ANATOMISCHE TOPOGRAFIE
L & R altijd vanuit perspectief van de patiënt
LICHAAMSVLAKKEN & DOORSNEDEN
1. Frontaal vlak/ coronaal vlak:
o Evenwijdig aan voorhoofd
o Verdeelt in voor (ventraal) & achter (dorsaal)
2. Transversaal vlak/ horizontaal vlak/ axiaal vlak
o Evenwijdig aan vloeroppervlak
o Verdeelt in boven (craniaal) & onder (caudiaal)
3. Sagittaal vlak/ mediaanvlak
o Loodrecht op frontaal vlak
o Verdeelt in links & rechts
o Doorsnede door neus & navel = 2 precieze delen = mediaanvlak/midsagittale
vlak/ medio-sagittale vlak
o Paramediaan vlak: evenwijdig aan mediaan vlak, maar buiten mediaanlijn
4. Buisvormige organen:
o Transversale doorsnede/dwarsdoorsnede: 2 cirkelvormige uiteinden
o Longitudinale doorsnede/lengtedoorsnede: 2 gootjes
HOOFDASSEN
1. Verticale as/ longitudinale as/ mediaan: lengte-as; rechtopstaand loodrecht op
grond
2. Transversale as/ horizontale as: loodrecht op vertical as & dwars door lichaam
3. Sagittale as: van voor naar achter; loodrecht op bovenstaande assen
1
, Volair/palmair: handpalmzijde Plantair: voetzoolzijde
2 METHODES OM GEBIEDEN IN BUIK/BEKKEN AAN TE DUIDEN:
4 kwadranten van bekken & buik:
o Gevormd door denkbeeldige loodrechte lijnen (snijpunt in navel)
o 4 kwadranten:
RUQ: right upper quadrant
RLQ: right lower quadrant
LUQ: left upper quadrant
LLQ: left lower quadrant
o Nuttig bij plaatsaanduiding pijn/verwonding
Nauwkeuriger: 9 gebieden dmv 2 transversale & 2 sagittale vlakken:
o Rechter hypochondrium
o Rechter lumbaal gebied// rechter flank//rechter regio lateralis
o Rechter liesgebied// rechter fossa iliaca// rechter fossa inguinalis
o Epigastrium
o Mesogastrium// regio umbilicalis// navelgebied
o Hypogastrium// subrapubische regio// schaamstreek
o Linker hypochondrium
o Linker lumbaal gebied// linkerflank// linker regio lateralis
o Linker liesgebied// linker fossa iliaca// linker fossa inguinalis
3 BOTDELEN VAN DE 2 HEUPBEENDEREN:
1. Darmbeen (os ilii/ os ilium):
o Grootste bot
o Bovenkant = benige richel (goed voelbaar) ~ bekkenkam (crista iliaca)
2. Zitbeen (os ischii/ os ischium):
o Onder-achterkant van het bekken
3. Schaambeen (os pubis):
o Onder-voorkant
o Omsluit samen met zitbeen een gat = foramen obturatum
o Beide schaambenen verbonden via schaamvoeg (symphysis pubica) beweging
mogelijk
PLAATSAANDUIDINGEN
Ventraal vs dorsaal: buikzijde vs rugzijde
Anterior vs posterior: voorzijde vs achterzijde (kleinere structuren)
Craniaal vs caudiaal: kant schedel vs kant staartbeen
Superior vs inferior: hoger/boven vs lager/onder (kleinere structuren)
Lateraal vs mediaal: zijkant/buitenzijde vs midden (algemeen)
Perifeer vs centraal: aan uiteinden vs in midden (uitgestrekte stelsels)
Proximaal vs distaal: dichtbij romp/aanhechtingspunten vs verder weg
(plaatsaanduiding ledematen)
Sinister vs dexter: links vs rechts
Visceraal vs pariëtaal: gehecht aan ingewanden vs gehecht aan lichaamswanden
TOEPASSINGEN:
Wervelkolom van craniaal naar caudaal:
o 7 halswervels (cervicaal) o 5 heiligbeenwervels (sacraal)
o 12 borstwervels (thoracaal) (aangegroeid)
o 5 lendenwervels (lumbaal) o 5 staartwervels (coccygeaal)
(aangegroeid)
2
, AFLEIDINGEN LATERAAL VS MEDIAAL
Ipsilateraal: 2 of meer structuren aan dezelfde zijde
Contralateraal: 2 structuren aan verschillende zijden
Bilateraal: beide zijden zijn betrokken
Unilateraal: slechts 1 van beide zijden
3 SOORTEN BEENDEREN IN HAND:
14 Falangen: gevormd in vingers zelf (3 per vinger): (duim maar 2)
o Proximale
o Mediale
o Distale
5 Metacarpalen: middenhand
8 Carpale beenderen: pols
o Enerzijds: verbonden met metacarpalen
o Anderzijds: verbonden met onderarmbeenderen
POSITIEBEPALING HOOFD:
Occipitaal: achterkant van het hoofd
Nasaal: voorzijde van het hoofd, dichtbij de neus
Temporaal: beide zijkanten (de slapen)
Pariëntaal
LICHAAMSHOLTEN & SEREUZE HOLTEN
2 BELANGRIJKE FUNCTIES LICHAAMSDELEN
Kwetsbare organen beschermen tegen schokken van buitenaf & deze die optreden bij
lopen, springen, rennen
Inwendige organen toelaten om van omvang & vorm te kunnen veranderen
DORSALE LICHAAMSDELEN :
Schedelholte & wervelkanaal bevatten zenuwweefsel van het centrale zenuwweefsel
schedelholte bevat hersenen zachte hersenen worden beschermd tegen harde schedel dmv
liqour cerebrospinalis (hersenvocht)
2 extra functies hersenvocht:
o Afvoeren van afvalstoffen
o Behulpzaam bij handhaven goede lichaamstemperatuur
VENTRALE LICHAAMSHOLTEN:
Deze is onderverdeeld door gespierd diafragma in 3 holten: (1 boven & 2 onder)
o Thoraxholte (borstholte): halfhard omhulsel bestaande uit ribben, borstbeen,
spieren, wervels
o Abdominale holte (buikholte)
o Retroperitoneale holte (bekkenholte)
SEREUZE HOLTEN & VLIEZEN
Bevinden zich rondom inwendige organen
Niet echt holte omsloten door dubbelwandig sereus vlies (sereus membraan)
Sereus vlies: dun, met eenlagig epitheel bedekt vlies dat constant vocht produceert
wrijving van viscera verminderen
Sereus membraan:
o Visceraal blad/viscerale laag: bekleedt een viscus & groeit vast aan buitenkant van
het orgaan
o Pariëtaal blad/pariëtale laag: bekleedt de lichaamswand of het compartiment
3
L & R altijd vanuit perspectief van de patiënt
LICHAAMSVLAKKEN & DOORSNEDEN
1. Frontaal vlak/ coronaal vlak:
o Evenwijdig aan voorhoofd
o Verdeelt in voor (ventraal) & achter (dorsaal)
2. Transversaal vlak/ horizontaal vlak/ axiaal vlak
o Evenwijdig aan vloeroppervlak
o Verdeelt in boven (craniaal) & onder (caudiaal)
3. Sagittaal vlak/ mediaanvlak
o Loodrecht op frontaal vlak
o Verdeelt in links & rechts
o Doorsnede door neus & navel = 2 precieze delen = mediaanvlak/midsagittale
vlak/ medio-sagittale vlak
o Paramediaan vlak: evenwijdig aan mediaan vlak, maar buiten mediaanlijn
4. Buisvormige organen:
o Transversale doorsnede/dwarsdoorsnede: 2 cirkelvormige uiteinden
o Longitudinale doorsnede/lengtedoorsnede: 2 gootjes
HOOFDASSEN
1. Verticale as/ longitudinale as/ mediaan: lengte-as; rechtopstaand loodrecht op
grond
2. Transversale as/ horizontale as: loodrecht op vertical as & dwars door lichaam
3. Sagittale as: van voor naar achter; loodrecht op bovenstaande assen
1
, Volair/palmair: handpalmzijde Plantair: voetzoolzijde
2 METHODES OM GEBIEDEN IN BUIK/BEKKEN AAN TE DUIDEN:
4 kwadranten van bekken & buik:
o Gevormd door denkbeeldige loodrechte lijnen (snijpunt in navel)
o 4 kwadranten:
RUQ: right upper quadrant
RLQ: right lower quadrant
LUQ: left upper quadrant
LLQ: left lower quadrant
o Nuttig bij plaatsaanduiding pijn/verwonding
Nauwkeuriger: 9 gebieden dmv 2 transversale & 2 sagittale vlakken:
o Rechter hypochondrium
o Rechter lumbaal gebied// rechter flank//rechter regio lateralis
o Rechter liesgebied// rechter fossa iliaca// rechter fossa inguinalis
o Epigastrium
o Mesogastrium// regio umbilicalis// navelgebied
o Hypogastrium// subrapubische regio// schaamstreek
