aantonen van antigenen en antilichamen.
Principe:
opsporen van (bacteriële of virale) antigenen of antilichamen m.b.v. antigeen-antilichaam reacties.
IMMUNOLOGISCHE BASISTECHNIEKEN:
Agglutinatietechnieken
De antigeen-antilichaamreactie ontstaat doordat de immuunglobulinen (=
antistoffen) zich met elke arm aan een ander deeltje (= antigenen) vasthechten:
zo ontstaan vlechtwerken of agglutinaten die macroscopisch zichtbaar zijn.
directe agglutinatie
- grotere partikels (o.a. rode bloedcellen, bacteriën, …) die antigenen
dragen kunnen direct door specifieke antistoffen geagglutineerd worden
- met een gekend antigeen kan men ook nagaan of in het serum van een
patiënt specifieke antistoffen aanwezig zijn
aantonen van antigenen
toepassing: serotypering van Salmonella- bacteriën
hierbij wordt gebruik gemaakt van antisera gericht tegen antigenen van de celwand (O-antigenen),
of tegen de flagellen (H-antigenen) of tegen het kapsel (K of Vi-antigenen)
Door middel van de O-antigenen wordt het geslacht Salmonella ingedeeld in ondergroepen:
bv. groep A bevat O-antigenen 1,2,12
groep B bevat O-antigenen 4,5,12
groep C1 bevat O-antigenen 6,7
groep C2 bevat O-antigenen 6,8
groep D bevat O-antigenen 1,9,12
verdere onderverdeling kan dan eventueel geschieden op basis van de aanwezige H-antigenen en
het Vi-antigeen (Vi-antigeen kan enkel aangetoond worden bij Salmonella typhi en Salmonella
paratyphi C).
In de praktijk zal men zich meestal beperken tot het opsporen van de O-groep.
Aantonen van antistoffen
toepassing: opsporen van antistoffen in het serum tegen Salmonella (WIDAL-test)
- een gekend Salmonella-antigeen (in suspensie) in contact brengen met serum van de patiënt
- bij aanwezigheid van agglutinerende antistoffen in het serum ontstaat agglutinatie
- kan kwantitatief gemaakt worden door verdunningen van het serum te testen
, “prozone”-fenomeen:
als de hoeveelheid agglutinerende
antistoffen zeer hoog is, kan er soms in de
eerste verdunning(en) geen agglutinatie
optreden en in de verdere verdunningen
wel.
Dit komt omdat bij de hoge antistoftiters de meeste
antigeendeterminanten bezet worden door antistoffen die
geen kans zien om zich ook nog aan een tweede partikel te
binden.
indirecte of passieve agglutinatie
- agglutinatie kan alleen aangetoond worden als de antigenen (of antistoffen) vastzitten op grote
partikels
- de antigenen (of antistoffen) worden geabsorbeerd aan partikels of worden chemisch gebonden aan
partikels om zo de antigeen-antilichaamreactie zichtbaar te maken onder vorm van een agglutinatie
- gebruikte partikels:
o latex: latexagglutinatie
o rode bloedcellen: hemagglutinatie
o actieve kool
aantonen van antigenen
toepassing: opsporen van het rotavirus in stoelgang met behulp van latexpartikels bedekt
met antistoffen
vaak worden in deze testen ook negatieve latexpartikels (= latexpartikels die niet bedekt zijn met
antistoffen) gebruikt om aspecifieke reacties met de latexpartikels uit te sluiten
aantonen van antistoffen
toepassing: RPR test voor Treponema pallidum
Rapid Plasma Reagin Test (RPR) is een techniek waarbij niet-specifieke antistoffen tegen de bacterie
Treponema pallidum worden opgespoord.
Deze antistoffen worden opgewekt tegen weefsellipiden die vrijkomen na beschadiging van de
weefsels door de bacterie.
In de RPR-test worden de weefsellipiden (antigeen-suspensie) gefixeerd op kooldeeltjes.
- Een druppel serum wordt gemengd met de gefixeerde kooldeeltjes op een bijgevoegde kaart.
- Na mengen wordt de agglutinatie afgelezen.
- Bij positieve reactie (= agglutinatie) worden er verdere serumverdunningen getest.