HEMODYNAMISCHE STOORNISSEN
1. Oedeem
1.1. Wat is het?
Een oedeem is een abnormale toename van interstitieel vocht in weefsels
NORMAAL: Uitwisseling van vocht tussen intravasculaire en interstitiële
ruimte
wordt in balans gehouden door tegengestelde effecten van
vasculaire
hydrostatische druk en plasma colloid osmotische druk
⇒ zijn goed op elkaar ingespeeld ⇒ er gaat geen vocht verloren
Als toch vocht wordt verloren: lymfevaten om overtollig vocht af te voeren, monden
uit in de venen ⇒ vocht gaat terug
DUS wanneer oedeem?
⇒ Als 1 van de drukken niet goed is of als lymfevat te vol zit, verhoogde
bloedvatpermebialiteit
SOORTEN: Transudaat = eiwitarm ⇒ tgv ↑ hydrostatische druk of ↓ plasma eiwitten
Exudaat = eiwitrijk ⇒ tgv ↑ vasculaire permeabiliteit
VOORBEELD: Oedeem, pleuravocht (longen), ascitesvocht (buik),
pericardvocht
(hartzakjes), anasarca (veralgemeend oedeem met zwellingen onder de huid)
1.2.
Oorzaken
a. Toegenomen hydrostatische druk
plaatselijk, vb. DVT (= diepe veneuze trombose = bloedklonter in onderste ledematen)
veralgemeend
bv: bij rechterhartfalen ⇒ bloed in veneus systeem zit vast, druk bouwt op ⇒ onevenwicht
drukken
b. Verminderde plasma osmotische druk
verlies of verminderde aanmaak van albumine ⇒ plasmaosmotische druk zal
dalen
bv: ernstige leveraandoeningen, ondervoeding
bv: nefrotisch syndroom
c. Water en zout retentie
tgv van verstoorde nierfunctie (primair of secundair)
d. Verstoorde lymfedrainage
na chirurgie/radiotherapie van axillaire innervatie voor borstcarcinoom
⇒ verworven
parasitaire filariasis (elephantiasis) ⇒ aangeboren
, 2. Hyperemie en congestie
2.1. Hyperemie
= overmatig bloedgehalte van een orgaan of lichaamsdeel
actief proces (vasodilatatie)
erytheem: roodheid van de huid veroorzaakt door een vergrote
bloedtoevoer naar
de diepere lagen van de huid
bv: inflammatie – rubor
2.2. Congestie
= ophoping van bloed
passief proces (verminderde outflow)
Cyanose (tekort aan zuurstof)
Chronische congestie: oedeem, chronische hypoxie (= onvoldoende zuurstof)
en
ischemische schade, capillaire ruptuur
3. Hemorrhagie (bloeding)
3.1. Omschrijving
= extravasatie van bloed in exravasculaire ruimte
gebeurd sneller bij mensen met bloedingsdiathese
schade aan arterie of vene
klinisch belang afhankelij kvan volume en snelheid
van
bloeding, lokalisatie
kan leiden tot een ijzertekort
3.2. Specifieke termen
a. Hematoom: accumulatie in weefsel
b. Petechiën: kleine puntvormige bloedingen (1-2mm)
thv huid mucosa en serosa
tgv verhoogde intravasculaire druk of trombocytopenie (tekort aan
bloedplaatjes)
bv: in gelaat van vrouw die hard heeft meten persen bij bevalling, dood door verstikking
c. Purpura: rode of paarsgekleurde plekken (>3mm)
tgv trauma of vasculitis (= ontsteking van de bloedvaten)
d. Subcutane ecchymose: kleinvlekkige bloeding in de huid (>1-2cm)
hemoglobine ⇒ rood – blauw
bilirubine ⇒ blauw – groen
hemosiderine ⇒ goud – bruin
e. Hemothorax – hemopericard – hemoperitoneum – hemarthrosis
bloedingen in lichaamsholten: pleuraholte – hartzakje – buikholte –
gewrichtsholte
vaak na zwaar trauma
4. Trombose
= vorming van een bloedklonter (thrombus) in intacte bloedvaten
4.1. Virchow’s triade
a. Endotheliale schade
verlies schade aan endotheel
bv: aderverkalking, trauma, vasculitis
endotheliale dysfunctie: resulteert in
onevenwicht
tussen pro – thrombotische en anti –
thrombotische functies van endotheel
bv: hypertensie, bacteriële toxines, radiatieschade, toxines uit sigarettenrook
b. Veranderingen in bloedflow
NORMAAL: laminaire flow, centraal in lumen vloeien RBC, WBC en
BP
1. Oedeem
1.1. Wat is het?
Een oedeem is een abnormale toename van interstitieel vocht in weefsels
NORMAAL: Uitwisseling van vocht tussen intravasculaire en interstitiële
ruimte
wordt in balans gehouden door tegengestelde effecten van
vasculaire
hydrostatische druk en plasma colloid osmotische druk
⇒ zijn goed op elkaar ingespeeld ⇒ er gaat geen vocht verloren
Als toch vocht wordt verloren: lymfevaten om overtollig vocht af te voeren, monden
uit in de venen ⇒ vocht gaat terug
DUS wanneer oedeem?
⇒ Als 1 van de drukken niet goed is of als lymfevat te vol zit, verhoogde
bloedvatpermebialiteit
SOORTEN: Transudaat = eiwitarm ⇒ tgv ↑ hydrostatische druk of ↓ plasma eiwitten
Exudaat = eiwitrijk ⇒ tgv ↑ vasculaire permeabiliteit
VOORBEELD: Oedeem, pleuravocht (longen), ascitesvocht (buik),
pericardvocht
(hartzakjes), anasarca (veralgemeend oedeem met zwellingen onder de huid)
1.2.
Oorzaken
a. Toegenomen hydrostatische druk
plaatselijk, vb. DVT (= diepe veneuze trombose = bloedklonter in onderste ledematen)
veralgemeend
bv: bij rechterhartfalen ⇒ bloed in veneus systeem zit vast, druk bouwt op ⇒ onevenwicht
drukken
b. Verminderde plasma osmotische druk
verlies of verminderde aanmaak van albumine ⇒ plasmaosmotische druk zal
dalen
bv: ernstige leveraandoeningen, ondervoeding
bv: nefrotisch syndroom
c. Water en zout retentie
tgv van verstoorde nierfunctie (primair of secundair)
d. Verstoorde lymfedrainage
na chirurgie/radiotherapie van axillaire innervatie voor borstcarcinoom
⇒ verworven
parasitaire filariasis (elephantiasis) ⇒ aangeboren
, 2. Hyperemie en congestie
2.1. Hyperemie
= overmatig bloedgehalte van een orgaan of lichaamsdeel
actief proces (vasodilatatie)
erytheem: roodheid van de huid veroorzaakt door een vergrote
bloedtoevoer naar
de diepere lagen van de huid
bv: inflammatie – rubor
2.2. Congestie
= ophoping van bloed
passief proces (verminderde outflow)
Cyanose (tekort aan zuurstof)
Chronische congestie: oedeem, chronische hypoxie (= onvoldoende zuurstof)
en
ischemische schade, capillaire ruptuur
3. Hemorrhagie (bloeding)
3.1. Omschrijving
= extravasatie van bloed in exravasculaire ruimte
gebeurd sneller bij mensen met bloedingsdiathese
schade aan arterie of vene
klinisch belang afhankelij kvan volume en snelheid
van
bloeding, lokalisatie
kan leiden tot een ijzertekort
3.2. Specifieke termen
a. Hematoom: accumulatie in weefsel
b. Petechiën: kleine puntvormige bloedingen (1-2mm)
thv huid mucosa en serosa
tgv verhoogde intravasculaire druk of trombocytopenie (tekort aan
bloedplaatjes)
bv: in gelaat van vrouw die hard heeft meten persen bij bevalling, dood door verstikking
c. Purpura: rode of paarsgekleurde plekken (>3mm)
tgv trauma of vasculitis (= ontsteking van de bloedvaten)
d. Subcutane ecchymose: kleinvlekkige bloeding in de huid (>1-2cm)
hemoglobine ⇒ rood – blauw
bilirubine ⇒ blauw – groen
hemosiderine ⇒ goud – bruin
e. Hemothorax – hemopericard – hemoperitoneum – hemarthrosis
bloedingen in lichaamsholten: pleuraholte – hartzakje – buikholte –
gewrichtsholte
vaak na zwaar trauma
4. Trombose
= vorming van een bloedklonter (thrombus) in intacte bloedvaten
4.1. Virchow’s triade
a. Endotheliale schade
verlies schade aan endotheel
bv: aderverkalking, trauma, vasculitis
endotheliale dysfunctie: resulteert in
onevenwicht
tussen pro – thrombotische en anti –
thrombotische functies van endotheel
bv: hypertensie, bacteriële toxines, radiatieschade, toxines uit sigarettenrook
b. Veranderingen in bloedflow
NORMAAL: laminaire flow, centraal in lumen vloeien RBC, WBC en
BP