1
ZSO 13: seksuele differentiatie
Seksuele ontwikkeling in utero
Het genetisch geslacht van de foetus hangt af van de natuur van de geslachtshormonen.
- 46 chromosomen: 22 paar autosomen en 1paar geslachtschromosomen
o 46,XX = vrouw
o 46,XY = man
Het genetisch geslacht bepaalt gonadaal geslacht
-> De gonaden produceren hormonen (mannen) of geen hormonen (vrouwen)
-> Het hormonale milieu bepaalt dan het geslacht vd reproductieve tractus en externe genitaliën
Mannelijke ontwikkeling
1. Eerste 6 weken van de ontwikkeling
- Mesodermale cellen in de genitale plooi ontwikkelen in bipotentiële gonadale primordium
o Primordiale kiemcellen migreren van de dooierzak (endoderm) naar het gonadale
weefsel
o 6e week: gonaden bevatten kiemcellen, steuncellen en stromale cellen (w androgeen
producerende steroidogene cellen in beide geslachten)
2. 6-8 weken van de ontwikkeling
- Korte arm van Y-chromosoom bevat het SRY-gen = geslachtsbepalende regio
-> Codeert voor de transcriptiefactor SRY
o Rol in inductie differentiatie van bipotentiële gonaden in de testis tussen week 6 en 7
- Ondersteunende epitheelcellen differentiëren in Sertolicellen => vorming tubuli seminiferi
o Rol Sertolicellen in vroege embryogenese
Omgeven de spermatogonia/kiemcellen
Productie van enzym dat lokaal retinoic zuur afbreekt
=> Verhinderen van meiotische progressie van spermatogonia
Expressie van antimullerian hormoon(AMH): Degeneratie van mullerian-
ducts
Hormonen staan in voor de fenotypische geslachtsexpressie
INTERN
De foetus ontwikkelt met bipotentiele interne en externe gentialiën
- 2 wolffian ducts (=mesonephric) => differentiatie in niet-urethrale segment van man. tractus
o Epididymis
o Vas deferens
o Ductus ejaculatorius
1
, 2
o Seminale vesikels
- 2 mullerian ducts (=paramesonephric) => vrouwelijke reproductieve tractus
o Oviduct
o Uterus
o Cervix
o Proximale 3e van vagina
Ontwikkeling is afhankelijk van de aan-of afwezigheid van 2 hormonen geproduceerd
door foetale testis-testosteron en AMH.
3. 8e week van de ontwikkeling
Testosteron => blijven bestaan en differentiatie van wolffian ducts in proximale niet-urethrale
mannelijke tractus
- Testosteron wordt geproduceerd door stromale cellen die differentiëren in Leydig cellen
o Testosteron = paracriene factor; zorgt voor differentiatie in de ipsilaterale tractus
- Androgen-productie gestimuleerd door placentaal-LH = hCG en nadien door hypofysair LH
AMH => Degeneratie van mullerian ducts
- AMH geproduceerd door sertolicellen van de testis
- AMH = glycoproteïbe homodimeer van TGF-B
o Bindt aan coreceptor met serine-threonine-kinase activiteit = AMHR-II
o Activatie van type-1-receptor => Smad-afhankelijk
4. 9-12 weken van de ontwikkeling
Differentiatie van prostaatklier en mannelijke externe genitalia
- 5a-reductase-2 in primordia van urogenitale sinus, genitale tuberkel plooi en labioscrotale
zwellingen
o Perifere conversie van testosteron in DHT (binden aan dezelfde androgenreceptor)
5α- reductase- deficiëntie
5a-reductase staat in voor de differentiatie van de prostaat en mannelijke externe genitalia: perifere omzetting
van testosteron in DHT (binden aan dezelfde androgenreceptor).
Deficiëntie in type 2=> verlaagde DHT vorming: typisch goed ontwikkelde interne tractus maar geen mannelijke
externe genitalia aanwezig. = ambigu
Regulatie van ontwikkeling van externe genitalia
Aanwezigheid van dihydrotestosteron
Genitaal tuberkel, genitale plooi, genitale zwelling en urogenitale sinus => penis, scrotum en prostaat
Afwezigheid van dihydrotestosteron
Ontwikkeling in labia majora, labia minora, clitoris en laagste 2/3 van vagina
2
ZSO 13: seksuele differentiatie
Seksuele ontwikkeling in utero
Het genetisch geslacht van de foetus hangt af van de natuur van de geslachtshormonen.
