Internationaal recht:
Onderwijsgroep 6
JURISDICTIE EN IMMUNITEITEN
Staatshoofd (reader p. 351, 370, 394 en 400)
Beginsel: wanneer vreemde overheidsfunctionarissen (staatshoofden,
ministers) handelen in hun hoedanigheid als orgaan van de staat en ze de
handeling dus stellen voor rekening van de staat, dan is dit niet
toerekenbaar aan henzelf maar wel aan de bestrokken staat. (ratione
materiae)
Ratione personae: Onschendbaar en volledig immuun in strafzaken, zelfs
voor privéhandelingen.
Gerechtvaardigd op functionele gronden, de immuniteit komt voort uit
het representatief karakter van zijn functie als staatshoofd (hij moet zijn
taak naar behoren kunnen uitvoeren).
Onschendbaarheid heeft 2 componenten:
Positieve plicht: plicht tot bijzondere bescherming vanwege de
gaststaat
Negatieve plicht: verbod van dwangmaatregelen door de gaststaat
Geniet de president ook immuniteit voor schending van de fundamentele
R&V?
Fundamentele mensenrechten is Jus Cogens en deze zijn bindend voor
iedereen. Dit is in strijd met de ratione personae van het staatshoofd.
Universaliteitsbeginsel: Dit is universele jurisdictie en dat wordt gebracht
voor de nationale rechter. Als je dit beginsel kan inroepen dan is de
immuniteit van het staatshoofd niet toepasselijk.
--> België-Congo, arrest Warrant: België had een aanhoudingsbevel tegen
de minister van buitenlandse zaken van Congo wegens schending van Jus
Cogens. Een minister van buitenlandse zaken is ene vertegenwoordiger
van zijn staat, hij kan die staat ook binden in het internationaal recht. Om
al deze functies goed te kunnen uitvoeren moet hij naar andere landen
kunnen reizen, dus heeft hij absolute immuniteit voor ratione personae
voor handelingen in functie en ook voor privéhandelingen. de President
van een land is nog meer (a fortiori) een vertegenwoordiger van een staat
dus die immuniteit geldt sowieso ook voor hem.
Een minister van buitenlandse zaken kan wel berecht worden in 4
gevallen:
1. In eigen land voor nationale rechtscollege
, 2. Indien de staat van de President diens immuniteit opgeheven
hebben.
3. Privéhandelingen na zijn ambt, geen handelingen die hij is zijn
functie heeft gedaan.
4. Voor het internationale strafgerechtshof, dit kan voor een zittende
en een oude indien hier een resolutie van de Veiligheidsraad van is.
Conclusie: ook voor jus cogens bezitten ze absolute immuniteit, ze kunnen
niet voor de nationale rechter gedaagd worden maar Nederland kan hem
wel voor wel voor het Internationaal Strafgerechtshof dagen.
Internationaal Gerechtshof België t. Senegal (2012)
Wat is de feitelijke achtergrond van de zaak?
Mr. Hissène Habré uit Tsjaad wordt beschuldigd van folterpraktijken en
misdaden tegen de mensheid. Hij werd in Senegal niet vervolgd, hierdoor
startte België een procedure op tegen Senegal waarmee ze Senegal de
verplichting opleggen Habré te vervolgen of te executeren naar België om
hier vervolgd te worden. Ofwel moet Senegal ze zelf vervolgen, ofwel
uitleveren aan België (aut dedere aut judicare)
De zaak werd doorverwezen naar de African Union om te kijken of Habré
immuniteit genoot.
Daarna gingen ze hun wetgeving hervormen.
Omdat hij een staatshoofd is wordt er een speciaal ad hoc tribunaal
opgericht waar hij wel berecht kan worden omdat hij bij deze tribunalen
geen immuniteit geniet.
België zegt dat Senegal art 6 en 7 van het VN-folterverdrag heeft
geschonden. -> een geschil over de schending van het principe aut dedere
aut judicare. Men zegt dus dat er een schending is van art 30 VN.
Folterverdrag: als er een geschil is tussen 2 partijen moet dit opgelost
worden op basis van deze manieren (eerst onderhandelen daarna pas
arbitrage). Dit is allebei niet gebeurd dus gaat België naar het IGH.
Wat had precies tot het dispuut geleid?
België wou dat hij berecht werd. B en S zijn beiden partij Convention
against torture waarin staat dat wanneer er sprake is van foltering dat dat
dan onderzocht moet worden.
Senegal deed niets, deze onderzoekt zelf niets en levert ook niet uit.
BelgiË was hier niet akkoord mee.
Je kan alleen een procedure starten als je daar belang bij hebt. België gaat
hier de belangen verdedigen van een burger uit Tsjaad en heeft daar dus
eigenlijk zelf geen belang bij. Dus de eis is onontvankelijk.
Mr. Habré heeft de functie van voormalig President in Senegal en geniet
dus immuniteit bij de uitoefening van zijn ambt.
Maar waren deze praktijken privé of in de uitoefening van zijn ambt?
