Doelgroepen C
- Studieomvang: 3 studiepunten
- Docent: Anja Gheyle
- Groep: 5A
- Leerstof: Cursus doelgroepen B+ ppt
- Examen: 17juni 2022; 13:30 – 15:30
- Examenvorm: Examentaak (10 pt.) en openboek examen (30pt.)
- Waar: On campus
- Studietijd: +- 3 dagen = +- 6-7 pagina’s per dag
- Deel: Mens en maatschappij is vrijgesteld
Blokke Herhal Pagin
Hoofdstuk SV
n en a’s
Taak rond gemaakt geen leerstof
Armoede en sociale uitsluiting
meer
Middelengebruik,
middelenmisbruik X 7
en afhankelijkheid
Pleegzorg X 7
Minderjarige slachtoffers van
X 6
mishandeling en verwaarlozing
X 20
,1. Middelengebruik, middelenmisbruik en afhankelijkheid
1.1 Wat zijn drugs?
Drugs
Verzamelnaam voor allerlei stoffen die invloed hebben op de geest
(gevoelens, zintuigen, waarneming en bewustzijn) en die om deze
reden worden gebruikt. Ruimer bekeken zijn er ook bezigheden
(gokken, internetten, gamen,…) die als een drug kunnen werken.
Indeling producten
1. Legale en illegale producten
2. Soft en hard drugs
3 manier waarop drugs kunnen inwerken op onze geest
1. Oppeppende drugs (vb: speed, cocaïne,…)
2. Verdovende drugs (vb: heroïne, alcohol,
slaapmiddelen,…)
3. Bewustzijnsveranderende drugs (vb: canabis, LSD,
tripmiddelen,…)
4 manieren waarop legale en illegale drugs gebruikt
kunnen worden (niet altijd duidelijk)
1. Kennismaken, experimenteren en af en toe gebruiken
2. Regelmatig gebruiken
3. Te veel gebruiken
4. Misbruik of afhankelijkheid
Vuistregel
Effecten van drugs verschillen naargelang het individu, hoe vaak en
hoeveel er wordt gebruikt, de plaats en het moment van het gebruik.
Soort gebruik
1
, 1.2 Diverse factoren, diverse modellen
1. Medisch-psychiatrisch model
Historisch gezien het eerste verklaringsmodel. Afhankelijkheid of
problematisch gebruik wordt hierbij bestempeld als een ziekte die
kan behandeld worden.
2. Gedragsmatige verklaringsmodel
Stelt de (complexe) interactie tussen het individu en zijn omgeving
centraal.
3. Biologisch-genetische verklaringsmodel
Biologische en genetische factoren liggen aan de basis van
problematisch gebruik.
1.3 MMM-model
MMM-model
Multifactorieel verklaringsmodel dat bekijkt of
de mate van problematisch is. Het model
brengt alle ontstaansfactoren samen en stelt
dat elke factor, individueel of in wissel-werking
met elkaar direct of indirect kan leiden tot een
problematisch middelengebruik. Dit model legt
de klemtoon op de complexe interactie tussen
alle factoren.
De 3 M’en
1. Mens
- Kenmerken van de gebruiker
- Persoonsgebonden factoren
- Persoonlijkheid
- Geslacht
- Leeftijd
- Gemoedsgesteldheid
- Kennis
- Verwachtingen
- Waarden en normen
- Biogenetische kwetsbaarheden
2. Middel
- De drug zelf
- Hoeveel
- Hoevaak
- Wijze
3. Milieu
- Context van het gebruik
2
- Studieomvang: 3 studiepunten
- Docent: Anja Gheyle
- Groep: 5A
- Leerstof: Cursus doelgroepen B+ ppt
- Examen: 17juni 2022; 13:30 – 15:30
- Examenvorm: Examentaak (10 pt.) en openboek examen (30pt.)
- Waar: On campus
- Studietijd: +- 3 dagen = +- 6-7 pagina’s per dag
- Deel: Mens en maatschappij is vrijgesteld
Blokke Herhal Pagin
Hoofdstuk SV
n en a’s
Taak rond gemaakt geen leerstof
Armoede en sociale uitsluiting
meer
Middelengebruik,
middelenmisbruik X 7
en afhankelijkheid
Pleegzorg X 7
Minderjarige slachtoffers van
X 6
mishandeling en verwaarlozing
X 20
,1. Middelengebruik, middelenmisbruik en afhankelijkheid
1.1 Wat zijn drugs?
Drugs
Verzamelnaam voor allerlei stoffen die invloed hebben op de geest
(gevoelens, zintuigen, waarneming en bewustzijn) en die om deze
reden worden gebruikt. Ruimer bekeken zijn er ook bezigheden
(gokken, internetten, gamen,…) die als een drug kunnen werken.
Indeling producten
1. Legale en illegale producten
2. Soft en hard drugs
3 manier waarop drugs kunnen inwerken op onze geest
1. Oppeppende drugs (vb: speed, cocaïne,…)
2. Verdovende drugs (vb: heroïne, alcohol,
slaapmiddelen,…)
3. Bewustzijnsveranderende drugs (vb: canabis, LSD,
tripmiddelen,…)
4 manieren waarop legale en illegale drugs gebruikt
kunnen worden (niet altijd duidelijk)
1. Kennismaken, experimenteren en af en toe gebruiken
2. Regelmatig gebruiken
3. Te veel gebruiken
4. Misbruik of afhankelijkheid
Vuistregel
Effecten van drugs verschillen naargelang het individu, hoe vaak en
hoeveel er wordt gebruikt, de plaats en het moment van het gebruik.
Soort gebruik
1
, 1.2 Diverse factoren, diverse modellen
1. Medisch-psychiatrisch model
Historisch gezien het eerste verklaringsmodel. Afhankelijkheid of
problematisch gebruik wordt hierbij bestempeld als een ziekte die
kan behandeld worden.
2. Gedragsmatige verklaringsmodel
Stelt de (complexe) interactie tussen het individu en zijn omgeving
centraal.
3. Biologisch-genetische verklaringsmodel
Biologische en genetische factoren liggen aan de basis van
problematisch gebruik.
1.3 MMM-model
MMM-model
Multifactorieel verklaringsmodel dat bekijkt of
de mate van problematisch is. Het model
brengt alle ontstaansfactoren samen en stelt
dat elke factor, individueel of in wissel-werking
met elkaar direct of indirect kan leiden tot een
problematisch middelengebruik. Dit model legt
de klemtoon op de complexe interactie tussen
alle factoren.
De 3 M’en
1. Mens
- Kenmerken van de gebruiker
- Persoonsgebonden factoren
- Persoonlijkheid
- Geslacht
- Leeftijd
- Gemoedsgesteldheid
- Kennis
- Verwachtingen
- Waarden en normen
- Biogenetische kwetsbaarheden
2. Middel
- De drug zelf
- Hoeveel
- Hoevaak
- Wijze
3. Milieu
- Context van het gebruik
2