Inleiding tot het recht
Inleiding tot het recht
1
, Inleiding tot het recht
I. Algemene inleiding : wat is recht ?
A. Latijnse oorsprong van het begrip “recht”
recht = rechten
vroeger studeerde je voor doctor utriusque iuris = doctor in beide rechten
zowel canoniek als civiel recht
3 historische oorsprongen van het begrip:
recht < latijnse ‘ius, iubere’
= bevelen
recht < latijnse ‘directum’
= leiding geven aan
recht < latijnse ‘regere, rex, regnum, regula’
= gezag
B. Defintie van het begrip “recht”
geen algemene definitie van (objectieve) recht:
o reden: rechts is product van gemeenschap, maar niet alle gemeenschappen delen
gelijke graad van ontwikkeling, gelijke interne structuren, sociale filosofie of politieke
organisatie
o TOCH 1 definitie: recht = geheel van imperatieve, door de overheid afdwingbare
regels, voor uiterlijke gedragingen van rechtssubjecten
“The first thing we do, let’s kill all the lawyers” uitspraak van Shakespeare
o Betekenis: juristen zijn nodig om samenleving te ordenen en niet te vervallen in
anarchie/rebellie
1. Enkele definities van het begrip “recht”
definities lezen
2 te kennen:
o Van Impe: “Het woord ‘recht’ dekt drie uiteenlopende begrippen:
- Het recht is het geheel van de door de overheid verplicht gestelde
gedragsregems die erop gericht zijn conflicten in de menselijke samenleving op
te lossen en het gedrag van de mensen op een bepaalde wijze te sturen;
- Het echt is een aanspraak van een natuurlijke of rechtspersoon op een
handeling of een onthouding van een andere natuurlije of rechtspersoon;
- Het recht is een synoniem van rechtswetenschap.”
o De Vroede en Gorus: “Het recht is een geheel van regels die hetzij een bepaald gedrag
opleggen of verbieden, of een verlofbepaling inhouden, hetzij het rechtssubject een
regeling opleggen na keuze, hetzij een regeling voorschrijven bij gebrek aan regeling
door het rechtssubject zelf, hetzij een belofte inhouden, hetzij louter technische
2
, Inleiding tot het recht
bepalingen uitwerken. Deze regels worden vastgesteld op gezag van de gemeenschap
waarvoor ze gelden, door de daartoe bevoegde organen, en hebben tot doel het leven
in de maatschappij mogelijk te maken.”
2. Centrale elementen in het begrip “recht”
geen eensgezindheid over definitie van recht maar wel een 3 terugkomende elementen:
o geheel van bindende regels
o samenleving ordenen
o uitoefenen van gezag
2.1 Het recht is geheel van bindende regels (= WAT?)
niet elke rechtsregel is van toepassing op iedereen en bevat rechtsnorm 5 categorieen
van regels
a. algemeen toepasselijke gedragsregels: van toepassing op alle rechtssubjecten 4
subcategoriëen
o geboden: verplichten een gedrag (negatief of positief) bv.: art. 1382
BW., art. 422bis Sw.
o verboden: verbieden een gedrag bv.: art. 144 BW. , art. 147 BW.
o verlofbepalingen: laten handelingen toe zonder enige verplichting in te
houden bv. art. 1674 BW., art. 893 ev. BW.
o belovende regels: belofte van regelgever bv. art. 23 GW. (= grondrecht)
directe werking van regel = regel heeft geen verdere reglementering
nodig met oog op precisering en kan onmiddellijk voor rechter
afgedwongen worden
hebben grondrechten directe werking? doorgaans niet
uitzondering: sociale grondrechten
sommige grondrechten standstill-effect = bepaling houdt
rechtstreekse verplichting in voor overheid om zich te
onthouden van maatregelen die idnruisen tegen doelstelling
van betrokken bepaling en die reeds bestaande realisaties
afbouwen
o beschermingsniveau niet zomaar afbouwen,
behoudens redenen van algemeen belang
b. rechtsregels toepasselijk na keuze
o = regel die van toepassing is op rechtssubject na zijn keuze voor welbepaald
gedrag overheid bindt dan gevolgen aan deze keuze
o bv. art. 204 Sw., arbeidsovereenkomstenwet
c. suppletieve/aanvullende regels
3
, Inleiding tot het recht
o principe van wilsautonomie (art. 1134 BW.) = vrijheid laten aan individuen
om, hetzij eenzijdig, hetzij bij onderlinge afspraak, hun rechten en plichten
te regelen
o suppletieve regels vullen leemtes partijregeling aan
bv. huwelijksovereenkomsten, art. 1583 BW.
