Psychopathologie kinderen en
adolescenten
Attention Deficit Hyperactivity Disorder (ADHD) les 5
Inleiding
Diagnostische kenmerken
Epidemiologie, beloop en prognose
Etiologie
Diagnostisch onderzoek
Comorbiditeit
Behandeling
1. Inleiding
(enkele reacties over ADHD)
Geschiedenis ADHD
Weikard (1775)
Crichton (1798)
Still (1902)
Kahn, Cohen (1934)
Pasamanick (1956) ‘minimal brain Dysfunction’
, DSM-II (APA, 1968) ‘Hyperkinetic reaction of childhood’
DSM-III (APA, 1980) ‘Attention Deficit Disorder’
DSM-III-R (APA, 1987) ‘Attention deficit hyperactivity disorder’ (term is vrij recent
maar het gedrag werd al wel eerder beschreven in 1775 in termen van
gedragsproblemen)
Concept ADHD
Drie kernsymptomen:
1. Aandachtsdeficiëntie
2. Hyperactiviteit
3. Impulsiviteit
(deze kernsymptomen komt bij iedereen wel eens voor enkel bij kinderen met
ADHD is dit in zeer extreme maten)
Gedragsdiagnose (kijken naar gedrag
Extreem van gedragscontinuüm (zeer vaak en zeer intens)
Zeer heterogene groep (er zijn heel veel verschillen tussen de kinderen met
ADHD maar ze hebben wel sommige kenmerken gemeenschappelijk maar niet
alle)
2. Diagnostische kenmerken
Wat is ADHD?
A D H D = Attention Deficit Hyperactivity Disorder of aandachtstekortstoornis met
hyperactiviteit
DSM-V: 2 symptoom clusters: (deze twee clusters komen veel samen voor maar
ze kunnen ook onafhankelijk van elkaar voorkomen)
1. Onaandachtigheid
2. Hyperactiviteit-impulsiviteit
DSM-V criteria onaandachtigheid
Niet voldoende aandacht schenken aan details en achteloze fouten
maken;
Moeite om de aandacht bij taak of spel te houden; (fladderen van het ene
naar het andere gedacht)
Lijkt niet te luisteren als hij direct aangesproken wordt; (het kind kan ook in
hyperfocus zitten en een boodschap van mama wel horen maar het
signaal komt niet krachtig genoeg binnen om een gedragsverandering te
weeg te brengen, om zeker te zijn dat het signaal binnen komt oogcontact
maken of iets luider praten)
Volgt aanwijzingen niet op en slaagt er niet in om taken af te maken;
Moeite met organiseren van taken en activiteiten
Vermijdt vaak om, heeft een afkeer van, of is onwillig om zich bezig te
houden met taken die een langdurige geestelijke inspanning vereisen
Raakt vaak dingen kwijt die nodig zijn voor taken of bezigheden
adolescenten
Attention Deficit Hyperactivity Disorder (ADHD) les 5
Inleiding
Diagnostische kenmerken
Epidemiologie, beloop en prognose
Etiologie
Diagnostisch onderzoek
Comorbiditeit
Behandeling
1. Inleiding
(enkele reacties over ADHD)
Geschiedenis ADHD
Weikard (1775)
Crichton (1798)
Still (1902)
Kahn, Cohen (1934)
Pasamanick (1956) ‘minimal brain Dysfunction’
, DSM-II (APA, 1968) ‘Hyperkinetic reaction of childhood’
DSM-III (APA, 1980) ‘Attention Deficit Disorder’
DSM-III-R (APA, 1987) ‘Attention deficit hyperactivity disorder’ (term is vrij recent
maar het gedrag werd al wel eerder beschreven in 1775 in termen van
gedragsproblemen)
Concept ADHD
Drie kernsymptomen:
1. Aandachtsdeficiëntie
2. Hyperactiviteit
3. Impulsiviteit
(deze kernsymptomen komt bij iedereen wel eens voor enkel bij kinderen met
ADHD is dit in zeer extreme maten)
Gedragsdiagnose (kijken naar gedrag
Extreem van gedragscontinuüm (zeer vaak en zeer intens)
Zeer heterogene groep (er zijn heel veel verschillen tussen de kinderen met
ADHD maar ze hebben wel sommige kenmerken gemeenschappelijk maar niet
alle)
2. Diagnostische kenmerken
Wat is ADHD?
A D H D = Attention Deficit Hyperactivity Disorder of aandachtstekortstoornis met
hyperactiviteit
DSM-V: 2 symptoom clusters: (deze twee clusters komen veel samen voor maar
ze kunnen ook onafhankelijk van elkaar voorkomen)
1. Onaandachtigheid
2. Hyperactiviteit-impulsiviteit
DSM-V criteria onaandachtigheid
Niet voldoende aandacht schenken aan details en achteloze fouten
maken;
Moeite om de aandacht bij taak of spel te houden; (fladderen van het ene
naar het andere gedacht)
Lijkt niet te luisteren als hij direct aangesproken wordt; (het kind kan ook in
hyperfocus zitten en een boodschap van mama wel horen maar het
signaal komt niet krachtig genoeg binnen om een gedragsverandering te
weeg te brengen, om zeker te zijn dat het signaal binnen komt oogcontact
maken of iets luider praten)
Volgt aanwijzingen niet op en slaagt er niet in om taken af te maken;
Moeite met organiseren van taken en activiteiten
Vermijdt vaak om, heeft een afkeer van, of is onwillig om zich bezig te
houden met taken die een langdurige geestelijke inspanning vereisen
Raakt vaak dingen kwijt die nodig zijn voor taken of bezigheden