- 46 chromosomen: 22 paar autosomen en 1paar geslachtschromosomen
o 46,XX = vrouw
o 46,XY = man
Het genetisch geslacht bepaalt gonadaal geslacht
-> De gonaden produceren hormonen (mannen) of geen hormonen (vrouwen)
-> Het hormonale milieu bepaalt dan het geslacht vd reproductieve tractus en externe genitaliën
Mannelijke ontwikkeling
1. Eerste 6 weken van de ontwikkeling
- Mesodermale cellen in de genitale plooi ontwikkelen in bipotentiële gonadale primordium
o Primordiale kiemcellen migreren van de dooierzak (endoderm) naar het gonadale
weefsel
o 6e week: gonaden bevatten kiemcellen, steuncellen en stromale cellen (w androgeen
producerende steroidogene cellen in beide geslachten)
2. 6-8 weken van de ontwikkeling
- Korte arm van Y-chromosoom bevat het SRY-gen = geslachtsbepalende regio
-> Codeert voor de transcriptiefactor SRY
o Rol in inductie differentiatie van bipotentiële gonaden in de testis tussen week 6 en 7
- Ondersteunende epitheelcellen differentiëren in Sertolicellen => vorming tubuli seminiferi
o Rol Sertolicellen in vroege embryogenese
Omgeven de spermatogonia/kiemcellen
Productie van enzym dat lokaal retinoic zuur afbreekt
=> Verhinderen van meiotische progressie van spermatogonia
Expressie van antimullerian hormoon(AMH): Degeneratie van mullerian-
ducts
Hormonen staan in voor de fenotypische geslachtsexpressie
INTERN
De foetus ontwikkelt met bipotentiele interne en externe gentialiën
- 2 wolffian ducts (=mesonephric) => differentiatie in niet-urethrale segment van man. tractus
o Epididymis
o Vas deferens
o Ductus ejaculatorius
1
, 2
o Seminale vesikels
- 2 mullerian ducts (=paramesonephric) => vrouwelijke reproductieve tractus
o Oviduct
o Uterus
o Cervix
o Proximale 3e van vagina
Ontwikkeling is afhankelijk van de aan-of afwezigheid van 2 hormonen geproduceerd
door foetale testis-testosteron en AMH.
3. 8e week van de ontwikkeling
Testosteron => blijven bestaan en differentiatie van wolffian ducts in proximale niet-urethrale
mannelijke tractus
- Testosteron wordt geproduceerd door stromale cellen die differentiëren in Leydig cellen
o Testosteron = paracriene factor; zorgt voor differentiatie in de ipsilaterale tractus
- Androgen-productie gestimuleerd door placentaal-LH = hCG en nadien door hypofysair LH
AMH => Degeneratie van mullerian ducts
- AMH geproduceerd door sertolicellen van de testis
- AMH = glycoproteïbe homodimeer van TGF-B
o Bindt aan coreceptor met serine-threonine-kinase activiteit = AMHR-II
o Activatie van type-1-receptor => Smad-afhankelijk
4. 9-12 weken van de ontwikkeling
Differentiatie van prostaatklier en mannelijke externe genitalia
- 5a-reductase-2 in primordia van urogenitale sinus, genitale tuberkel plooi en labioscrotale
zwellingen
o Perifere conversie van testosteron in DHT (binden aan dezelfde androgenreceptor)
5α- reductase- deficiëntie
5a-reductase staat in voor de differentiatie van de prostaat en mannelijke externe genitalia: perifere omzetting
van testosteron in DHT (binden aan dezelfde androgenreceptor).
Deficiëntie in type 2=> verlaagde DHT vorming: typisch goed ontwikkelde interne tractus maar geen mannelijke
externe genitalia aanwezig. = ambigu
Regulatie van ontwikkeling van externe genitalia
Aanwezigheid van dihydrotestosteron
Genitaal tuberkel, genitale plooi, genitale zwelling en urogenitale sinus => penis, scrotum en prostaat
Afwezigheid van dihydrotestosteron
Ontwikkeling in labia majora, labia minora, clitoris en laagste 2/3 van vagina
2