Grafeem: - Hoe de letters eruitzien
Letters en combinatie - Tekens waarbij wij fonemen waarnemen
- Het is 1 letter: a, e, u, l enz.
Of 1 letter combinatie: uu, ei, ij, ch, aa, ee
Voorbeelden:
Neus: 3 grafemen n/eu/s
Bedden: 6 grafemen b/e/d/d/e/n (geen combinatie dus 6 letters).
Katten: 6 grafemen k/a/t/t/e/n.
IJs: 2 grafemen ij/s (1 combinatie, 1 letter)
Foneem: - Hoe je de letter uitspreekt en hoort. Ook wel een spraakklank
Wat je hoort genoemd, die betekenisverschil tussen woorden veroorzaakt.
- Alle letters uitspreken.
Voorbeelden:
Katten: 5 fonemen k/a/tt/e/n (Je spreekt de dubbelen t niet uit!)
Zing: 3 fonemen z/i/ng (je spreekt ng als een klank uit)
Bedden: 5 Fonemen b/e/dd/e/n.
Problemen bij het alfabet:
- Lastig om fonemen te herkennen en het juiste grafeem aan toe te
koppelen.
- 34 verschillende fonemen en maar 26 letters.
- Koppeling niet altijd duidelijk tussen foneem en grafeem, denk
aan de u klank deze kan op 5 verschillende manieren:
Deur: eur
Bus: us
Prachtig: tig (hoor je ug)
Makkelijk: lijk (hoor je luk)
Banden: den (hoor je dun)
De: du
Morfeem: - Het kleinste betekenis dragende element van de taal.
Woorden opdelen Bijvoorbeeld:
Fietsen: fiets – en bestaat uit 2 morfemen
, Behoedzaam: be-hoed-zaam uit 3 morfemen
Wordt: word-t bestaat uit 2 morfemen.
Er zijn 2 soorten morfemen:
1. Vrij morfeem: Dit morfeem kan los voor komen zoals bij fietsen
Fiets- en. Hier kan je fiets los neerzetten, dus een los morfeem.
2. Gebonden morfeem: Dit is het tegenovergestelde van het vrije
morfeem dit kan dus niet alleen staan.
Groener = groen +er
Hierbij is groen een vrij morfeem, maar er een gebonden
morfeem.
Ontgroening = ont -groen-ing 3 morfemen
Ont/ ing = gebonden morfeem.
Groen = vrij morfeem
Boomschors= boom-schors (2 x vrij morfeem)
Eitjes= ei-tje-s 3 morfemen
Ei = vrij morfeem
tje en s = gebonden morfeem (dit kan nooit alleen staan)
Wintersokken= winter-sok(k)- en 3 morfemen
Winter en sok= vrij morfeem
En= gebonden morfeem
Varkentjes= varken-tje-s 3 morfemen
Varken = vrij morfeem
Tje en s gebonden morfeem
Lidwoorden: Zijn gebonden morfemen
Syllabe: - De klanken die bij een opgedeelde uitspraak van woorden als een
Klanken/ hakken groep worden uitgesproken. Dit noemen we klankstukken of
syllabe.
- Denk hierbij aan het hakken met je handen op de tafel.
Voorbeeld:
Bakker: ba- ker = 2 syllabe
Hakken: ha-ken = 2 syllabe
Bomen: boo-men = 2 syllabe
Voorbeelden:
Verdeel in morfemen:
Herfstwandelingenrouteplanners
Herfst-wandel-ing-en-route-plan-er-s = 8 morfemen
Vrije morfemen
, Gebonden morfemen
Zing =
Fonemen: 3 z/i/ng
Grafeem: 3 z/i/ng (ng is een combinatieletter)
Syllabe: 1 zing
Morfemen: 1 gewoon zing, maar bij zingen = zing-en dus 2
Vier principes
Fonologisch principe: - De klank bepaalt de spelling.
Klankzuiver - Klankzuiver
- Schijf precies op wat je hoort zoals: maan, roos, vis
- Boom, hut, doek, kampvuur, huis, reus.
- Ook eur, oor en haai
Basisprincipe: elke foneem wordt door het bijpassende grafeem
geschreven.
Want elke fonemen bestaan uit grafemen.
Morfologische principe:
Vaste achtervoegsel - De vorm bepaald de spelling
- Als we bij het spellen van een woord niet uitgaan van de klank,
maar van de vorm van woorden.
- Morfeem altijd op dezelfde manier gespeld ongeacht de klank
ervan.
De regel van de gelijkvormigheid:
Hierbij schrijven we een woord altijd in dezelfde samenstelling:
Hond
Hondje
Hondjes
De regel van de overeenkomsten:
Als de woorden op dezelfde manier zijn gevormd, worden de gebonden
morfemen ook op dezelfde manier geschreven:
Hij vindt (altijd met een t)
Hij werkt (altijd met een t erachter)
Etymologisch principe: - De herkomst bepaalt de spelling.
Leenwoorden/ - Bij woorden die onder dit principe vallen, is herkomst kan niet
weetwoorden liggen in onze eigen taal.