2021-
2022
Community based
werken in international
perspectief
SEMESTER 2
BIBICHE WAELPUT
,1
,HOOFDSTUK 1:
VERMAATSCHAPPELIJKING
1. What’s in a name?
Minder instellingen
Meer inclusie
Meer zorg in de maatschappij
1.1. Vermaatschappelijking is hot?
Populaire term met een hoge “aaibaarheidsfactor”
o Want wie kan daar nu tegen zijn?
Tegelijk: containerbegrip dat vele ladingen dekt
o Informele zorg, deïnstitutionalisering,…
Dezelfde terminologie, andere invulling/visie
Onderhevig aan discussie en kritiek
1.2. Vermaatschappelijking: een sociohistorische benadering
Eerste variant: midden 20ste eeuw overheid trekt steeds meer
zorgverantwoordelijkheden naar zich toe van privésfeer naar openbare sfeer
verzorgingsstaat
Tweede variant: Jaren ‘60 – ’70: kritiek op residentiële zorg
o Extramuralisering van de zorg: recht op volwaardige deelname aan de
maatschappij (positie van patiënt als gebruiker patiëntenbeweging)
Extramuralisering = streven om buiten de muren van een
intramurale instelling (waar iemand opgenomen wordt)
gelijkwaardige zorg te bieden. (bv in eigen woning).
o Ontmanteling van de traditionele psychiatrische ziekenhuizen (Basaglia-
we 1978): deïnstitutionalisering
o Oprichting centra GGZ, PAAZ en dagziekenhuizen
o Belangrijke rol voor de eerste lijnszorg + nulde lijn (mantelzorg, zelfhulp)
concentrische cirkels, Art. 107. Als iemand zorg nodig heeft beginnen
we bij 1 en gaan we zo de zorg gaan opschalen. Vroeger gingen we
vooral bij 5 beginnen en dat gaf heel wat problemen (financieel,…)
o Goede vermaatschappelijking van zorg is nooit een doel op zich en houdt
rekening met heel wat belangrijke factoren.
o Vermaatschappelijking is niet ‘goed’ en niet ‘slecht’. Het zorgt voor een
aantal dynamieken.
2
, Derde variant: normalisatieprincipe: onderscheid beperking – handicap
o Beperking: persoonskenmerk en de persoon is zijn beperking
o Ook terminologie: persoon met…
o Handicap: verlies van functionaliteit van de beperking als samenleving er niet
goed op inspeelt
o Samenleving heeft als geheel verantwoordelijkheid voor de gevolgen van
individuele kenmerken
Vierde variant: uitgangspunt: veronderstelde ineffectiviteit van de sociale sector
en een ander beeld van de moderne burger van verzorgingsstaat naar
participatiestaat: opnemen van de eigen verantwoordelijkheden (en omgeving)
staat centraal wantrouwen t.o.v. de zorg ontvangende medeburger +
besparingen + verhogen van indicatie-eisen voor zorg
centraal: (her)verdelen van zorgverantwoordelijkheden
In kielzog neoliberaal discours: veranderd mensbeeld
Recht versus plicht tot participatie
burgers en hun sociaal netwerk krijgen meer verantwoordelijkheid
doorgeschoven ↔paradox succesfactor voor realiseren van
vermaatschappelijking
Garantie recht op zorg?
Vb. persoonsgebonden financiering
3
2022
Community based
werken in international
perspectief
SEMESTER 2
BIBICHE WAELPUT
,1
,HOOFDSTUK 1:
VERMAATSCHAPPELIJKING
1. What’s in a name?
Minder instellingen
Meer inclusie
Meer zorg in de maatschappij
1.1. Vermaatschappelijking is hot?
Populaire term met een hoge “aaibaarheidsfactor”
o Want wie kan daar nu tegen zijn?
Tegelijk: containerbegrip dat vele ladingen dekt
o Informele zorg, deïnstitutionalisering,…
Dezelfde terminologie, andere invulling/visie
Onderhevig aan discussie en kritiek
1.2. Vermaatschappelijking: een sociohistorische benadering
Eerste variant: midden 20ste eeuw overheid trekt steeds meer
zorgverantwoordelijkheden naar zich toe van privésfeer naar openbare sfeer
verzorgingsstaat
Tweede variant: Jaren ‘60 – ’70: kritiek op residentiële zorg
o Extramuralisering van de zorg: recht op volwaardige deelname aan de
maatschappij (positie van patiënt als gebruiker patiëntenbeweging)
Extramuralisering = streven om buiten de muren van een
intramurale instelling (waar iemand opgenomen wordt)
gelijkwaardige zorg te bieden. (bv in eigen woning).
o Ontmanteling van de traditionele psychiatrische ziekenhuizen (Basaglia-
we 1978): deïnstitutionalisering
o Oprichting centra GGZ, PAAZ en dagziekenhuizen
o Belangrijke rol voor de eerste lijnszorg + nulde lijn (mantelzorg, zelfhulp)
concentrische cirkels, Art. 107. Als iemand zorg nodig heeft beginnen
we bij 1 en gaan we zo de zorg gaan opschalen. Vroeger gingen we
vooral bij 5 beginnen en dat gaf heel wat problemen (financieel,…)
o Goede vermaatschappelijking van zorg is nooit een doel op zich en houdt
rekening met heel wat belangrijke factoren.
o Vermaatschappelijking is niet ‘goed’ en niet ‘slecht’. Het zorgt voor een
aantal dynamieken.
2
, Derde variant: normalisatieprincipe: onderscheid beperking – handicap
o Beperking: persoonskenmerk en de persoon is zijn beperking
o Ook terminologie: persoon met…
o Handicap: verlies van functionaliteit van de beperking als samenleving er niet
goed op inspeelt
o Samenleving heeft als geheel verantwoordelijkheid voor de gevolgen van
individuele kenmerken
Vierde variant: uitgangspunt: veronderstelde ineffectiviteit van de sociale sector
en een ander beeld van de moderne burger van verzorgingsstaat naar
participatiestaat: opnemen van de eigen verantwoordelijkheden (en omgeving)
staat centraal wantrouwen t.o.v. de zorg ontvangende medeburger +
besparingen + verhogen van indicatie-eisen voor zorg
centraal: (her)verdelen van zorgverantwoordelijkheden
In kielzog neoliberaal discours: veranderd mensbeeld
Recht versus plicht tot participatie
burgers en hun sociaal netwerk krijgen meer verantwoordelijkheid
doorgeschoven ↔paradox succesfactor voor realiseren van
vermaatschappelijking
Garantie recht op zorg?
Vb. persoonsgebonden financiering
3