Anatomie van het gastro-intestinaal stelsel
Definitie
Maag- darmstelsel = gastro-intestinaal stelsel
= spijsverteringsstelsel
Epitheelweefsel
= dekweefsel
Cellen tegen elkaar aan, geen ‘tussenstof’
Geen bloedvaten
Specifieke functies, afhankelijk van lokalisatie
Structuur en dikte variëren
3 groepen:
Bedekkend epitheel
Klierepitheel talgklieren, zweetklieren, speekselklieren
Tussenvormen (bepaalde soorten bedekkend epitheel die slijm
afscheiden)
Bedekkend epitheel
Éénlagig epitheel
Eenlagig plaveiselepitheel zeldzaam
Eenlagig kubisch epitheel nieren, kliergangen
Eenlagig cilinderepitheel darmkanaal
Psuedo-meerlagig epitheel trilhaarepitheel in luchtwegen
Meerlagig epitheel
Verhoornend meerlagig plaveiselepitheel huid
Cilindrisch epitheel zeldzaam
Overgangsepitheel urinewegen
Klierepitheel
Gespecialiseerd in de productie van een afscheiding
Indeling
Meercellige klieren:
Endocriene klieren = produceren dingen die worden
opgenomen in het bloed bv schildklier, bijnier (produceren
hormonen die worden afgescheiden in het bloed)
Exocriene klieren = produceren dingen en sturen ze naar
de omgeving
Tubulaire klieren bv zweetklieren, maagsapklieren
Trosvormige klieren bv speekselklieren, alvleesklier
Eencellige klieren bv slijmbekercellen in darmwand of wand van
luchtwegen (exocriene secretie)
, Spijsvertering
Functie: het spijsverteringsstelsel heeft de volgende taken
De opname van voedsel door de mond
Het fijnmaken van het voedsel
Het vloeibaar maken van het voedsel
Het verteren (afbreken van het voedsel tot chemische bouwstenen die
door de cellen van de darmwand kunnen worden opgenomen)
De opname in het bloed van de bruikbare voedseldelen
Het verwijderen van de onverteerbare voedselresten uit het
lichaam
De afbraak van stofwisselingsproducten en vreemde stoffen
Het stimuleren van het immuunsysteem en de productie van
vitaminen door darmbacteriën
Onderdelen: het spijsverteringsstelsel loopt vanaf de mond tot de
anus en bestaat uit:
Het os mond
De farynx keelholte
De oesofagus slokdarm
De gaster maag
Duodenum, jejunum en ilieum dunne darm
Caecum, colon en rectum dikke darm
Klieren: daarin monden enkele grote klierstructuren uit:
Het pancreas alvleesklier
De hepar de lever en de galblaas
5.1 De werking van het spijsverteringsstelsel
Regulering en coördinatie van de darmwerking vinden op 3
manieren plaats:
Endocrien: door middel van hormonen
Paracrien: door middel van stoffen die direct op de omgeving
inwerken speeksel
Neurocrien: door stoffen die uit zenuwbanen afkomstig zijn
adrenaline, noramine spijsvertering sneller of trager laten werken
Schema van het spijsverteringskanaal:
Os
mond
Definitie
Maag- darmstelsel = gastro-intestinaal stelsel
= spijsverteringsstelsel
Epitheelweefsel
= dekweefsel
Cellen tegen elkaar aan, geen ‘tussenstof’
Geen bloedvaten
Specifieke functies, afhankelijk van lokalisatie
Structuur en dikte variëren
3 groepen:
Bedekkend epitheel
Klierepitheel talgklieren, zweetklieren, speekselklieren
Tussenvormen (bepaalde soorten bedekkend epitheel die slijm
afscheiden)
Bedekkend epitheel
Éénlagig epitheel
Eenlagig plaveiselepitheel zeldzaam
Eenlagig kubisch epitheel nieren, kliergangen
Eenlagig cilinderepitheel darmkanaal
Psuedo-meerlagig epitheel trilhaarepitheel in luchtwegen
Meerlagig epitheel
Verhoornend meerlagig plaveiselepitheel huid
Cilindrisch epitheel zeldzaam
Overgangsepitheel urinewegen
Klierepitheel
Gespecialiseerd in de productie van een afscheiding
Indeling
Meercellige klieren:
Endocriene klieren = produceren dingen die worden
opgenomen in het bloed bv schildklier, bijnier (produceren
hormonen die worden afgescheiden in het bloed)
Exocriene klieren = produceren dingen en sturen ze naar
de omgeving
Tubulaire klieren bv zweetklieren, maagsapklieren
Trosvormige klieren bv speekselklieren, alvleesklier
Eencellige klieren bv slijmbekercellen in darmwand of wand van
luchtwegen (exocriene secretie)
, Spijsvertering
Functie: het spijsverteringsstelsel heeft de volgende taken
De opname van voedsel door de mond
Het fijnmaken van het voedsel
Het vloeibaar maken van het voedsel
Het verteren (afbreken van het voedsel tot chemische bouwstenen die
door de cellen van de darmwand kunnen worden opgenomen)
De opname in het bloed van de bruikbare voedseldelen
Het verwijderen van de onverteerbare voedselresten uit het
lichaam
De afbraak van stofwisselingsproducten en vreemde stoffen
Het stimuleren van het immuunsysteem en de productie van
vitaminen door darmbacteriën
Onderdelen: het spijsverteringsstelsel loopt vanaf de mond tot de
anus en bestaat uit:
Het os mond
De farynx keelholte
De oesofagus slokdarm
De gaster maag
Duodenum, jejunum en ilieum dunne darm
Caecum, colon en rectum dikke darm
Klieren: daarin monden enkele grote klierstructuren uit:
Het pancreas alvleesklier
De hepar de lever en de galblaas
5.1 De werking van het spijsverteringsstelsel
Regulering en coördinatie van de darmwerking vinden op 3
manieren plaats:
Endocrien: door middel van hormonen
Paracrien: door middel van stoffen die direct op de omgeving
inwerken speeksel
Neurocrien: door stoffen die uit zenuwbanen afkomstig zijn
adrenaline, noramine spijsvertering sneller of trager laten werken
Schema van het spijsverteringskanaal:
Os
mond