HOOFDSTUK 1 - SOCIOLOGISCH DENKEN
Waarom sociologie?
We zien vaak de context over het hoofd, nochtans is dat belangrijks om:
Inzicht te krijgen in mensen en hun gedrag
Alles is contigent, maar niet arbitrair
Alles is contingent:
= gewoontes, handelingen, instellingen... die voor ons
vanzelfsprekend zijn, zijn elders vaak totaal anders, en hadden zich
dus ook bij ons op een andere manier kunnen ontwikkelen
Sociologie:
= het vanzelfsprekende ‘loslaten’, wat als ...
1
,Alles is contigent, maar niet arbitrair
... Maar niet arbitrair
GEEN TOEVAL
Socioloog zoekt naar PATRONEN en naar SOCIALE DETERMINATEN
daarvan en SAMENHANG
Vb. is het toevallig dat Zweden voor een andere aanpak koos in de
coronacrisis dan België?
Vb. is het toevallig dat we een verband zien tussen inkomen en
gezondheid?
Alles is contigent, maar niet arbitrair
Samenleving = door mensen gemaakt, niet door opperwezen, God, ...
< Verlichtingsdenken>
!!! Gevaar voor chaos??? => het ORDE vraagstuk
Indien wetten slechts conventies zijn, door mensen gemaakt, waarom
worden ze dan nageleefd? (JJ Rousseau)
!!! (naam en datum niet
vanbuiten kennen, wel kunnen
uitleggen)
2
,De sociologische verbeelding: denken zoals een socioloog
Toepassing sociologische verbeelding
Toepassing: probeer de sociologische verbeelding eens toe te passen op
jouw beslissing om verder te studeren
In hoeverre was dit een individuele beslissing en hoeverre ben je
beïnvloed door jouw sociale context?
Op microniveau: gezin, familie, vrienden
Op mesoniveau: de kenmerken van de organisatie waarin je
werkt(e), de buurt waarin je woont, ...
Op macroniveau: de kenmerken van onze maatschappij zoals die
nu is.
De sociale context
De 3 niveaus binnen de ‘sociale context’
1. Mirco: het gezin, de vriendengroep, en rolrelaties hierin (ouder-
kind, werkgever-werknemer, ...) de samenleving, sociale
categorieën ...
2. Meso: sociale instituties, groeperingen...
3. Macro: de samenleving, sociale categorieën ...
Contextuele factoren
3
, = de kenmerken van de sociale context waarin de interactie plaats vindt
die de interactie beïnvloeden
5 soorten:
1. Sociologische factoren
2. Demografische factoren
3. Materiële factoren
4. Economische factoren
5. (Ecologische factoren)
Sociologische factoren
Factoren die zelf het resultaat zijn van interactie tussen personen en op
hun beurt nieuwe interacties beïnvloeden
Vb. tweet Trump --> onrust
Vb. coronamaatregelen
Demografische factoren
Structurele kenmerken van een bevolkingsgroep
Vb. leeftijdsstructuur, bevolkingsdichtheid, sterfte,
huwelijkscijfers, migratie, vergrijzing, ...
Materiële factoren
Grondstoffen, technologie, infrastructuur, ... waarover een maatschappij
beschikt
Economische factoren
Vb. werkloosheid
INTERACTIE
4