INHOUD
H1: Inleiding in de klinische psychologie .......................................................................................................... 1
H2: Inleiding Psychopathologie ........................................................................................................................ 7
1. Het Psychologische perspectief .................................................................................................................. 20
1.1 Het Psychoanalytische theorie & psychoanalyse/psychodynamische therapie ......................................... 20
1.2. Leertheorie & gedragstherapie ................................................................................................................. 30
1.3 Cognitieve theorie & therapie ..................................................................................................................... 40
1.4 Ervaringsgerichte theorie en therapie ........................................................................................................ 49
1.5 Systeemtheorie & gezins- en relatietherapie .............................................................................................. 54
2. Het sociaal culturele perspectief ................................................................................................................ 63
3. Het biopsychosociale perspectief ............................................................................................................... 64
4. Biologisch perspectief en psychofarmacotherapie...................................................................................... 65
5. THEORIEËN KRITISCH BEKEKEN ................................................................................................................... 72
DSM-invalshoek (stoornisspecifiek) ............................................................................................................... 73
1. Gedragsproblemen en – verslaving............................................................................................................... 73
2. Stemmingsstoornissen ................................................................................................................................. 83
3. VERLIES EN (GECOMPLICEERDE) ROUW........................................................................................................ 89
4. Psychotrauma................................................................................................................................................ 98
5. ANGSTOORNISSES ....................................................................................................................................... 101
6. Somatoforme Stoornissen........................................................................................................................... 108
7. Psychose: Psychotische stoornissen............................................................................................................ 113
Transdiagnostisch perspectief ...................................................................................................................... 117
1. Inleiding ....................................................................................................................................................... 117
2. executieve functies (EF) .............................................................................................................................. 122
3. Repititief negatief denken ........................................................................................................................... 130
4. Emotieregulatie…………………………………………………………………………………………………………………………………… 135
Samenvatting Klinische Ψ
DEEL 1: INLEIDING ALGEMEEN KLINISCHE PSYCHOLOGIE &
PSYCHOPATHOLOGIE
H1: INLEIDING IN DE KLINISCHE PSYCHOLOGIE
DEFINIËRING
,Mieke Decuyper
DE TERM KLINISCH
• Een subdiscipline => klinische Ψ slechts 1 toepassingsgebied binnen Ψ
• Andere subdisciplines
o Arbeids – en organisatie psychologie
o School – en pedagogische psychologie
• Grootste groep: 50% werkt binnen klinische sector
• Verkeerde indruk: ziekenhuis? (= maar niet perse waar)
DEFINITIE
• Focus klinisch psychologen : Afwijkend, slecht aangepast gedrag (& hoe te verhelpen)
• Kern = psychische problemen & stoornissen
• Wat met problemen op somatisch vlak? (bv. pijn) | niet/ wel op terrein klinisch Ψ ?
o gezondheidsproblemen = onderdeel klinische psychologie
⇒ vertrekt vanuit psychische stoornissen/psychopathologie
o gezondheidsproblemen = eigen terrein = gezondheidspsychologie
⇒ vertrekt vanuit ontwikkelings-, sociale- & cognitieve Ψ
• Voorstanders bovenstaande scheiding:
o psychische moeilijkheden bij ernstige zieken = normale reacties in abnormale situatie
• Hoge gezondheidsraad:
De autonome ontwikkeling & toepassing van theorieën, methoden & technieken v/d psychologie als
wetenschap in de bevordering v/d gezondheid, de screening, psychologische diagnose & assessment v
gezondheidsproblemen & de preventie van en interventie bij deze problemen bij mensen
• Handboek
De tak v/d psychologie die zich bezighoudt met de beschrijving, de oorzaken & behandeling van
psychische stoornissen om het geestelijk welzijn te bevorderen.
• Probleem: Met welk afwijkend gedrag houden we ons bezig? ⇒Stoornissen op continuüm
OPM: Psychische stoornis complex: meerdere stoornissen
Chronisch probleem: niet proberen oplossen, aanpassingen om beter mee kunnen leven
Gaat het om complexe problematiek → in multidisciplinaire team opvolgen
conclusie: KLP houdt zich ook bezig met problemen die minder ernstig of uitbehandeld zijn
NORMAAL VS. ABNORMAAL
ONDERSCHEID: WAT IS AFWIJKEND?
• 3 gevalsbeschrijvingen (handboek)
• Terrein v. psychopathologie (deelgebied Klinische Ψ & psychiatrie)
• Wie komt in aanraking met diagnosticeerbare
psychische stoornis? (NL cijfers)
• Wnr is iets afwijkend?
o opsomming van symptomen
o diagnostische criteria
⇒beschrijven symptomen die aan bepaalde voorwaarde voldoen voordat het afwijkend/passend bij
stoornis beschouwen bv. symptoom depressie: verlaagde stemming → diagnostische criteria:
kenmerken moeten min. 2 w aanwezig zijn
,Mieke Decuyper
Figuur 1: casus toepassing normaal vs. abnormaal => psychische stoornis
Nevid: 6 criteria/factoren om te beoordelen of er sprake is v. afwijkend gedrag
Criterium Omschrijving
Uitzonderlijk gedrag Opvallend & onconventioneel gedrag
Bv. dingen horen/zien die er niet zijn
⇒ Let op: op zichzelf is uitzonderlijk gedrag niet afwijkend!
