Economie H1
Paragraaf 1
Welke soorten behoeftes bestaan er?
1. Luxe behoeftes
2. Normale behoeftes
3. Basis behoeftes
Wat is de spanning tussen behoeftes en middelen
De dingen die je nodig hebt om je behoeftes te voeldoen. Als deze stoffen niet oneindig zijn noem je
ze schaars.
Wat is het verschil tussen consumeren van goederen en diensten?
Goederen kun je aanraken (tastbaar), diensten zijn dit niet. Als je een goed consumeert (bijvoorbeeld
voedsel) koop je iets in de winkel om iets mee te doen (bijvoorbeeld eten). Goederen zijn niet
tastbaar (bijvoorbeeld naar de tandarts gaan). Een dienst is ook een kassière die je boodschappen
scant.
Wat houd alternatief aanwendbaar in?
Je hebt niet voldoende middelen (bijvoorbeeld tijd) om al je behoeftes te voldoen. Meestal heb je
verschillende mogelijk heden of alternatieven om je behoeftes toch te voldoen. Dit noem je
alternatief aanwendbaar.
Paragraaf 2
Wat zijn de verschillende soorten uitgaven?
1. Vaste lasten betaal je met regelmaat (bijvoorbeeld de energie rekening)
2. Huishoudelijke uitgaven betaal je dagelijks of wekelijks (bijvoorbeeld de boodschappen)
3. Incidentele uitgaven grote uitgaven die je niet vaak doet (bijvoorbeeld een nieuwe
telefoon)
Wat zijn de verschillende soorten inkomsten?
Inkomen uit arbeid
Loon voor het werk dat je hebt gedaan
Inkomen uit bezit
bezittingen waarmee je geld verdient (bijvoorbeeld de rente op je spaarrekening)
Overdrachtsinkomen
geld dat je ontvangt zonder directe tegen prestatie (bijvoorbeeld zakgeld)
Hoe stel je een begroting op?
Wat is het? Een overzicht van de inkomsten en uitgaven dat iemand over een bepaalde periode heeft
gedaan
Paragraaf 1
Welke soorten behoeftes bestaan er?
1. Luxe behoeftes
2. Normale behoeftes
3. Basis behoeftes
Wat is de spanning tussen behoeftes en middelen
De dingen die je nodig hebt om je behoeftes te voeldoen. Als deze stoffen niet oneindig zijn noem je
ze schaars.
Wat is het verschil tussen consumeren van goederen en diensten?
Goederen kun je aanraken (tastbaar), diensten zijn dit niet. Als je een goed consumeert (bijvoorbeeld
voedsel) koop je iets in de winkel om iets mee te doen (bijvoorbeeld eten). Goederen zijn niet
tastbaar (bijvoorbeeld naar de tandarts gaan). Een dienst is ook een kassière die je boodschappen
scant.
Wat houd alternatief aanwendbaar in?
Je hebt niet voldoende middelen (bijvoorbeeld tijd) om al je behoeftes te voldoen. Meestal heb je
verschillende mogelijk heden of alternatieven om je behoeftes toch te voldoen. Dit noem je
alternatief aanwendbaar.
Paragraaf 2
Wat zijn de verschillende soorten uitgaven?
1. Vaste lasten betaal je met regelmaat (bijvoorbeeld de energie rekening)
2. Huishoudelijke uitgaven betaal je dagelijks of wekelijks (bijvoorbeeld de boodschappen)
3. Incidentele uitgaven grote uitgaven die je niet vaak doet (bijvoorbeeld een nieuwe
telefoon)
Wat zijn de verschillende soorten inkomsten?
Inkomen uit arbeid
Loon voor het werk dat je hebt gedaan
Inkomen uit bezit
bezittingen waarmee je geld verdient (bijvoorbeeld de rente op je spaarrekening)
Overdrachtsinkomen
geld dat je ontvangt zonder directe tegen prestatie (bijvoorbeeld zakgeld)
Hoe stel je een begroting op?
Wat is het? Een overzicht van de inkomsten en uitgaven dat iemand over een bepaalde periode heeft
gedaan