R&O: inleiding tot het recht, deel 2
Deel 5: goederen- en zakenrecht
HS1: indeling van de goederen
1. Lichamelijke en onlichamelijke goederen
Lichamelijke= zintuiglijk waarneembare goederen, gemeten volgens momentopname (=zaken)
Onlichamelijke= onstoffelijke goederen van de menselijke geest of abstracte gehelen (bv
auteursrecht)
o Eigendomsrecht wordt vereenzelvigd met het goed (kan eventueel opgesplitst worden)
2. Roerende en onroerende goederen
Een voorbijgestreefd onderscheid
o BW 1804: onderscheid onroerend <-> roerend
o Onroerend waren toen de voornaamste productiemiddelen
o Nu: onderscheid minder economisch relevant kritiek
o Juridische verschillen: procedure, verjaring, fiscaal recht, registratierecht, btw, …
Onroerende goederen
o Onroerend door hun aard: ze zijn niet-verplaatsbaar (bv gebouwen, gronden)
o Onroerend door incorporatie: roerende goederen zijn verenigd met onroerende goederen,
en hebben daardoor hun zelfstandigheid verloren
o Onroerend door bestemming: zijn in aard roerend maar worden door wet als onroerend
beschouwd omdat ze daarvoor bestemd zijn
Roerende goederen
o Roerend door hun aard: ze zijn verplaatsbaar
o Roerend door wetsbepaling: door de wet zo beslist, bv bij twijfel tussen onderscheid
o Roerend door anticipatie: het goed maakt deel uit van een onroerend goed, maar wordt met
oog op de toekomst afzonderlijk beschouwd
3. Gebruiks- en verbruiksgoederen
Gebruiksgoed= kan meer dan 1 keer gebruikt worden
Verbruiksgoed= gaat teniet bij 1ste normaal gebruik
o Onderscheid= belangrijk voor teruggaveplicht (bij bruikleen moet hetzelfde goed worden
teruggegeven <-> bij verbruiklening moet een gelijkaardig goed worden teruggegeven)
4. Domeingoederen
= goederen die toebehoren aan publiekrechtelijke rechtspersonen (=overheidsgoederen), worden
beheerd volgens strikte wettelijke voorschriften
2 categorieën:
o Die behoren tot openbaar domein: zijn bestemd tot het gebruik van allen (bv infrastructuur)
o Die behoren tot privaat domein: worden niet gebruikt voor algemene taken van belang,
derden kunnen er wel beslag op leggen
, 5. Zelfstandige zakelijke rechten en zakelijke zekerheidsrechten
Zelfstandige zakelijke rechten: staan op zichzelf, we krijgen er heerschappij over zonder dat die in
een andere juridische relatie zijn oorzaak vindt (bv eigendomsrecht)
Zakelijke zekerheidsrechten: onzelfstandig, bestaan als bijkomend recht bij een vorderingsrecht
(dient dan als waarborg van VR), we hebben er aanspraak op dankzij een andere juridische relatie (bv
hypotheek)
Persoonlijke zekerheden: waarborgen de terugbetaling door een persoon (maakt deel uit van
contactenrecht)
HS2: zelfstandige zakelijke rechten
1. De kenmerken van het zakelijk recht
Titularis heeft onmiddellijke macht op dit goed belangrijk verschil met vorderingsrecht
Kenmerken ZR:
o Heeft een absoluut karakter: tegenwerpbaar aan iedereen (onroerende pas na vereiste
publiciteit in register van Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie)
o Aantal zakelijke rechten is gelimiteerd: beperkend geregeld in de wet
2. Het eigendomsrecht
Begrip en inhoud
o = verleent de eigenaar rechtstreeks het recht om het voorwerp te gebruiken, ervan genot te
hebben en erover te beschikken eigenaar: volheid van bevoegdheden
o Genotsrecht: eigenaar mag opbrengsten innen
o Gebruiksrecht: eigenaar mag aanwenden voor eigen doelstellingen
o Beschikken: eigenaar mag vervreemden of vernietigen
Verwerven van eigendom
o Afgeleide eigendomsverwerving: eigendomsrecht van ene naar de andere titularis
- Bij overeenkomst
- Bij éénzijdig overheidsoptreden
- Via overlijden
o Oorspronkelijke eigendomsverwerving:
- Toe-eigening: voor zaken die geen eigenaar hebben
- Gevonden zaken: vinder moet poging doen tot vinden eigenaar, kan aangifte
doen en indien eigenaar niet bekend is/niet komt ophalen, kan vinder beschikken
over het goed (na 6 maanden, behalve bij fietsen (3) en snelle
waardevermindering)
- Achtergelaten voorwerpen: bewust achtergelaten, kan toegeëigend worden door
de vinder
- Natrekking: eigenaar heeft recht op al wat het goed voortbrengt en wat als
bijzaak ermee verenigd wordt (= eigenaar van alle inherente bestanddelen)
Eigendomsvermoeden: weerlegbaar vermoeden, bezitter krijgt ter goeder trouw het bezit als titel
Beperkingen van het eigendomsrecht