Onderwijsgroep 6
JURISDICTIE EN IMMUNITEITEN
Staatshoofd (reader p. 351, 370, 394 en 400)
Beginsel: wanneer vreemde overheidsfunctionarissen (staatshoofden,
ministers) handelen in hun hoedanigheid als orgaan van de staat en ze de
handeling dus stellen voor rekening van de staat, dan is dit niet
toerekenbaar aan henzelf maar wel aan de bestrokken staat. (ratione
materiae)
Ratione personae: Onschendbaar en volledig immuun in strafzaken, zelfs
voor privéhandelingen.
Gerechtvaardigd op functionele gronden, de immuniteit komt voort uit
het representatief karakter van zijn functie als staatshoofd (hij moet zijn
taak naar behoren kunnen uitvoeren).
Onschendbaarheid heeft 2 componenten:
Positieve plicht: plicht tot bijzondere bescherming vanwege de
gaststaat
Negatieve plicht: verbod van dwangmaatregelen door de gaststaat
Geniet de president ook immuniteit voor schending van de fundamentele
R&V?
Fundamentele mensenrechten is Jus Cogens en deze zijn bindend voor
iedereen. Dit is in strijd met de ratione personae van het staatshoofd.
Universaliteitsbeginsel: Dit is universele jurisdictie en dat wordt gebracht
voor de nationale rechter. Als je dit beginsel kan inroepen dan is de
immuniteit van het staatshoofd niet toepasselijk.
--> België-Congo, arrest Warrant: België had een aanhoudingsbevel tegen
de minister van buitenlandse zaken van Congo wegens schending van Jus
Cogens. Een minister van buitenlandse zaken is ene vertegenwoordiger
van zijn staat, hij kan die staat ook binden in het internationaal recht. Om
al deze functies goed te kunnen uitvoeren moet hij naar andere landen
kunnen reizen, dus heeft hij absolute immuniteit voor ratione personae
voor handelingen in functie en ook voor privéhandelingen. de President
van een land is nog meer (a fortiori) een vertegenwoordiger van een staat
dus die immuniteit geldt sowieso ook voor hem.
Een minister van buitenlandse zaken kan wel berecht worden in 4
gevallen:
1. In eigen land voor nationale rechtscollege
, 2. Indien de staat van de President diens immuniteit opgeheven
hebben.
3. Privéhandelingen na zijn ambt, geen handelingen die hij is zijn
functie heeft gedaan.
4. Voor het internationale strafgerechtshof, dit kan voor een zittende
en een oude indien hier een resolutie van de Veiligheidsraad van is.
Conclusie: ook voor jus cogens bezitten ze absolute immuniteit, ze kunnen
niet voor de nationale rechter gedaagd worden maar Nederland kan hem
wel voor wel voor het Internationaal Strafgerechtshof dagen.
Internationaal Gerechtshof België t. Senegal (2012)
Wat is de feitelijke achtergrond van de zaak?
Mr. Hissène Habré uit Tsjaad wordt beschuldigd van folterpraktijken en
misdaden tegen de mensheid. Hij werd in Senegal niet vervolgd, hierdoor
startte België een procedure op tegen Senegal waarmee ze Senegal de
verplichting opleggen Habré te vervolgen of te executeren naar België om
hier vervolgd te worden. Ofwel moet Senegal ze zelf vervolgen, ofwel
uitleveren aan België (aut dedere aut judicare)
De zaak werd doorverwezen naar de African Union om te kijken of Habré
immuniteit genoot.
Daarna gingen ze hun wetgeving hervormen.
Omdat hij een staatshoofd is wordt er een speciaal ad hoc tribunaal
opgericht waar hij wel berecht kan worden omdat hij bij deze tribunalen
geen immuniteit geniet.
België zegt dat Senegal art 6 en 7 van het VN-folterverdrag heeft
geschonden. -> een geschil over de schending van het principe aut dedere
aut judicare. Men zegt dus dat er een schending is van art 30 VN.
Folterverdrag: als er een geschil is tussen 2 partijen moet dit opgelost
worden op basis van deze manieren (eerst onderhandelen daarna pas
arbitrage). Dit is allebei niet gebeurd dus gaat België naar het IGH.
Wat had precies tot het dispuut geleid?
België wou dat hij berecht werd. B en S zijn beiden partij Convention
against torture waarin staat dat wanneer er sprake is van foltering dat dat
dan onderzocht moet worden.
Senegal deed niets, deze onderzoekt zelf niets en levert ook niet uit.
BelgiË was hier niet akkoord mee.
Je kan alleen een procedure starten als je daar belang bij hebt. België gaat
hier de belangen verdedigen van een burger uit Tsjaad en heeft daar dus
eigenlijk zelf geen belang bij. Dus de eis is onontvankelijk.
Mr. Habré heeft de functie van voormalig President in Senegal en geniet
dus immuniteit bij de uitoefening van zijn ambt.
Maar waren deze praktijken privé of in de uitoefening van zijn ambt?