Seminarie 6:
behaviorisme:
operante
conditionering
Basismodel
De puzzelbox van Thorndike
Een hongerige kat in een kooi met tralies, waarin allerlei hendels, lussen
en planken te vinden zijn. Vanuit die kooi kan het dier een stuk voedsel
zien liggen. De kat zal trachten om bij het voedsel te geraken. Ze zal
allerlei handelingen stellen:
Haar poten tussen de tralies steken
Krabben
Bijten
Miauwen
Maar het voedsel blijft onbereikbaar.
Op een moment duwt ze toevallig op een hendel, waardoor een deurtje
opengaat. Ze kan dus het stuk vis eten. Als we dit verschillende keren na
elkaar herhalen en bi elke beurt de tijd meten tussen het moment waarop
de kat in het kooitje wordt geplaatst en het moment waarop de kat op het
hendeltje begint te duwen, zal die tijd steeds korter en korter worden.
De wet van het effect:
, “Wanneer een respons in een bepaalde situatie een bevredigend resultaat
oplevert, dan is het waarschijnlijk dat die respons in die situatie vaker zal
voorkomen.
Leren kan ook via trail and error/gissen en missen.
De puzzelbox van Skinner
Skinner werkte met:
Een verbeterde versie vd puzzle box, een kooitje met daarin alleen
een hendeltje of een drukknop en een voeder- of drinkbakje.
Duiven en ratten ipv katten, die leerden op een hendeltje drukken
en dan een bepaalde hvl voedsel kregen.
1.1 Basismodel: het ABC-model
Skinner spreekt van het ABC van het gedrag
A antecedenten (Sd)
o Omstandigheden die aan het gedrag vooraf gaan
o Discriminatieve stimuli
B Behavior (R)
o Het gedrag dat we willen bestuderen
C consequenten (C): bekrachtigers en/of bestraffers
o De gevolgen van het gedrag
Bekrachtigers doen gedrag toenemen
Bestraffers doen gedrag afnemen
1.2 Bekrachtigers en bestraffers
Bekrachtigers
Bekrachtiger elk gevolg (consequent) van het gedrag waardoor de kans
toeneemt dat het gedrag (behavior) optreedt.
Positieve bekrachtiger een gevolg dat bestaat uit het toedienen
van iets positief (consequent)
o Bv een dikke duim
Negatieve bekrachtiger een gevolg dat bestaat uit het wegnemen
van iets negatief/ iets vervelends (consequent)
o Bv luide muziek die stopt
Bestraffers
Een straf elk gevolg (consequent) waardoor de kans dat het gedrag
gesteld wordt (behavior) afneemt.
Positieve straf een gevolg dat bestaat uit iets vervelends dat
toegediend wordt
o Bv slaan
behaviorisme:
operante
conditionering
Basismodel
De puzzelbox van Thorndike
Een hongerige kat in een kooi met tralies, waarin allerlei hendels, lussen
en planken te vinden zijn. Vanuit die kooi kan het dier een stuk voedsel
zien liggen. De kat zal trachten om bij het voedsel te geraken. Ze zal
allerlei handelingen stellen:
Haar poten tussen de tralies steken
Krabben
Bijten
Miauwen
Maar het voedsel blijft onbereikbaar.
Op een moment duwt ze toevallig op een hendel, waardoor een deurtje
opengaat. Ze kan dus het stuk vis eten. Als we dit verschillende keren na
elkaar herhalen en bi elke beurt de tijd meten tussen het moment waarop
de kat in het kooitje wordt geplaatst en het moment waarop de kat op het
hendeltje begint te duwen, zal die tijd steeds korter en korter worden.
De wet van het effect:
, “Wanneer een respons in een bepaalde situatie een bevredigend resultaat
oplevert, dan is het waarschijnlijk dat die respons in die situatie vaker zal
voorkomen.
Leren kan ook via trail and error/gissen en missen.
De puzzelbox van Skinner
Skinner werkte met:
Een verbeterde versie vd puzzle box, een kooitje met daarin alleen
een hendeltje of een drukknop en een voeder- of drinkbakje.
Duiven en ratten ipv katten, die leerden op een hendeltje drukken
en dan een bepaalde hvl voedsel kregen.
1.1 Basismodel: het ABC-model
Skinner spreekt van het ABC van het gedrag
A antecedenten (Sd)
o Omstandigheden die aan het gedrag vooraf gaan
o Discriminatieve stimuli
B Behavior (R)
o Het gedrag dat we willen bestuderen
C consequenten (C): bekrachtigers en/of bestraffers
o De gevolgen van het gedrag
Bekrachtigers doen gedrag toenemen
Bestraffers doen gedrag afnemen
1.2 Bekrachtigers en bestraffers
Bekrachtigers
Bekrachtiger elk gevolg (consequent) van het gedrag waardoor de kans
toeneemt dat het gedrag (behavior) optreedt.
Positieve bekrachtiger een gevolg dat bestaat uit het toedienen
van iets positief (consequent)
o Bv een dikke duim
Negatieve bekrachtiger een gevolg dat bestaat uit het wegnemen
van iets negatief/ iets vervelends (consequent)
o Bv luide muziek die stopt
Bestraffers
Een straf elk gevolg (consequent) waardoor de kans dat het gedrag
gesteld wordt (behavior) afneemt.
Positieve straf een gevolg dat bestaat uit iets vervelends dat
toegediend wordt
o Bv slaan