Elektromagnetisme: Samenvatting
1. Permanente magneten
Het kompas
- Wijst altijd naar het Noorden
- Naald: ijzeren magnetische naald die zich richt n/h magnetische veld van de aarde.
- Gebruikt voor zeevaart
- Sterke magneten zoals ijzer, kobalt, nikkel allemaal Ferromagneten
- Zuiver ijzer: kristalstructuur is zuiver ijzer = weekijzer
- Vb magneten: Magnetische deursloten, prikbord, slot van handtas
- Kunnen elkaar aantrekken & afstoten: 2 polen
- Wijst altijd naar het noorden
- Vrij opgehangen magneet wordt beïnvloedt door andere magneten en ijzer in de buurt.
- Pool die n noorden wijst: Noordpool, andere: Zuidpool
2. Magnetische eigenschappen van stoffen
- Magnetische influentie: Ferromagnetische stoffen worden magnetisch in de omgeving van
een magneet
- Stoffen met sterke magnetische eigenschappen: ijzer, cobalt, nikkel
- Stoffen met zwakke magnetische eigenschappen: Hout, plastic
- Water wordt door sterke magneet licht afgestoten = Diamagnetisme
- Ijzersulfaat aangetrokken door sterke magneet = Paramagnetisme
Oefeningen
- Magneet bewaren met sluitstuk want: gesloten magneet heeft minder invloed op omgeving
en verliest zo minder energie
- De geografische noordpool is de magnetische zuidpool, want kompasnaald wijst met zijn N-
pool naar de magnetische Z-pool.
- Hoe controleren wat magnetisch is? Plaats 2 staven loodrecht op elkaar, als de magneet bij
midden vd staaf komt is er aantrekking.
3. Elektromagneten
- Een stroom voerende spoel gedraagt zich als een magneet.
- Als er gn stroom door een draad loopt wijst de naald naar Noorden
- Als er stroom door draad gaat: naald loodrecht op de draad.
4. Magnetisch veld
Permanente magneten en elektromagneten
- Rond een permanente magneet & rond stroom voerende draad: magnetisch veld
- Magnetisch veld sterkst: Veldlijnen dichtst bij elkaar
- Veldlijnen van noordpool naar zuidpool
- Veldlijnen evenwijdig: veld in deze omgeving overal even groot.
- Boven curietemperatuur verliest ferromagneet zijn permanent magnetisme.
1. Permanente magneten
Het kompas
- Wijst altijd naar het Noorden
- Naald: ijzeren magnetische naald die zich richt n/h magnetische veld van de aarde.
- Gebruikt voor zeevaart
- Sterke magneten zoals ijzer, kobalt, nikkel allemaal Ferromagneten
- Zuiver ijzer: kristalstructuur is zuiver ijzer = weekijzer
- Vb magneten: Magnetische deursloten, prikbord, slot van handtas
- Kunnen elkaar aantrekken & afstoten: 2 polen
- Wijst altijd naar het noorden
- Vrij opgehangen magneet wordt beïnvloedt door andere magneten en ijzer in de buurt.
- Pool die n noorden wijst: Noordpool, andere: Zuidpool
2. Magnetische eigenschappen van stoffen
- Magnetische influentie: Ferromagnetische stoffen worden magnetisch in de omgeving van
een magneet
- Stoffen met sterke magnetische eigenschappen: ijzer, cobalt, nikkel
- Stoffen met zwakke magnetische eigenschappen: Hout, plastic
- Water wordt door sterke magneet licht afgestoten = Diamagnetisme
- Ijzersulfaat aangetrokken door sterke magneet = Paramagnetisme
Oefeningen
- Magneet bewaren met sluitstuk want: gesloten magneet heeft minder invloed op omgeving
en verliest zo minder energie
- De geografische noordpool is de magnetische zuidpool, want kompasnaald wijst met zijn N-
pool naar de magnetische Z-pool.
- Hoe controleren wat magnetisch is? Plaats 2 staven loodrecht op elkaar, als de magneet bij
midden vd staaf komt is er aantrekking.
3. Elektromagneten
- Een stroom voerende spoel gedraagt zich als een magneet.
- Als er gn stroom door een draad loopt wijst de naald naar Noorden
- Als er stroom door draad gaat: naald loodrecht op de draad.
4. Magnetisch veld
Permanente magneten en elektromagneten
- Rond een permanente magneet & rond stroom voerende draad: magnetisch veld
- Magnetisch veld sterkst: Veldlijnen dichtst bij elkaar
- Veldlijnen van noordpool naar zuidpool
- Veldlijnen evenwijdig: veld in deze omgeving overal even groot.
- Boven curietemperatuur verliest ferromagneet zijn permanent magnetisme.