen
- Toestel gebonden
- Dosismeter dragen
2.4.2. Maatregelen voor patiënt en personeel
- Gebruik gonaden- en schildklierbescherming
- Zwanger?
- Radioscopie of doorlichting beperken
- Voorkom herneming van dezelfde onderzoeken