Bv. recordhouder op borstcrawl
Sociaal afwijkend gedrag duidelijk overtreden van sociale morele normen
⇒ normen ontw zich uit gewoonten, opvattingen v/e bepaalde groep (dus:
relatieve maatstaven, geen universele waarheden)
⇒ rekening houden met sociaal culturele context & generaties
Bv. homoseksualiteit vorige generatie= psychische stoornis
Foute perceptie of irrationeel/onbegrijpelijk gedrag (weg van realiteit)
interpretatie v/d realiteit Bv. Door stemmen horen niet meer slapen in bed
Aanzienlijk emotioneel lijden Persoonlijk lijden als gevolg van problematische situaties Bv. depressie, kan
afwijkend zijn/ als normaal gezien in bepaalde omstandigheden Bv. rouw
⇒ Dus: heftige emoties niet afwijkend tenzij ze lange tijd na aanleiding even hevig
aanwezig blijven (meeste mensen passen zich aan)
Contraproductief & Gedrag dat:
ongepast gedrag
Geen bevredigende maar onprettige gevoelens oproept
Ons beperkt in ons vermogen om bepaalde rollen te vervullen
Of ons weerhoudt om ons aan de omgeving aan te passen
⇒ belemmert iemand zijn functioneren
Bv. hele nacht gamen → niet kunnen opletten in klas, te veel wassen…
Gevaarlijk gedrag Gedrag dat gevaar oplevert voor betrokkene zelf/ voor anderen
Bv. aanslagen Utrecht
⇒ belang van de sociale context
⇒ Minstens 1 factor moet zich voordoen wil men van abnormaliteit/ afwijkend spreken
DEFINITIE
Het gaat altijd om een combinatie van factoren, waarbij…
1. Veroorzaakt lijden bij betrokkenen of bij mensen uit omgeving
2. Tast functioneren aan (beroepsmatig & sociaal)
3. Sign toegenomen risico op dood, pijn, verlies vrijheid (ontoerekeningsvatbaar)
, Mieke Decuyper
DEFINITIE DSM-5
Psychische stoornis= een syndroom, gekenmerkt door klinisch significante symptomen op het gebied van
cognitieve functies, emotieregulatie & het gedrag v/e persoon, dat een uiting is v/e disfuncties in
psychologische, biologische/ontwikkelingsprocessen die ten grondslag liggen aan het psychisch functioneren.
⇒Gaan gepaard met een significant lijdensdruk & beperkingen in het functioneren
Uitsluitende omstandigheden
→ Men spreekt niet v/e mentale/klinische stoornis indien het gaat over…
1. Een te verwachten & cultureel aanvaarde reactie op een bepaalde gebeurtenis
Bv. rouwreacties= niet rouwproces na jaren onvoltooid = wel
2. langdurig deviant gedrag van politieke, religieuze/seksuele minderheden
Bv. inbreken door mensen van dierenrecht organisaties
3. uitvloeisel van conflict tss individu & maatschappij
Bv. pogingen om uitdrukking te geven aan eigen individualiteit
Figuur 2: Voorbeeld nr. 3
CULTURELE ASPECTEN VAN AFWIJKEND GEDRAG
• Abnormaal gedrag & psychische stoornissen kunnen in verschillende culturen anders geuit worden
bv. angst Westerse (financiële zaken) Vs. Afrikaanse cultuur (angst niet kunnen voorplanten)
• Mogelijks andere termen voor of andere invulling (symptomen) van psychische stoornissen
o bv. depressie in Westerse (psychologische) vs. Oosterse cultuur (somatische klachten)
• Symptomen zijn soms erg gelijkend, ondanks culturele verschillen
o Bv. Schizofrenie
⇒Belangrijk oog te hebben voor deze culturele verschillen
MODELLEN
• Verschillende invalshoeken om naar afwijkend gedrag te kijken
o Bruikbaarheid maar ook beperkingen
• Waar ligt de waarheid? Hoe beslissingen maken?
• Controverses: masturbatie? homoseksualiteit?
STATISTISCH MODEL
• Normaalverdeling menselijke eigenschappen (bv. Intelligentie, neiging om angstig te reageren)
• Abnormaliteit = extreem hoge/lage scores op schalen waarmee eig. betrouwbaar & valide worden gemeten
⇒ normaal: wnr men gem. scoort
• Continuüm = gemiddelde & standaarddeviaties
⇒ wnr iemand een x aantal SD verwijderd is van het gem. = gedrag afwijkend van norm
• Problemen:
o Grens tss normaal & abnormaal? (=arbitraire keuze)
o niet alles is normaalverdeeld (Bv. genderdysforie)
o puur wiskundig: geen onderscheid volgens wel – geen lijden