o Beperkingen in het privaatrecht:
Deel 5: goederen- en zakenrecht
HS1: indeling van de goederen
1. Lichamelijke en onlichamelijke goederen
Lichamelijke= zintuiglijk waarneembare goederen, gemeten volgens momentopname (=zaken)
Onlichamelijke= onstoffelijke goederen van de menselijke geest of abstracte gehelen (bv
auteursrecht)
o Eigendomsrecht wordt vereenzelvigd met het goed (kan eventueel opgesplitst worden)
2. Roerende en onroerende goederen
Een voorbijgestreefd onderscheid
o BW 1804: onderscheid onroerend <-> roerend
o Onroerend waren toen de voornaamste productiemiddelen
o Nu: onderscheid minder economisch relevant kritiek
o Juridische verschillen: procedure, verjaring, fiscaal recht, registratierecht, btw, …
Onroerende goederen
o Onroerend door hun aard: ze zijn niet-verplaatsbaar (bv gebouwen, gronden)
o Onroerend door incorporatie: roerende goederen zijn verenigd met onroerende goederen,
en hebben daardoor hun zelfstandigheid verloren
o Onroerend door bestemming: zijn in aard roerend maar worden door wet als onroerend
beschouwd omdat ze daarvoor bestemd zijn
Roerende goederen
o Roerend door hun aard: ze zijn verplaatsbaar
o Roerend door wetsbepaling: door de wet zo beslist, bv bij twijfel tussen onderscheid
o Roerend door anticipatie: het goed maakt deel uit van een onroerend goed, maar wordt met
oog op de toekomst afzonderlijk beschouwd
3. Gebruiks- en verbruiksgoederen
Gebruiksgoed= kan meer dan 1 keer gebruikt worden
Verbruiksgoed= gaat teniet bij 1ste normaal gebruik
o Onderscheid= belangrijk voor teruggaveplicht (bij bruikleen moet hetzelfde goed worden
teruggegeven <-> bij verbruiklening moet een gelijkaardig goed worden teruggegeven)
4. Domeingoederen
= goederen die toebehoren aan publiekrechtelijke rechtspersonen (=overheidsgoederen), worden
beheerd volgens strikte wettelijke voorschriften
2 categorieën:
o Die behoren tot openbaar domein: zijn bestemd tot het gebruik van allen (bv infrastructuur)
o Die behoren tot privaat domein: worden niet gebruikt voor algemene taken van belang,
derden kunnen er wel beslag op leggen
, 5. Zelfstandige zakelijke rechten en zakelijke zekerheidsrechten
Zelfstandige zakelijke rechten: staan op zichzelf, we krijgen er heerschappij over zonder dat die in
een andere juridische relatie zijn oorzaak vindt (bv eigendomsrecht)
Zakelijke zekerheidsrechten: onzelfstandig, bestaan als bijkomend recht bij een vorderingsrecht
(dient dan als waarborg van VR), we hebben er aanspraak op dankzij een andere juridische relatie (bv
hypotheek)
Persoonlijke zekerheden: waarborgen de terugbetaling door een persoon (maakt deel uit van
contactenrecht)
HS2: zelfstandige zakelijke rechten
1. De kenmerken van het zakelijk recht
Titularis heeft onmiddellijke macht op dit goed belangrijk verschil met vorderingsrecht
Kenmerken ZR:
o Heeft een absoluut karakter: tegenwerpbaar aan iedereen (onroerende pas na vereiste
publiciteit in register van Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie)
o Aantal zakelijke rechten is gelimiteerd: beperkend geregeld in de wet
2. Het eigendomsrecht
Begrip en inhoud
o = verleent de eigenaar rechtstreeks het recht om het voorwerp te gebruiken, ervan genot te
hebben en erover te beschikken eigenaar: volheid van bevoegdheden
o Genotsrecht: eigenaar mag opbrengsten innen
o Gebruiksrecht: eigenaar mag aanwenden voor eigen doelstellingen
o Beschikken: eigenaar mag vervreemden of vernietigen
Verwerven van eigendom
o Afgeleide eigendomsverwerving: eigendomsrecht van ene naar de andere titularis
- Bij overeenkomst
- Bij éénzijdig overheidsoptreden
- Via overlijden
o Oorspronkelijke eigendomsverwerving:
- Toe-eigening: voor zaken die geen eigenaar hebben
- Gevonden zaken: vinder moet poging doen tot vinden eigenaar, kan aangifte
doen en indien eigenaar niet bekend is/niet komt ophalen, kan vinder beschikken
over het goed (na 6 maanden, behalve bij fietsen (3) en snelle
waardevermindering)
- Achtergelaten voorwerpen: bewust achtergelaten, kan toegeëigend worden door
de vinder
- Natrekking: eigenaar heeft recht op al wat het goed voortbrengt en wat als
bijzaak ermee verenigd wordt (= eigenaar van alle inherente bestanddelen)
Eigendomsvermoeden: weerlegbaar vermoeden, bezitter krijgt ter goeder trouw het bezit als titel
Beperkingen van het eigendomsrecht
o Beperkingen in het privaatrecht: