Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 76 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Anatomie 2

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 76 pagina's

Samenvatting cursus en powerpoint

Voorbeeld van de inhoud

Anatomie II
Hoofdstuk I: Myologie

1. Inleiding
Musculus = spier = afgebakende structuur die bestaat uit langwerpige spiercellen
met contractie als hoofdfunctie.

1.1. Indeling van de spieren
Indeling door middel van plaats , vorm en de functie.

Algemeen: flexie = buigen, extensie = strekken

1.1.1. Plaats
 Mono-articulaire spier: overbrugt 1 gewricht
 Bi-articulaire spier: overbrugt 2 gewrichten
 Poly-articulaire spier: overbrugt meerdere gewrichten
 Apendiculaire spieren: liggen ter hoogte van het lidmaat
 Axiale spieren: liggen ter hoogte van de romp
 Kopspieren: liggen ter hoogte van da kop

1.1.2. Vorm
Spieren rond de ledematen

 Spoelvorm
 Algemene structuur: beginpees (of origo of oorsprong, caput), spierbuik en
eindpees (of insertio of aanhechtingsplaats, cauda)

Spieren van de lichaamswand

 Plaatvorm  platte spieren
 Origo is breed
 Eindigen door middel van aponeurosen of peesplaten

Tussen spoelvormige en plaatvormige spieren bestaan er overgangen:

 m. serratus = getande spier
 m. quadratus = vierhoekige spier
 m. digastricus of biventer= spier met twee opeenvolgende spierbuiken
verbonden door een tussenpees
 m. biceps, m. triceps, m. quadriceps= spier met twee, drie of vier spierhoofden
 kan verwarrend zijn: bij mens biceps brachii: twee spierhoofden, maar bij
huisdieren maar 1 caput
 longus= lang
 brevis= kort
 major = groot
 minor = klein




1

, 2
2
1. Bierbuik

2. caput

3. cauda
1
4. peesplaat
1 1
1
6. getande spier




3

4




3




1.1.3. Functie van de spieren
Somatische spieren en skeletspieren: zijn verantwoordelijk voor de beweging van het
lichaam.

Viscerale spieren: verantwoordelijk voor het activeren van organen.

Binnen de skeletspieren kunnen volgende functies worden toegeschreven.

1.1.3.1. Buigers of flexoren en strekkers of extensoren

Bij de benaming is het noodzakelijk om het gewricht te benoemen waarop de
werking van de spier invloed heeft.

1.1.3.2. Adductoren

Brengen of houden een lidmaat dicht bij het mediaan vlak  voorkomen het
zijdelings uitglijden.

Vb. benen bij elkaar houden

1.1.3.3. Abductoren

Tegengestelde werking in vergelijking met adductoren. Bij soorten met verschillende
tenen zorgen de abductoren voor een fijnere beweging.

Vb. benen uit elkaar doen.

1.1.3.4. Rotatoren

Veroorzaken een beweging rond een lengteas.

Proneren = de dorsale zijde van het lidmaat wordt naar het lichaam toe gedraaid

Supineren = roteren in tegenovergestelde richting.


2

,1.1.3.5. Orbiculaire of kringspieren

Omcirkelen een natuurlijke opening  vernauwen of vergroten de opening

Heeft het een afsluitfunctie?  sfincter

1.2. Algemene bouw van een skeletspier
Spierbuik:

 Middendeel
 Bestaat uit spiercellen
 Omvat het vlezige deel van de spier.

Caput:

 Of beginpees
 Aangeduid als oorsprong of origo
 Meest proximale aanhechtingsplaats
 Meestal beweegt dat punt (origo)niet bij een contractie

Cauda

 Of eindpees
 Komt meestal overeen met het bewegend punt tijdens de contractie
 Eindpees zit vaak vast op de insertio
 Sommige spieren eindigen rechtstreeks in het periost (= beenvlies)
 Bij de meeste spieren eindigen de spieren in peesstroken. Dit kan zich
groeperen tot pees of peesplaat

Hypertrofie: massa van spier neemt toe en zo ook de dikte/het volume van de
spiervezels (je krijgt geen spiervezels bij!)

Atrofie: afname van de individuele massa van de spiervezels

Hyperplasie: het aantal spiervezels neemt toe

Dystrofie: het aantal spiervezels neemt af door vernietiging

1.3. Hulpstructuren bij de werking van de spieren
Zenuwen

 Prikkelgeleiding
 Prikkeloverdracht
 Zorgen ervoor dat de spieren gaan samentrekken  motorische zenuwen

Bloedvaten

 = holle structuren die voedingstoffen, O2, CO2, afvalstoffen, witte
bloedcellen, rode bloedcellen en bloedplaatjes rondbrengen

Slijmbeurzen en peessccheden

 Slijmbeurs: waar pezen over een harde structuur bewegen
 Peesschede: zorgt voor een betere beweging t.o.v. de structuren.



3

, Fascia
Diepe fascia
 Onderhuidse fascia
o Functie: vasthouden van lichaamsvet en
water + doorgang geven aan zenuwen en
bloedvaten
o In sommige delen van het lichaam: omvat
spieren die zorgen voor beweging van de
huid.
 Diepe fascia
o Stevige bindweefselplaten die spiergroepen
en pezen omgrijpen
o Op sommige plaatsen: versmelten met
peesplaten of aponeurosen tot een geheel
o Geeft ook doorgang aan zenuwen en
bloedvaten
o Krijgen topografische benamingen
o Er kunnen ook plaatselijke versterkingsstroken
voorkomen (retinacula of ligamenta
annularia)

Ligamenten

 Korte stevige banden bestaande uit collageenvezels en elastinevezels.
 Verbinden bijeenliggende beenderen op het skelet

Pezen

 Of tendo
 Wit glanzend uitzicht, trekvast, weinig uitrekbaar
 Helpen de eerste kracht op te vangen bij een plotse spiercontractie

Aponeurose

 Of peesplaat

2. De huidspieren – mm. Cutanei
= dunne afgeplatte spieren die geen of slechts een beperkte aanhechting aan het
skelet

 Liggen in de oppervlakkige fascie
 Aangeduid met een topografische benaming
 Meerde huidspieren:
o De m. cutaneus trunci of romphuidspier: bedekt het grootste deel van
de romp
o De m. cutaneus colli of halshuidspier

(colli = van de hals; trunci = van de romp)




4

Documentinformatie

Geüpload op
7 december 2022
Aantal pagina's
76
Geschreven in
2020/2021
Type
Samenvatting
€11,49

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
fiengoeminne
3,0
(2)
Verkocht
32
Volgers
19
Items
36
Laatst verkocht
2 dagen geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen