ARBEIDS- EN ORGANISATIEPSYCHOLOGIE
HOOFDSTUK 1: INLEIDING EN SITUERING
1. Afbakening
De A&O psychologie bestudeert:
Hoe gedrag van mensen verandert onder invloed van verschillende
activiteiten die de werkgever, het bestuur of andere autoriteit in een
organisatie ondernemen.
De invloeden van het gedrag van werknemers op de organisatie
Twee richtingen: hoe de onderneming effect heeft op de werknemer EN hoe de
werknemer effect heeft op de onderneming.
Twee belangrijke elementen in de A&O psychologie:
1. De werknemer staat centraal in de A&O psychologie.
2. Een organisatie is een al dan niet geformaliseerde structuur waarbinnen
mensen zich begeven, al of niet bewust doelgericht.
Inhoud van het vakgebied:
Gedragingen, emoties en cognities van mensen in een “werk”setting (voor
een meerderheid van de bevolking een groot deel van hun dagelijkse
tijdsbesteding).
Zowel als het gedrag, de emoties en de cognities van groepen van
werknemers gaan worden bestudeerd. Maar als we het over één individu
hebben dan is dat niet om over pathologieën te spreken, maar over de
gewone mens en hoe deze zich gedraagt in het dagelijkse leven op het
werk.
We spreken in dit vakgebied enkel over de invloeden van betaalde arbeid.
Dit is natuurlijk een beperking, want mensen werken ook nog op andere
momenten of voor andere doeleinden (thuisarbeid, werken tijdens vrije
tijd,…)
A&O psychologie is een toegepaste psychologie en maakt gebruik van
concepten, theorieën en technieken die vanuit vier andere psychologische domeinen
zijn ontleend:
1. Biologische psychologie: bv. erfelijkheid
2. Sociale psychologie: bv.de invloed van mensen op mensen (A&O)
3. Cognitieve psychologie: bv. waarneming en verwerking in de hersenen
1
, Samenvatting A&O - 2015
4. Persoonlijkheidspsychologie: bv. matching binnen een groep of
verschillende persoonlijkheden
Toch zijn er een groot aantal specifieke theorieën en technieken in de A&O
psychologie deze zijn ontwikkelt door de praktische toepassingen. Deze zijn vaak
directer toepasbaar op “real-life” problemen.
Volgens Arnold bestaan er vijf psychologische scholen:
1) PSYCHOANALYTISCHE:
Nadruk op: onbewuste psychologische conflicten
Grondlegger: Freud
Toepassing op A&O: vijandig of irrationeel gedrag op het werk verklaren
door onbewuste psychologische conflicten bv.: de baas had een veel te
hevige reactie op een fout van zijn secretaresse, later bleek dat hij
eigenlijk het moeilijk had met de scheiding die zijn echtgenote had
aangevraagd.
2) TREKBENADERING (TRADE APPROACH):
Nadruk op: stabiele persoonlijkheidskenmerken bv. haarkleur. Die
fluctueren niet snel dus is er de mogelijkheid om te voorspellen.
Toepassing op A&O: goed leiderschap onderzoeken, selectie,…
Is vandaag gebaseerd op 5 fundamentele persoonlijkheidstrekken (zie
verder)
3) FENOMENOLOGISCHE:
Nadruk op: persoonlijke ervaring en het individueel potentieel om
verder te ontwikkelen en verantwoord gedrag te vertonen
Hoe je met bepaalde zaken omgaat
4) BEHAVIORISTISCHE:
Nadruk op: datgene dat mensen doen en hoe het gedrag wordt
beïnvloed door belonen en straffen
Alledaagse zaken
5) SOCIAAL-COGNITIEVE:
Nadruk op: hoe het denken onze relaties en ons gedrag beïnvloed
Deze stromingen komen in de A&O psychologie soms vrij expliciet aan bod,
afhankelijk van de stroming die de psycholoog verkiest. Dankzij de verschillende
2