d. ondersteunde regels en handhavingsregels
o regelen geen gedrag MAAR organiseren instellingen, handhaving en werking
van gedragsregels in tijd en ruimte
cfr. conflictenrecht 3 categoriëen (strafprocesrecht, gerechtelijk
privaatrecht en publiek procesrecht)
o bv. art. 2 BW., GAS-wet, Wet 25 februari 2018 tot oprichting van Sciensano
e. technische regels en formalismen in het recht
o = termijnen, akten, procedures, vormvoorschriften, enz.
o doel: rechtszekerheid
o bv. beroepstermijnen, vermdeling in akten van burgerlijke stand
formalismen in het recht
o = vorm- en procedurevoorschriften voor rechtsgeldigheid van rechtshandeling
dienen steeds een doel
vergemakkelijken van bewijs van wilsuiting bv. vereiste van
handtekening bij testament
beschermen van burger bv. machtiging vrederechter bij
minderjarige onder voogdij
formalismen m.b.t. manieren bewijs voor bestaan van bepaalde
rechtshandeling bv. art. 8.9 BW.
formalismen m.b.t. publiciteitsvereiste bv. onroerende publiciteit via
hypotheekkantoor, stedenbouwkundige vergunningen
o juridische akten onderscheid
onderhandse akte = akte die door elk rechtssubject opgesteld kan worden
authentieke akte = akte die enkel opgesteld kan worden door openbaar
ambtenaar
kan verplicht of facultatief zijn
o formalismen van rechtspleging
2.2 Het doel is samenleving ordenen en in stand houden (= WAAROM?)
recht en maatschappelijke orde
4
Inleiding tot het recht
1
, Inleiding tot het recht
I. Algemene inleiding : wat is recht ?
A. Latijnse oorsprong van het begrip “recht”
recht = rechten
vroeger studeerde je voor doctor utriusque iuris = doctor in beide rechten
zowel canoniek als civiel recht
3 historische oorsprongen van het begrip:
recht < latijnse ‘ius, iubere’
= bevelen
recht < latijnse ‘directum’
= leiding geven aan
recht < latijnse ‘regere, rex, regnum, regula’
= gezag
B. Defintie van het begrip “recht”
geen algemene definitie van (objectieve) recht:
o reden: rechts is product van gemeenschap, maar niet alle gemeenschappen delen
gelijke graad van ontwikkeling, gelijke interne structuren, sociale filosofie of politieke
organisatie
o TOCH 1 definitie: recht = geheel van imperatieve, door de overheid afdwingbare
regels, voor uiterlijke gedragingen van rechtssubjecten
“The first thing we do, let’s kill all the lawyers” uitspraak van Shakespeare
o Betekenis: juristen zijn nodig om samenleving te ordenen en niet te vervallen in
anarchie/rebellie
1. Enkele definities van het begrip “recht”
definities lezen
2 te kennen:
o Van Impe: “Het woord ‘recht’ dekt drie uiteenlopende begrippen:
- Het recht is het geheel van de door de overheid verplicht gestelde
gedragsregems die erop gericht zijn conflicten in de menselijke samenleving op
te lossen en het gedrag van de mensen op een bepaalde wijze te sturen;
- Het echt is een aanspraak van een natuurlijke of rechtspersoon op een
handeling of een onthouding van een andere natuurlije of rechtspersoon;
- Het recht is een synoniem van rechtswetenschap.”
o De Vroede en Gorus: “Het recht is een geheel van regels die hetzij een bepaald gedrag
opleggen of verbieden, of een verlofbepaling inhouden, hetzij het rechtssubject een
regeling opleggen na keuze, hetzij een regeling voorschrijven bij gebrek aan regeling
door het rechtssubject zelf, hetzij een belofte inhouden, hetzij louter technische
2
, Inleiding tot het recht
bepalingen uitwerken. Deze regels worden vastgesteld op gezag van de gemeenschap
waarvoor ze gelden, door de daartoe bevoegde organen, en hebben tot doel het leven
in de maatschappij mogelijk te maken.”
2. Centrale elementen in het begrip “recht”
geen eensgezindheid over definitie van recht maar wel een 3 terugkomende elementen:
o geheel van bindende regels
o samenleving ordenen
o uitoefenen van gezag
2.1 Het recht is geheel van bindende regels (= WAT?)
niet elke rechtsregel is van toepassing op iedereen en bevat rechtsnorm 5 categorieen
van regels
a. algemeen toepasselijke gedragsregels: van toepassing op alle rechtssubjecten 4
subcategoriëen
o geboden: verplichten een gedrag (negatief of positief) bv.: art. 1382
BW., art. 422bis Sw.
o verboden: verbieden een gedrag bv.: art. 144 BW. , art. 147 BW.
o verlofbepalingen: laten handelingen toe zonder enige verplichting in te
houden bv. art. 1674 BW., art. 893 ev. BW.
o belovende regels: belofte van regelgever bv. art. 23 GW. (= grondrecht)
directe werking van regel = regel heeft geen verdere reglementering
nodig met oog op precisering en kan onmiddellijk voor rechter
afgedwongen worden
hebben grondrechten directe werking? doorgaans niet
uitzondering: sociale grondrechten
sommige grondrechten standstill-effect = bepaling houdt
rechtstreekse verplichting in voor overheid om zich te
onthouden van maatregelen die idnruisen tegen doelstelling
van betrokken bepaling en die reeds bestaande realisaties
afbouwen
o beschermingsniveau niet zomaar afbouwen,
behoudens redenen van algemeen belang
b. rechtsregels toepasselijk na keuze
o = regel die van toepassing is op rechtssubject na zijn keuze voor welbepaald
gedrag overheid bindt dan gevolgen aan deze keuze
o bv. art. 204 Sw., arbeidsovereenkomstenwet
c. suppletieve/aanvullende regels
3
, Inleiding tot het recht
o principe van wilsautonomie (art. 1134 BW.) = vrijheid laten aan individuen
om, hetzij eenzijdig, hetzij bij onderlinge afspraak, hun rechten en plichten
te regelen
o suppletieve regels vullen leemtes partijregeling aan
bv. huwelijksovereenkomsten, art. 1583 BW.
d. ondersteunde regels en handhavingsregels
o regelen geen gedrag MAAR organiseren instellingen, handhaving en werking
van gedragsregels in tijd en ruimte
cfr. conflictenrecht 3 categoriëen (strafprocesrecht, gerechtelijk
privaatrecht en publiek procesrecht)
o bv. art. 2 BW., GAS-wet, Wet 25 februari 2018 tot oprichting van Sciensano
e. technische regels en formalismen in het recht
o = termijnen, akten, procedures, vormvoorschriften, enz.
o doel: rechtszekerheid
o bv. beroepstermijnen, vermdeling in akten van burgerlijke stand
formalismen in het recht
o = vorm- en procedurevoorschriften voor rechtsgeldigheid van rechtshandeling
dienen steeds een doel
vergemakkelijken van bewijs van wilsuiting bv. vereiste van
handtekening bij testament
beschermen van burger bv. machtiging vrederechter bij
minderjarige onder voogdij
formalismen m.b.t. manieren bewijs voor bestaan van bepaalde
rechtshandeling bv. art. 8.9 BW.
formalismen m.b.t. publiciteitsvereiste bv. onroerende publiciteit via
hypotheekkantoor, stedenbouwkundige vergunningen
o juridische akten onderscheid
onderhandse akte = akte die door elk rechtssubject opgesteld kan worden
authentieke akte = akte die enkel opgesteld kan worden door openbaar
ambtenaar
kan verplicht of facultatief zijn
o formalismen van rechtspleging
2.2 Het doel is samenleving ordenen en in stand houden (= WAAROM?)
recht en maatschappelijke orde
4