Eerste deel van het vak best studeren van powerpoint. Maar cursus ook belangrijk
Powerpoint 1: algemeen
3 schattingsmethodes:
Vergelijkende, analytische en rendementsmethode.
Minnelijke expertise: 1 persoon vraagt “ ik wil een pand kopen maar ik weet niet of die vraagprijs
redelijk is” of mensen die hun pand gaan verkopen “wat is de correcte waarde van het pand”
Gerechtelijke expertise: opdracht krijg je van rechter en de rechter kiest dan of die de expert volgt of
niet. ( wordt uitgebreid in 2e semester behandeld)
In België is er geen reglementering voorzien over wie er mag/kan schatten. Iedereen kan schattingen
gaan doen.
Traditioneel doet landmeter-expert schattingen maar tegenwoordig doen ook notarissen,
architecten, vastgoedexperten, makelaars,… schattingen.
Zien dat er geen belangenvermenging is want bedoeling van schatting is dat er een waardebepaling
objectief wordt uitgevoerd.
Begrippen
Gebruikswaarde: lucht, gezondheid,… -> hier hechten mensen veel waarde aan maar kan niet
gekocht worden.
Ruilwaarde -> voor goederen die verhandelbaar zijn, kan van persoon A naar persoon B gaan.
4 hoofdvoorwaarden:
Het voorwerp moet voldoen aan een verlangen (er moet vraag zijn)
Voorwerp moet moeilijk aan te schaffen zijn (want als het er in overvloed is, dan heeft het
geen waarde meer)
Het voorwerp moet verhandelbaar zijn
Voorwerp mag niet strijdig zijn met de openbare orde
Intrinsieke (innerlijke) waarde:
Is objectief, waarde wordt bepaald op basiswvan de innerlijke eigenschappen. Wat is de vorm,
volume, wat zijn de afmetingen,…
Extrinsieke (uiterlijke) waarde:
Is subjectief, afhankelijk van de persoon die de waardebepaling moet gaan doen.
Gelegenheidwaarde: bv stel je hebt 2 aan elkaar palende percelen. Perceel A is een rechthoekig
perceel met een “uitstulpsel”. Perceel B is het rechthoekig perseel. Perceel A wil het uitstulpsel
verkopen, voor persoon A heeft dat stukje grond weinig waarde omdat die er toch niks aan heeft.
Persoon B hecht wel veel gelegenheidswaarde aan het stukje grond. Voor persoon B is er wel een
grote gelegenheidswaarde en heeft die er meer geld voor over dan dat het eigenlijk waard zou zijn.
Gemoedswaarde/gevoelswaarde:
Subjectief. Bv huis waar ouders, grootouders,… in hebben gewoond.
Nieuwbouwwaarde:
Kan architect perfect inschatten. Is de waarde van het goed op het ogenblik van zijn afwerking,
zonder rekening te houden met vetusteit /veroudering.
Powerpoint 1: algemeen
3 schattingsmethodes:
Vergelijkende, analytische en rendementsmethode.
Minnelijke expertise: 1 persoon vraagt “ ik wil een pand kopen maar ik weet niet of die vraagprijs
redelijk is” of mensen die hun pand gaan verkopen “wat is de correcte waarde van het pand”
Gerechtelijke expertise: opdracht krijg je van rechter en de rechter kiest dan of die de expert volgt of
niet. ( wordt uitgebreid in 2e semester behandeld)
In België is er geen reglementering voorzien over wie er mag/kan schatten. Iedereen kan schattingen
gaan doen.
Traditioneel doet landmeter-expert schattingen maar tegenwoordig doen ook notarissen,
architecten, vastgoedexperten, makelaars,… schattingen.
Zien dat er geen belangenvermenging is want bedoeling van schatting is dat er een waardebepaling
objectief wordt uitgevoerd.
Begrippen
Gebruikswaarde: lucht, gezondheid,… -> hier hechten mensen veel waarde aan maar kan niet
gekocht worden.
Ruilwaarde -> voor goederen die verhandelbaar zijn, kan van persoon A naar persoon B gaan.
4 hoofdvoorwaarden:
Het voorwerp moet voldoen aan een verlangen (er moet vraag zijn)
Voorwerp moet moeilijk aan te schaffen zijn (want als het er in overvloed is, dan heeft het
geen waarde meer)
Het voorwerp moet verhandelbaar zijn
Voorwerp mag niet strijdig zijn met de openbare orde
Intrinsieke (innerlijke) waarde:
Is objectief, waarde wordt bepaald op basiswvan de innerlijke eigenschappen. Wat is de vorm,
volume, wat zijn de afmetingen,…
Extrinsieke (uiterlijke) waarde:
Is subjectief, afhankelijk van de persoon die de waardebepaling moet gaan doen.
Gelegenheidwaarde: bv stel je hebt 2 aan elkaar palende percelen. Perceel A is een rechthoekig
perceel met een “uitstulpsel”. Perceel B is het rechthoekig perseel. Perceel A wil het uitstulpsel
verkopen, voor persoon A heeft dat stukje grond weinig waarde omdat die er toch niks aan heeft.
Persoon B hecht wel veel gelegenheidswaarde aan het stukje grond. Voor persoon B is er wel een
grote gelegenheidswaarde en heeft die er meer geld voor over dan dat het eigenlijk waard zou zijn.
Gemoedswaarde/gevoelswaarde:
Subjectief. Bv huis waar ouders, grootouders,… in hebben gewoond.
Nieuwbouwwaarde:
Kan architect perfect inschatten. Is de waarde van het goed op het ogenblik van zijn afwerking,
zonder rekening te houden met vetusteit /veroudering.