Meertaligheid
Meerstemmigheid
-
Cursus
DEEL 2 (november)
,Spreek, … en ik weet wie je bent.....................................................................3
I. Inleiding en doelstellingen............................................................................3
II. Taal onderscheidt ons in verschillende groepen..........................................3
III. Doelstellingen.............................................................................................4
IV. Het culturele perspectief............................................................................5
V. Soorten groepen..........................................................................................6
VI. Wat kenmerkt sociale groepen?.................................................................7
VII. Hoe hangen groepen samen?....................................................................7
I. Identiteit als individuele identificatie............................................................8
II. Groepidentiteit / sociale identiteit..............................................................9
III. Groepen van sprekers...............................................................................10
IV. Sociolinguïstiek.........................................................................................14
I. Ontstaangeschiedenis.................................................................................16
II. De eerste sociolinguïstische topics.............................................................16
III. Definities van de discipline.......................................................................17
IV. Axioma’s van het sociolinguïstisch onderzoek..........................................18
V. Basisterminologie......................................................................................19
VI. Begrippenlijst...........................................................................................22
2
, Meertaligheid, meerstemmigheid
We behandelen ‘taal’ vanuit een specifieke disciplinaire invalshoek binnen de taalkunde: de
sociolinguïstiek.
In dit novemberdeel hebben we het over taal op het niveau van populaties, eerder dan op het
niveau van de soort (cf. oktoberdeel).
Thema 1: Het “sociale” karakter van taal, en de manier waarop taal ons verdeelt in sociale groepen,
of culturele groepen.
Thema 2: Een inleiding tot de sociolinguïstiek als taalkundige discipline, vanuit de vaststelling dat
taal, taalverwerving (cf. oktoberdeel) en taalgebruik, bij uitstek een sociaal gebeuren is.
Spreek, … en ik weet wie je bent
I. Inleiding en doelstellingen
II. Taal onderscheidt ons in verschillende groepen
Bv. “Voesj mette koesj” = vooruit met de geit
koesj = koets (NL), un coche (FR) We kunnen afleiden dat de spreker uit Brussel komt. (We
leiden dit enkel af uit taalgebruik.)
- Dialectale kenmerken bakenen onze taalgrenzen af.
België: Identificatie via taal deelt de mensen op in Franstaligen en Nederlandstaligen + we
horen de verschillende variëteiten: West-Vlamingen, Antwerpenaars, Limburgers … Een
West-Vlaming kan dan ook nog eens het verschil horen tussen iemand uit Kortrijk of
Poperingen.
Nederland vs België
We hebben vaak erg gedetailleerde info in ons hoofd die ons toelaat om mensen een
identiteit toe te bedelen, en hen aan een bepaalde regio, een bepaald land, een bepaalde
geolocatie toe te wijzen.
Taal heeft erg duidelijk een “groepsidentiteit” of een “sociale identiteit”, waarover we
ook bepaalde oordelen (“attitudes”) over hebben. Die attitudes over taal hechten zich
uiteraard ook aan de sprekers van die taal (of variëteit), en sprekers van die variëteit kunnen
zich dan ook ergeren aan de evaluaties door anderen.
Dergelijke attitudes zijn sociale constructies: we leren van elkaar hoe we andere talen of
variëteiten moeten evalueren. We hebben immers allemaal wel min of meer een oordeel
over het Nederlands van Nederlanders, maar oordelen over het Cantonees van Hong Kong
ligt wat moeilijker. We hebben enkel een sociaal geconstrueerd oordeel over talen en
taalvariëteiten die binnen ons talige landschap, onze sociale ruimte liggen.
3
Meerstemmigheid
-
Cursus
DEEL 2 (november)
,Spreek, … en ik weet wie je bent.....................................................................3
I. Inleiding en doelstellingen............................................................................3
II. Taal onderscheidt ons in verschillende groepen..........................................3
III. Doelstellingen.............................................................................................4
IV. Het culturele perspectief............................................................................5
V. Soorten groepen..........................................................................................6
VI. Wat kenmerkt sociale groepen?.................................................................7
VII. Hoe hangen groepen samen?....................................................................7
I. Identiteit als individuele identificatie............................................................8
II. Groepidentiteit / sociale identiteit..............................................................9
III. Groepen van sprekers...............................................................................10
IV. Sociolinguïstiek.........................................................................................14
I. Ontstaangeschiedenis.................................................................................16
II. De eerste sociolinguïstische topics.............................................................16
III. Definities van de discipline.......................................................................17
IV. Axioma’s van het sociolinguïstisch onderzoek..........................................18
V. Basisterminologie......................................................................................19
VI. Begrippenlijst...........................................................................................22
2
, Meertaligheid, meerstemmigheid
We behandelen ‘taal’ vanuit een specifieke disciplinaire invalshoek binnen de taalkunde: de
sociolinguïstiek.
In dit novemberdeel hebben we het over taal op het niveau van populaties, eerder dan op het
niveau van de soort (cf. oktoberdeel).
Thema 1: Het “sociale” karakter van taal, en de manier waarop taal ons verdeelt in sociale groepen,
of culturele groepen.
Thema 2: Een inleiding tot de sociolinguïstiek als taalkundige discipline, vanuit de vaststelling dat
taal, taalverwerving (cf. oktoberdeel) en taalgebruik, bij uitstek een sociaal gebeuren is.
Spreek, … en ik weet wie je bent
I. Inleiding en doelstellingen
II. Taal onderscheidt ons in verschillende groepen
Bv. “Voesj mette koesj” = vooruit met de geit
koesj = koets (NL), un coche (FR) We kunnen afleiden dat de spreker uit Brussel komt. (We
leiden dit enkel af uit taalgebruik.)
- Dialectale kenmerken bakenen onze taalgrenzen af.
België: Identificatie via taal deelt de mensen op in Franstaligen en Nederlandstaligen + we
horen de verschillende variëteiten: West-Vlamingen, Antwerpenaars, Limburgers … Een
West-Vlaming kan dan ook nog eens het verschil horen tussen iemand uit Kortrijk of
Poperingen.
Nederland vs België
We hebben vaak erg gedetailleerde info in ons hoofd die ons toelaat om mensen een
identiteit toe te bedelen, en hen aan een bepaalde regio, een bepaald land, een bepaalde
geolocatie toe te wijzen.
Taal heeft erg duidelijk een “groepsidentiteit” of een “sociale identiteit”, waarover we
ook bepaalde oordelen (“attitudes”) over hebben. Die attitudes over taal hechten zich
uiteraard ook aan de sprekers van die taal (of variëteit), en sprekers van die variëteit kunnen
zich dan ook ergeren aan de evaluaties door anderen.
Dergelijke attitudes zijn sociale constructies: we leren van elkaar hoe we andere talen of
variëteiten moeten evalueren. We hebben immers allemaal wel min of meer een oordeel
over het Nederlands van Nederlanders, maar oordelen over het Cantonees van Hong Kong
ligt wat moeilijker. We hebben enkel een sociaal geconstrueerd oordeel over talen en
taalvariëteiten die binnen ons talige landschap, onze sociale ruimte liggen.
3