TAAK 2: DE BLAAS
1. BEHANDELMETHODE VOOR PATENTEN MET BLAASTUMOR
Blaaskanker of urotheelcarcinoom= ongecontroleerde groei van de epitheelcellen (=
weefseltype dat bestaat uit een of meer langen, vormen een band) in het slijmvlies van
de blaas.
- soorten blaaskanker is onder te verdelen:
niet-spierinvasieve blaaskanker (oppervlakkige blaaskanker): de kankercellen
zitten alleen in het slijmvliesweefsel van de blaas
spierinvasieve blaaskanker: de tumor is doorgegroeid in de spierlaag van de
blaas
CIS (carcinoma in situ): niet in de weefsel gegroeid
- behandelingen niet-spierinvasieve blaaskanker:
TUR:
o een deel tumor werd weggeschrapt via de plasbuis
o als de tumor niet verder is uitgezaaid kan zijn dat deze weg
genomen is via TUR
aanvullende behandelingen na TUR:
o 1 of meer blaasspoelingen:
wordt gedaan om het risico op een recidief zo klein mogelijk
te maken
hier brengt de arts medicatie in de blaas (blaasinstillatie) via
een katheter uitplassen
aantal blaasspoeling hangt van de ernst van de tumor af
(laagrisico 1 spoeling, matig en hoogrisico meerdere)
medicatie hangt ook af van de ernst van de tumor chemo
en immuuntherapie
bijwerkingen: bloed in de urine, vaak moeten plassen en pijn
tijden het plassen
o coagulatie (wegbranden van kleine afwijkingen) bij kleine, nieuwe
tumoren
- behandelingen spierinvasieve blaaskanker:
operatie waarbij de arts de blaas verwijdert (=cystectomie):
o doel hiervan is genezing geen genezing mogelijk dan krijg je een
cystectomie om de klachten te verminderen
o indien de patiënt geen operatie wenst dan adviseert de arts een
combinatie van chemo en bestraling en bij een verdere
vergroeiing wordt de blaas niet meer verwijdert en wordt een
urostoma geplaatst of een nieuwe blaas
o bij mannen wordt:
de blaas
prostaat en zaadblasjes
de lymfeklier
en soms de plasbuis verwijdert
o bij vrouwen worden:
de lymfeklieren
de baarmoeder
de plasbuis
1. BEHANDELMETHODE VOOR PATENTEN MET BLAASTUMOR
Blaaskanker of urotheelcarcinoom= ongecontroleerde groei van de epitheelcellen (=
weefseltype dat bestaat uit een of meer langen, vormen een band) in het slijmvlies van
de blaas.
- soorten blaaskanker is onder te verdelen:
niet-spierinvasieve blaaskanker (oppervlakkige blaaskanker): de kankercellen
zitten alleen in het slijmvliesweefsel van de blaas
spierinvasieve blaaskanker: de tumor is doorgegroeid in de spierlaag van de
blaas
CIS (carcinoma in situ): niet in de weefsel gegroeid
- behandelingen niet-spierinvasieve blaaskanker:
TUR:
o een deel tumor werd weggeschrapt via de plasbuis
o als de tumor niet verder is uitgezaaid kan zijn dat deze weg
genomen is via TUR
aanvullende behandelingen na TUR:
o 1 of meer blaasspoelingen:
wordt gedaan om het risico op een recidief zo klein mogelijk
te maken
hier brengt de arts medicatie in de blaas (blaasinstillatie) via
een katheter uitplassen
aantal blaasspoeling hangt van de ernst van de tumor af
(laagrisico 1 spoeling, matig en hoogrisico meerdere)
medicatie hangt ook af van de ernst van de tumor chemo
en immuuntherapie
bijwerkingen: bloed in de urine, vaak moeten plassen en pijn
tijden het plassen
o coagulatie (wegbranden van kleine afwijkingen) bij kleine, nieuwe
tumoren
- behandelingen spierinvasieve blaaskanker:
operatie waarbij de arts de blaas verwijdert (=cystectomie):
o doel hiervan is genezing geen genezing mogelijk dan krijg je een
cystectomie om de klachten te verminderen
o indien de patiënt geen operatie wenst dan adviseert de arts een
combinatie van chemo en bestraling en bij een verdere
vergroeiing wordt de blaas niet meer verwijdert en wordt een
urostoma geplaatst of een nieuwe blaas
o bij mannen wordt:
de blaas
prostaat en zaadblasjes
de lymfeklier
en soms de plasbuis verwijdert
o bij vrouwen worden:
de lymfeklieren
de baarmoeder
de plasbuis