Is liefde lastig? – Reine De Pelseneer
1. Tijd (WB 238-239)
a. Tijdskader
Het boek speelt zich in het heden af, want op p.11 zegt Esther tegen Lisse (de
hoofdrolspeelster): “ Zit je nu weer te sms’en?” Door dit zinnetje had ik al een vermoeden
dat het in het heden afspeelt.
Doordat er vier verhaaltjes door elkaar worden vermengd, kon je nog meer elementen
uithalen zoals : op p.14 schrijft de schrijver over Tino: “Pas op de tram op weg naar huis
maakt Tino’s schuldgevoel plaats voor opluchting.” Op p.25 schrijft de schrijver in het
standpunt van Seb: “ Hij heeft er een hekel aan als vrienden ongevraagd foto’s van hem op
Facebook posten.” Op diezelfde pagina kom je ook te weten wat Elke studeert ‘Toegepaste
Economische Wetenschappen’ en dit is ook iets voor het heden.
Je kan ook van op het vlak van muziek beslissen als het in het heden is, want op p.35 luistert
Tino naar “Get away from here van Netsky”. Er komen liedjes in voor dat deze tijd populair
zijn.
b. De vertelde tijd versus de verteltijd + versnellingen en vertragingen (d)
De vertelde tijd gaat eigenlijk over heel de maand Juni, Juli en Augustus en de eerste drie
dagen van September. De hoofdstukken zijn “ Foute verwachtingen Juni (p.5), Nieuwsgierige
twijfel Juli (p.67), De muziek van het toeval Augustus (p.177), Denken, voelen, springen, zien
September (p.283).
Het boek heeft in totaal 295 pagina’s, maar de laatste pagina’s zijn bronvermeldingen van
boeken, gedichten, citaten en liedjes.
Doordat de personages in het verloop van het verhaal elkaar leren kennen, lees je wel in
verschillende standpunten hetzelfde verhaal.
c. De chronologie van de vertelling.
Het verhaal is soms chronologisch, “op p. 6-37, gaat het van 6 Juni middag tot aan met 7 Juni
ochtend.” Dus eigenlijk is het voor een deel chronologisch, maar soms springen ze dagen
over. Het zijn niet zoveel dagen, het is niet alsof ze van beginnen met Juni en dan heel Juni
overslaan, zodat ze direct kunnen beginnen met Juli.
Er komen niet zoveel Flashbacks in het verhaal, maar alleen wanneer Ada praat over haar
ontmoeting met haar overleden man. Dit kan je lezen op p.103 daar vertelt Ada tegen Lisse:
“Het is allemaal begonnen met een appel/ Ik stond achter de toonbank in de winkel van mijn
ouders, hier in Antwerpen in Sint-Adries, toen er een jongeman binnenstapte….”
1. Tijd (WB 238-239)
a. Tijdskader
Het boek speelt zich in het heden af, want op p.11 zegt Esther tegen Lisse (de
hoofdrolspeelster): “ Zit je nu weer te sms’en?” Door dit zinnetje had ik al een vermoeden
dat het in het heden afspeelt.
Doordat er vier verhaaltjes door elkaar worden vermengd, kon je nog meer elementen
uithalen zoals : op p.14 schrijft de schrijver over Tino: “Pas op de tram op weg naar huis
maakt Tino’s schuldgevoel plaats voor opluchting.” Op p.25 schrijft de schrijver in het
standpunt van Seb: “ Hij heeft er een hekel aan als vrienden ongevraagd foto’s van hem op
Facebook posten.” Op diezelfde pagina kom je ook te weten wat Elke studeert ‘Toegepaste
Economische Wetenschappen’ en dit is ook iets voor het heden.
Je kan ook van op het vlak van muziek beslissen als het in het heden is, want op p.35 luistert
Tino naar “Get away from here van Netsky”. Er komen liedjes in voor dat deze tijd populair
zijn.
b. De vertelde tijd versus de verteltijd + versnellingen en vertragingen (d)
De vertelde tijd gaat eigenlijk over heel de maand Juni, Juli en Augustus en de eerste drie
dagen van September. De hoofdstukken zijn “ Foute verwachtingen Juni (p.5), Nieuwsgierige
twijfel Juli (p.67), De muziek van het toeval Augustus (p.177), Denken, voelen, springen, zien
September (p.283).
Het boek heeft in totaal 295 pagina’s, maar de laatste pagina’s zijn bronvermeldingen van
boeken, gedichten, citaten en liedjes.
Doordat de personages in het verloop van het verhaal elkaar leren kennen, lees je wel in
verschillende standpunten hetzelfde verhaal.
c. De chronologie van de vertelling.
Het verhaal is soms chronologisch, “op p. 6-37, gaat het van 6 Juni middag tot aan met 7 Juni
ochtend.” Dus eigenlijk is het voor een deel chronologisch, maar soms springen ze dagen
over. Het zijn niet zoveel dagen, het is niet alsof ze van beginnen met Juni en dan heel Juni
overslaan, zodat ze direct kunnen beginnen met Juli.
Er komen niet zoveel Flashbacks in het verhaal, maar alleen wanneer Ada praat over haar
ontmoeting met haar overleden man. Dit kan je lezen op p.103 daar vertelt Ada tegen Lisse:
“Het is allemaal begonnen met een appel/ Ik stond achter de toonbank in de winkel van mijn
ouders, hier in Antwerpen in Sint-Adries, toen er een jongeman binnenstapte….”