CONCEPTEN
- Trofische analyse van ecosystemen
- Niet-trofische relaties in ecosystemen
- Stabiliteit van ecosystemen
- Draagkracht van ecosystemen
- Exploitatie van ecosystemen (en soorten)
- Impacts van exploitatie
Stabiliteit
Populaties
Evolutie
1. De Boo 2001 De kritische grens. Ecosystemen kunnen plotseling instorten. NRC
INHOUDELIJK
- Woud van taaie zeewieren ontstaan die zelfs voor zee-egels niet meer eetbaar zijn
➔ Rif werd namelijk jarenlang overbemest + overbevist → pas na jaren stort systeem in elkaar
= voorbeeld voor het algemene: ecosystemen kunnen in elkaar storten
- We ondermijnen de veerkracht van een ecosysteem waardoor die opeens door iets kleins uit evenwicht kan
geraken
- De weg terug (naar meer veerkracht) is daardoor moeilijk
ANDERE VOORBEELDEN
- Wegvallen van de golfstroom (bv. warm water aanvoeren naar onze streken): als klimaat verandert, kan water
in oceanen zoeter worden door meer regen of smelten van ijskappen
➔ Zoetwater is lichter en zal minder naar beneden zakken waardoor de golfstroom weg zou vallen
- Vroeger was Sahara volledig groen + meren → door overbegrazing + kleine verandering in baan van aarde is
instraling zonlicht anders
➔ Verstoring evenwicht van ecosystemen is dus niet altijd door mensen
ESSENTIE
- Kritische grens = grens tussen twee toestanden van een systeem
➔ alternatieve stabiele ecosystemen = de nieuwe toestand van het ene naar een andere ecosysteem
o gebeurt vaak opeens en niet gradueel
o je kan het niet altijd herstellen
o Voorbeeld: troebele meren die omgeslagen zijn vanuit heldere toestand
o Voorbeeld: koraalriffen die door bruinwieren (phaeophyta) ingepakt worden (overbegroeiing) (dit
artikel)
▪ Door wegvallen van de grazers van bruinwieren: zee-egels
▪ Zie ook bv. artikel over zeeotters
o Voorbeeld: omslag groene Sahara naar woestijn door overbegrazing
1 Luna Willems – Biologie – VUB 2021-2022
, 2. Diamond 2001 Dammed experiments. Science
INHOUDELIJK: EILANDBIOGEOGRAFIE
- Dammed experiments: woordspeling → vloeken + dammen → experimenten die niet ingepland waren te doen
- Eilandbiogeografie → eiland is een biotoopfragment met bepaalde biotische omstandigheden en biota,
omringd door een matrix van andere biotopen, moet niet per se water zijn !
Bergtoppen of een bos omring door gras kunnen ook eilanden zijn binnen de eilandbiogeografie!
Experiment 1: vorming echte eilanden
- De grondtoestand was homogeen: oorspronkelijk groot gebied maar dan kwam fragmentatie
➔ Afdamming rivier waardoor stuwmeerwater stijgt en heuvels opeens kleine en grote eilanden worden
- studie naar verband tussen biodiversiteit op een eiland en combinatie van oppervlakte van dat eiland en de
afstand van het eiland tot het vasteland
Experiment 2: woud
- Fragmenten van een woud dat normaal gekapt zou worden werden tijdelijk/permanent met rust gelaten
Kleine/grote/geïsoleerde/verbonden/… fragmenten
Oorspronkelijk dus ook homogeen maar dan gefragmenteerd
BESPREKING
- Toppredator zal op elk eiland/bosfragment (klein → groot) niet genoeg prooi meer hebben
Voorspelbaar gegeven
Enkel tijd is afhankelijk van hoe groot eiland is
- Dus: bij fragmentatie: eliminatie hogere trofische niveaus = basisprincipe (hier: wegvallen katachtigen)
- Kansgegeven: wat onder die hogere niveaus gebeurt hangt af van toevalligheden
Hangt af van lokalisatie fragment (topografie): dicht bij de rest van woud? Dicht bij rest van nog niet
onderwatergelopen land (voor eiland)?
o Een eiland wordt kaalgevreten door capibara’s omdat ze te ver van vaste/ander land zitten en daar
dus vast zitten
o Ander eiland wordt niet kaalgevreten omdat het nog dicht tegen vaste/ander land ligt → over-
zwemmen
Hangt ook af van tijd
Fauna relaxatie: bepaalde controle valt weg en iets anders past zich daaraan aan en neemt zijn plaats in
o “we krijgen meer ruimte want competitie valt weg”
o De ene neemt het over van de andere
- Dit mag beschouwd worden als alternatieve stabiele toestand: homogeen landschap fragmenteert naar
nieuwe toestanden die zich op hun eigen manier opnieuw stabiliseren
De ene volledig afgevreten
De andere nog zoals de grondtoestand
…
Essentie: uit eenzelfde grondtoestand kunnen verschillende stabiele evenwichten ontstaan
- Serendipiteit = toevallig iets ontdekt waar men niet gepland was naar te zoeken
Hier: toevallig gekapt en toevallig °eilanden → toevallig naar gaan kijken wat daar gebeurde
- Debat hierover ontstaan: Sloss debat
Single Large or Several Small?
Wat is beter? Een groot oppervlak met toppredatoren behouden? Of meerdere kleine fragmenten?
o Men denkt: groot oppervlak, want dan behoud je het volledige ecosysteem
o Maar: bij een epidemie zijn fragmenten beter: breiden zich niet verder uit dan dat
o Dus: beiden voor- en nadelen
Eilandbiogeografie heeft dus debat op gang gebracht over hoe men natuurgebieden moet plannen en ze
eventueel kan verbinden met elkaar (voor hoever dat nog kan)
Ter zijde
- Troof = voedseletend
Bv. in ecologie: eutroficatie: niet altijd van anorganische aard, kan ook gewoon overdracht van organisch
materiaal betekenen
2 Luna Willems – Biologie – VUB 2021-2022