H1: Het normaal functioneren van de nieren en de
urineweg
1.1 De nierfunctie
Filtermmechanisme:
- Vochtbalans (waterhuishouding)
- elektrolytenbalans
Verwijderen van afvalstoffen van het eiwitmetabolisme
- Ureum: eindproduct eiwitmetabolisme
- Creatinine: eindproduct spiermetabolisme
- Creatine: tussenproduct in metabolisme
Regelen van de pH-waarden
Hormoonproductie (erythropoïetine, renine = bloeddruk verhogend)
1.2 Het mictieproces
Mictie Het plassen
Mictieproces Productie van urine thv de nieren
= passief proces en geen buikpres (kan problemen veroorzaken
op lange termijn)
Mictiedrang De drang op te plassen (bij 250 à 300ml)
Vesica urinae
= Urineblaas
Blaas: Holle opslagruimte die tussen 300 à 500 ml urine kan bewaren
Blaashals
Dubbele sfinctermechanisme (spiersluiting):
Interne sfincter thv blaashals
Belang bekkenbodemspier
Externe sfincter
Vrouw: helft van de urethra
Man: distale gedeelte van de prostaat
Volwassenen Baby’s
Prikkel gaat naar het sacrale blaascentrum - Geen gevoel van blaasvulling
en via afferte zenuwbanen verder naar het - Geen controle over blaaslediging
centrale blaascentrum (in de hersenen) - Gebeurd reflexmatig
- Niet kunnen urineren: spieren van
de blaas blokkeren
- Kunnen urineren: externe sfincter
en bekkenbodemspieren
ontspannen + blaas trekt samen
1.3 Diurese
Diurese De hoeveelheid urine een volwassene per 24 uur uitscheidt.
= 1 à 1,5 liter/dag = 1 ml per kilogram lichaamsgewicht/uur
Normale beïnvloedende factoren Abnormale beïnvloedende factoren
Vochtopname Stoornissen in de bloedcirculatie
Vochtuitscheiding via andere wegen Hormonale stoornissen
Perspiratio insensibilis: transpiratie en Algemene stoornissen op spieren
ademhaling vesica urinae, ureters, urethra
Maag-darmkanaal: braken en diarree
Eetpatroon (veel zout)
, Geneesmiddelen
1.4 Mictiepatroon
Mictiepatroon Gedragspatroon mbt het aantal keren dat iemand urineert (4/6 keer) en de
hoeveelheid.
Normale beïnvloedende factoren Abnormale beïnvloedende factoren
Leeftijd Pijn
Opvoeding: aangeleerde Infectie
gedragspatroon Algemene stoornissen spieren vesica
Beschikbare toiletten urinae, ureters, urethra
Prioriteiten Neurologische factoren
Geneesmiddelen
Emotionele factoren (stress)
Anatomische functionerne
H2: Urine
2.1 Urine
Samenstelling wisselt voortdurend: nieren zijn continu bezig (deel wordt
opgenomen ander deel uitgescheid)
Hoeveelheid: 1 à 1,5 liter/dag
Dichtheid/gewicht: 1,005 tot 1,025 (concentratie van het aantal opgeloste
deeltjes)
pH: licht zuur ong 6 (tussen 4,8 en 8)
kleur: transparant tot donkergeel
geur: beperkt
Normale bestanddelen Abnormale bestanddelen
Water Eiwit: proteïneurie
Afbraakproducten eiwitten: Glucose: glucosurie
ureum/creatinine Ketonlichamen
Creatine Veel galkleurstoffen
Galkleurstof (urobiline) Erythrocyten (rode
Vitaminen (B en C) bloedlichamen)
Hormonen (dopingscontrole) Leukocyten (witte
Vormelementen: cellen bloedlichamen
Bacteriën
Afbraakproducten
geneesmiddelen
H3: Veel voorkomende klachten
3.1 Plaatselijke stoornissen
Polyurie Toegenomen hoeveelheid urine (meer dan 2l/24u)
Mogelijke oorzaken:
- Polydipsie: meer drinken
- Diuretica gebruik: vochtafdrijvende medicatie
- Chronische nierfalen
- Diabetes mellitus
Oligurie Verminderde urineproductie (minder dan 400ml/24u)
Anurie Zo goed als geen urine productie, symptoom van acute
