Begrippenlijst Criminologie
Hoofdstuk I: De criminologische wetenschap:
inleidende beschouwingen
Ophelderingspercentage = percentage van alle opgeloste misdrijven.
Darknumber = criminaliteit die gepleegd wordt, zonder dat we dit weten.
Afhankelijk van: - Aangiftebereidheid
- Opsporingsbereidheid
Blauwekragencriminaliteit = criminaliteit gepleegd op de werkvloer
door de arbeiders.
Kortebroekencriminaliteit = criminaliteit gepleegd door jongeren
bv.hackers.
Witteboordencriminaliteit = criminaliteit gepleegd door mensen met
een hoog sociaal aanzien, tijdens de uitoefening van hun beroep. Ze zien
dit zelf niet aan als criminaliteit en als ze betrapt worden, komen ze niet
voor de strafrechter.
Natuurlijk misdrijf = (Garofalo) poogde onder de strafbaar gestelde
handelingen deze te selecteren waaraan eenzelfde natuurlijke
wetmatigheid ten grondslag lag, nl.een gebrek aan een essentieel morele
zin, een inferieure graad van individuele moraliteit.
Penaliseren = straf aan misdrijf verbinden.
Depenaliseren = geen straf meer aan het misdrijf verbinden.
Conduct norms = biedt de criminoloog een meer solide basis voor de
ontwikkeling van universele categorieën dan de studie van misdrijven
zoals zij door het strafrecht gedefinieerd zijn.
Abolitionisme = gevangenis (niet juiste plek) -> afbreken
Decriminaliseren = een bepaalde misdrijf uit het strafrecht halen ->
misdrijf is niet meer strafbaar.
Jappenkampen = troostmeisjes -> prostituees -> Japanners
Radicale (criminologie) = op een andere manier naar iets kijken. (=
kritische criminologie: vorm van kritische criminologiebeoefening)
State crimes = criminaliteit die gecriminaliseerd wordt door de staat.
, Empirisch = er voorafgaand wetenschappelijk onderzoek gebeurd.
Kleine criminaliteit = staatcriminaliteit
Geregistreerde criminaliteit = aangegeven bij de politie.
Vermogenscriminaliteit = goederen
Rondtrekkende dadergroepen = groepen die aan criminaliteit doen. Ze
hebben een lage pakkans omdat ze snel vertrekken.
Criminosofie = filosofische belangstelling van het criminele.
Autonome (multidisciplinaire wetenschap) = proberen een antwoord
te geven hoe we criminaliteit moeten aanpakken.
‘La defance sociale’ = (Marc Ancel) sociaal verweer: de samenleving
heeft het recht om zich te beschermen, om u een straf op te leggen.
Theoretische criminologie = de doelstelling is te komen tot een
verfijning van de wetenschappelijke theoretische inzichten in de
criminaliteit of in sommige aspecten ervan. (wordt ook gouvernementele
criminologie genoemd?)
Toegepaste criminologie = beleidsmatige criminologie/
beleidsondersteunende criminologie. Het oplossen van concrete
criminologische problemen staat voorop. Wordt ook klinische criminologie
genoemd (bij de diagnose en prognose van het gedrag van een concrete
delinquent).
Hoofdstuk II: De historische ontwikkeling van de
criminologische wetenschap.
Utopie (= Daar waar het allemaal goed gaat (bv. Thomas Moore: Utopia))
<-> distopie
(= Daar waar het allemaal slecht gaat ( bv. George Orwell: Animal Farm))
Apparente criminaliteit = statistiek (3 soorten):
Criminele statistiek
Politiële statistiek (= geregistreerde)
Gerechtelijke statistiek (= gevangenis
statistiek)
Reële criminaliteit = wat er echt gebeurt.
Sociologische verklaring van een sociaal verschijnsel (onderscheidt
Durkheim): 2 vormen:
Hoofdstuk I: De criminologische wetenschap:
inleidende beschouwingen
Ophelderingspercentage = percentage van alle opgeloste misdrijven.
Darknumber = criminaliteit die gepleegd wordt, zonder dat we dit weten.
Afhankelijk van: - Aangiftebereidheid
- Opsporingsbereidheid
Blauwekragencriminaliteit = criminaliteit gepleegd op de werkvloer
door de arbeiders.
Kortebroekencriminaliteit = criminaliteit gepleegd door jongeren
bv.hackers.
Witteboordencriminaliteit = criminaliteit gepleegd door mensen met
een hoog sociaal aanzien, tijdens de uitoefening van hun beroep. Ze zien
dit zelf niet aan als criminaliteit en als ze betrapt worden, komen ze niet
voor de strafrechter.
Natuurlijk misdrijf = (Garofalo) poogde onder de strafbaar gestelde
handelingen deze te selecteren waaraan eenzelfde natuurlijke
wetmatigheid ten grondslag lag, nl.een gebrek aan een essentieel morele
zin, een inferieure graad van individuele moraliteit.
Penaliseren = straf aan misdrijf verbinden.
Depenaliseren = geen straf meer aan het misdrijf verbinden.
Conduct norms = biedt de criminoloog een meer solide basis voor de
ontwikkeling van universele categorieën dan de studie van misdrijven
zoals zij door het strafrecht gedefinieerd zijn.
Abolitionisme = gevangenis (niet juiste plek) -> afbreken
Decriminaliseren = een bepaalde misdrijf uit het strafrecht halen ->
misdrijf is niet meer strafbaar.
Jappenkampen = troostmeisjes -> prostituees -> Japanners
Radicale (criminologie) = op een andere manier naar iets kijken. (=
kritische criminologie: vorm van kritische criminologiebeoefening)
State crimes = criminaliteit die gecriminaliseerd wordt door de staat.
, Empirisch = er voorafgaand wetenschappelijk onderzoek gebeurd.
Kleine criminaliteit = staatcriminaliteit
Geregistreerde criminaliteit = aangegeven bij de politie.
Vermogenscriminaliteit = goederen
Rondtrekkende dadergroepen = groepen die aan criminaliteit doen. Ze
hebben een lage pakkans omdat ze snel vertrekken.
Criminosofie = filosofische belangstelling van het criminele.
Autonome (multidisciplinaire wetenschap) = proberen een antwoord
te geven hoe we criminaliteit moeten aanpakken.
‘La defance sociale’ = (Marc Ancel) sociaal verweer: de samenleving
heeft het recht om zich te beschermen, om u een straf op te leggen.
Theoretische criminologie = de doelstelling is te komen tot een
verfijning van de wetenschappelijke theoretische inzichten in de
criminaliteit of in sommige aspecten ervan. (wordt ook gouvernementele
criminologie genoemd?)
Toegepaste criminologie = beleidsmatige criminologie/
beleidsondersteunende criminologie. Het oplossen van concrete
criminologische problemen staat voorop. Wordt ook klinische criminologie
genoemd (bij de diagnose en prognose van het gedrag van een concrete
delinquent).
Hoofdstuk II: De historische ontwikkeling van de
criminologische wetenschap.
Utopie (= Daar waar het allemaal goed gaat (bv. Thomas Moore: Utopia))
<-> distopie
(= Daar waar het allemaal slecht gaat ( bv. George Orwell: Animal Farm))
Apparente criminaliteit = statistiek (3 soorten):
Criminele statistiek
Politiële statistiek (= geregistreerde)
Gerechtelijke statistiek (= gevangenis
statistiek)
Reële criminaliteit = wat er echt gebeurt.
Sociologische verklaring van een sociaal verschijnsel (onderscheidt
Durkheim): 2 vormen: