2. Structuur en functies van suikers, eiwitten en vetten
2.2 Eiwitten of proteïnen
2.2.1 Voorkomen en functie
Eiwitten:
- Koolstofverbindingen
- Functie:
- fungeren als enzym en bouwstof van cytoplasma, weefsel, haren, nagels voor alle
levende wezens
- transport van vele moleculen in en uit een cel
- eiwitten met hormonale functie (vb: insuline: functie:glucosegehalte in bloed laten dalen)
- bij dieren bestaat helft van droge massa uit eiwitten
- Voorkomen:
- vlees, vis, zuivelproducten, peulvruchten, …
2.2.2 Structuur
Atomen: C, H, O, N en S
bouwsteen= aminozuur
Essentiële aminozuren Niet-essentiële aminozuren
- 8 - 12
- kan ons lichaam niet zelf opbouwen - kan ons lichaam zelf opbouwen
Meerdere aminozuren gekoppeld met peptidebinding/karakteristieke binding:
Dipeptide: 2 aminozuren
Polypeptide: > 10 aminozuren Oligopeptide: < 10 aminozuren
3D (drie dimensionaal)