urineweg
1.1 De nierfunctie
Filtermmechanisme:
- Vochtbalans (waterhuishouding)
- elektrolytenbalans
Verwijderen van afvalstoffen van het eiwitmetabolisme
- Ureum: eindproduct eiwitmetabolisme
- Creatinine: eindproduct spiermetabolisme
- Creatine: tussenproduct in metabolisme
Regelen van de pH-waarden
Hormoonproductie (erythropoïetine, renine = bloeddruk verhogend)
1.2 Het mictieproces
Mictie Het plassen
Mictieproces Productie van urine thv de nieren
= passief proces en geen buikpres (kan problemen veroorzaken
op lange termijn)
Mictiedrang De drang op te plassen (bij 250 à 300ml)
Vesica urinae
= Urineblaas
Blaas: Holle opslagruimte die tussen 300 à 500 ml urine kan bewaren
Blaashals
Dubbele sfinctermechanisme (spiersluiting):
Interne sfincter thv blaashals
Belang bekkenbodemspier
Externe sfincter
Vrouw: helft van de urethra
Man: distale gedeelte van de prostaat
Volwassenen Baby’s
Prikkel gaat naar het sacrale blaascentrum - Geen gevoel van blaasvulling
en via afferte zenuwbanen verder naar het - Geen controle over blaaslediging
centrale blaascentrum (in de hersenen) - Gebeurd reflexmatig
- Niet kunnen urineren: spieren van
de blaas blokkeren
- Kunnen urineren: externe sfincter
en bekkenbodemspieren
ontspannen + blaas trekt samen
1.3 Diurese
Diurese De hoeveelheid urine een volwassene per 24 uur uitscheidt.
= 1 à 1,5 liter/dag = 1 ml per kilogram lichaamsgewicht/uur
Normale beïnvloedende factoren Abnormale beïnvloedende factoren
Vochtopname Stoornissen in de bloedcirculatie
Vochtuitscheiding via andere wegen Hormonale stoornissen
Perspiratio insensibilis: transpiratie en Algemene stoornissen op spieren
ademhaling vesica urinae, ureters, urethra
Maag-darmkanaal: braken en diarree
Eetpatroon (veel zout)
, Geneesmiddelen
1.4 Mictiepatroon
Mictiepatroon Gedragspatroon mbt het aantal keren dat iemand urineert (4/6 keer) en de
hoeveelheid.
Normale beïnvloedende factoren Abnormale beïnvloedende factoren
Leeftijd Pijn
Opvoeding: aangeleerde Infectie
gedragspatroon Algemene stoornissen spieren vesica
Beschikbare toiletten urinae, ureters, urethra
Prioriteiten Neurologische factoren
Geneesmiddelen
Emotionele factoren (stress)
Anatomische functionerne
H2: Urine
2.1 Urine
Samenstelling wisselt voortdurend: nieren zijn continu bezig (deel wordt
opgenomen ander deel uitgescheid)
Hoeveelheid: 1 à 1,5 liter/dag
Dichtheid/gewicht: 1,005 tot 1,025 (concentratie van het aantal opgeloste
deeltjes)
pH: licht zuur ong 6 (tussen 4,8 en 8)
kleur: transparant tot donkergeel
geur: beperkt
Normale bestanddelen Abnormale bestanddelen
Water Eiwit: proteïneurie
Afbraakproducten eiwitten: Glucose: glucosurie
ureum/creatinine Ketonlichamen
Creatine Veel galkleurstoffen
Galkleurstof (urobiline) Erythrocyten (rode
Vitaminen (B en C) bloedlichamen)
Hormonen (dopingscontrole) Leukocyten (witte
Vormelementen: cellen bloedlichamen
Bacteriën
Afbraakproducten
geneesmiddelen
H3: Veel voorkomende klachten
3.1 Plaatselijke stoornissen
Polyurie Toegenomen hoeveelheid urine (meer dan 2l/24u)
Mogelijke oorzaken:
- Polydipsie: meer drinken
- Diuretica gebruik: vochtafdrijvende medicatie
- Chronische nierfalen
- Diabetes mellitus
Oligurie Verminderde urineproductie (minder dan 400ml/24u)
Anurie Zo goed als geen urine productie, symptoom van acute