Uit welke twee deelaspecten bestaat het menselijk gedrag
• Overte gedrag: waarneembare, observeerbare
gedrag
• Coverte gedrag: onzichtbaar, speelt zich af in
het hoofd
Vragen Stem 1
, Uit welke twee deelaspecten bestaan het coverte gedrag
• Cognitieve aspect: denken dat je bijvoorbeeld
voor een klas een luide stem moet gebruiken
• Emotionele aspect: het gedrag van iemand die
blij en vrolijk of triest en gespannen
• Beïnvloeden elkaar: ‘ik ga dat niet kunnen’ met
een gevoel van angst en spanning
Vragen Stem 2
, Wat is normaal stemgedrag
• Het gedrag dat het meest optreedt, modus, waarop
een spreiding van twee standaarddeviaties wordt
voorzien (of 95% predictie-interval)
• Hangt af van verschillende dimensies:
- Contextdimensie = in de ene context normaal is in
de andere context abnormaal
- Resultaat van leren
• Medisch: afwezigheid van stemproblemen
• Esthetisch: bijzonder ‘geschikt’ voor bepaalde taken
Vragen Stem 3
, Waarom moet stemgedrag geleerd worden
• Leren wanneer je stil moet zijn, wanneer
bepaalde stemgedragingen gepast zijn en
wanneer niet
• Na geboorteschreeuw (reflex) moet kind leren
zijn stemgeluid te sturen en meer te beheersen
Vragen Stem 4
, Wat zijn de twee vormen van leren
• Associatief leren: in beide gevallen wordt er een
verband gelegd tussen twee elementen
1. Klassieke of Pavloviaanse conditionering:
leren van een verband tussen twee stimuli
2. Operante of instrumentele conditionering:
verband geleerd tussen handelingen of
gedragingen (R) en de gevolgen (C)
Vragen Stem 5
, Geef 4 leerprocessen voor conditionering
• Leren uit eigen ervaring: verbinding tussen
neutrale en betekenisvolle prikkel door ze zelf te
ervaren (respondent en operant leren)
• Modelleren: observeren van een leerproces bij
anderen door twee partijen: observator en model
• Informatief leren: leren via instructie: associatieve
verbanden leren uit gesproken of geschreven
informatieoverdracht
• Imaginair leren: door te denken aan de
samenhang tussen 2 situaties kunnen betekenisvolle
associaties in het geheugen worden gevormd
Vragen Stem 6
, Wat is vocale competentie
• Vermogen van het individu om het stemgedrag
aan te passen aan de situatie, context of
communicatiepartner
• Inschatten wanneer het beter is om te praten en
wanneer om te zwijgen
• Wat normaal is in situatie 1 is dat niet in situatie 2
= normaal stemgedrag
Vragen Stem 7
, Wat zijn de verschillende stemaspecten
• Akoestisch aspect (wat hoor je)
• Fysiologisch aspect (hoe komt het tot stand)
• Expressieve waarde (gevoelscreatie)
• Inhoudelijk aspect (boodschap)
Vragen Stem 8
• Overte gedrag: waarneembare, observeerbare
gedrag
• Coverte gedrag: onzichtbaar, speelt zich af in
het hoofd
Vragen Stem 1
, Uit welke twee deelaspecten bestaan het coverte gedrag
• Cognitieve aspect: denken dat je bijvoorbeeld
voor een klas een luide stem moet gebruiken
• Emotionele aspect: het gedrag van iemand die
blij en vrolijk of triest en gespannen
• Beïnvloeden elkaar: ‘ik ga dat niet kunnen’ met
een gevoel van angst en spanning
Vragen Stem 2
, Wat is normaal stemgedrag
• Het gedrag dat het meest optreedt, modus, waarop
een spreiding van twee standaarddeviaties wordt
voorzien (of 95% predictie-interval)
• Hangt af van verschillende dimensies:
- Contextdimensie = in de ene context normaal is in
de andere context abnormaal
- Resultaat van leren
• Medisch: afwezigheid van stemproblemen
• Esthetisch: bijzonder ‘geschikt’ voor bepaalde taken
Vragen Stem 3
, Waarom moet stemgedrag geleerd worden
• Leren wanneer je stil moet zijn, wanneer
bepaalde stemgedragingen gepast zijn en
wanneer niet
• Na geboorteschreeuw (reflex) moet kind leren
zijn stemgeluid te sturen en meer te beheersen
Vragen Stem 4
, Wat zijn de twee vormen van leren
• Associatief leren: in beide gevallen wordt er een
verband gelegd tussen twee elementen
1. Klassieke of Pavloviaanse conditionering:
leren van een verband tussen twee stimuli
2. Operante of instrumentele conditionering:
verband geleerd tussen handelingen of
gedragingen (R) en de gevolgen (C)
Vragen Stem 5
, Geef 4 leerprocessen voor conditionering
• Leren uit eigen ervaring: verbinding tussen
neutrale en betekenisvolle prikkel door ze zelf te
ervaren (respondent en operant leren)
• Modelleren: observeren van een leerproces bij
anderen door twee partijen: observator en model
• Informatief leren: leren via instructie: associatieve
verbanden leren uit gesproken of geschreven
informatieoverdracht
• Imaginair leren: door te denken aan de
samenhang tussen 2 situaties kunnen betekenisvolle
associaties in het geheugen worden gevormd
Vragen Stem 6
, Wat is vocale competentie
• Vermogen van het individu om het stemgedrag
aan te passen aan de situatie, context of
communicatiepartner
• Inschatten wanneer het beter is om te praten en
wanneer om te zwijgen
• Wat normaal is in situatie 1 is dat niet in situatie 2
= normaal stemgedrag
Vragen Stem 7
, Wat zijn de verschillende stemaspecten
• Akoestisch aspect (wat hoor je)
• Fysiologisch aspect (hoe komt het tot stand)
• Expressieve waarde (gevoelscreatie)
• Inhoudelijk aspect (boodschap)
Vragen Stem 8