o Linker hypochondrium
o Linker lumbaal gebied// linkerflank// linker regio lateralis
o Linker liesgebied// linker fossa iliaca// linker fossa inguinalis
3 BOTDELEN VAN DE 2 HEUPBEENDEREN:
1. Darmbeen (os ilii/ os ilium):
o Grootste bot
o Bovenkant = benige richel (goed voelbaar) ~ bekkenkam (crista iliaca)
2. Zitbeen (os ischii/ os ischium):
o Onder-achterkant van het bekken
3. Schaambeen (os pubis):
o Onder-voorkant
o Omsluit samen met zitbeen een gat = foramen obturatum
o Beide schaambenen verbonden via schaamvoeg (symphysis pubica) beweging
mogelijk
PLAATSAANDUIDINGEN
Ventraal vs dorsaal: buikzijde vs rugzijde
Anterior vs posterior: voorzijde vs achterzijde (kleinere structuren)
Craniaal vs caudiaal: kant schedel vs kant staartbeen
Superior vs inferior: hoger/boven vs lager/onder (kleinere structuren)
Lateraal vs mediaal: zijkant/buitenzijde vs midden (algemeen)
Perifeer vs centraal: aan uiteinden vs in midden (uitgestrekte stelsels)
Proximaal vs distaal: dichtbij romp/aanhechtingspunten vs verder weg
(plaatsaanduiding ledematen)
Sinister vs dexter: links vs rechts
Visceraal vs pariëtaal: gehecht aan ingewanden vs gehecht aan lichaamswanden
TOEPASSINGEN:
Wervelkolom van craniaal naar caudaal:
o 7 halswervels (cervicaal) o 5 heiligbeenwervels (sacraal)
o 12 borstwervels (thoracaal) (aangegroeid)
o 5 lendenwervels (lumbaal) o 5 staartwervels (coccygeaal)
(aangegroeid)
2
, AFLEIDINGEN LATERAAL VS MEDIAAL
Ipsilateraal: 2 of meer structuren aan dezelfde zijde
Contralateraal: 2 structuren aan verschillende zijden
Bilateraal: beide zijden zijn betrokken
Unilateraal: slechts 1 van beide zijden
3 SOORTEN BEENDEREN IN HAND:
14 Falangen: gevormd in vingers zelf (3 per vinger): (duim maar 2)
o Proximale
o Mediale
o Distale
5 Metacarpalen: middenhand
8 Carpale beenderen: pols
o Enerzijds: verbonden met metacarpalen
o Anderzijds: verbonden met onderarmbeenderen
POSITIEBEPALING HOOFD:
Occipitaal: achterkant van het hoofd
Nasaal: voorzijde van het hoofd, dichtbij de neus
Temporaal: beide zijkanten (de slapen)
Pariëntaal
LICHAAMSHOLTEN & SEREUZE HOLTEN
2 BELANGRIJKE FUNCTIES LICHAAMSDELEN
Kwetsbare organen beschermen tegen schokken van buitenaf & deze die optreden bij
lopen, springen, rennen
Inwendige organen toelaten om van omvang & vorm te kunnen veranderen
DORSALE LICHAAMSDELEN :
Schedelholte & wervelkanaal bevatten zenuwweefsel van het centrale zenuwweefsel
schedelholte bevat hersenen zachte hersenen worden beschermd tegen harde schedel dmv
liqour cerebrospinalis (hersenvocht)
2 extra functies hersenvocht:
o Afvoeren van afvalstoffen
o Behulpzaam bij handhaven goede lichaamstemperatuur
VENTRALE LICHAAMSHOLTEN:
Deze is onderverdeeld door gespierd diafragma in 3 holten: (1 boven & 2 onder)
o Thoraxholte (borstholte): halfhard omhulsel bestaande uit ribben, borstbeen,
spieren, wervels
o Abdominale holte (buikholte)
o Retroperitoneale holte (bekkenholte)
SEREUZE HOLTEN & VLIEZEN
Bevinden zich rondom inwendige organen
Niet echt holte omsloten door dubbelwandig sereus vlies (sereus membraan)
Sereus vlies: dun, met eenlagig epitheel bedekt vlies dat constant vocht produceert
wrijving van viscera verminderen
Sereus membraan:
o Visceraal blad/viscerale laag: bekleedt een viscus & groeit vast aan buitenkant van
het orgaan
o Pariëtaal blad/pariëtale laag: bekleedt de lichaamswand of het compartiment
3