Intermoleculaire interacties
Algemeen
- Hoe hoger EN hoe meer het bindings-e naar zich toe trekt (hoe groter ionair karakter)
- Dipool ontstaat + partiële ladingen
o Grootste EN trekt meest e aan -
o Kleinste EN trekt minder e aan +
- Verschil EN stijgt verschuiving e wordt groter
- e in binding zijn beweeglijker dan die van binding
Dipoolmoment
- Sterkte van dipool uitgedrukt in Debye (D)
- =Qxr
o Q = verschil in EN
o r = atoomstraal
- 2 atomen dipoolmoment atoombinding
- > 2 atomen afhankelijk van:
o Dipoolmoment van ALLE polaire bindingen
o Geometrie molecule
Verschil polaire en apolaire molecule
- Polair
o + en – pool
o Som ladingsvectoren 0
- Apolair
o Niet polair
o Som ladingsvectoren = 0
Fysische eigenschappen
Aggregatietoestanden
- Vast moleculen dicht opeen interacties sterk
- Vloeibaar meer afstand tussen moleculen interacties zwakker
- Gas moleculen kunnen vrij bewegen geen interacties (ideale gassen)
Smeltpunt – kookpunt
- Hoe sterker de intermoleculaire interacties in de vaste fase
o Hoe hoger het smeltpunt
- Hoe sterker de intermoleculaire interacties in de vloeibare fase
o Hoe hoger het kookpunt
- Smelten/koken = verbreken van intermoleculaire interacties
o Hoe sterker hoe moeilijker hoe meer energie nodig
Mengen – oplossen
- Hoe vergelijkbaarder de intermoleculaire interacties, hoe vlotter ze oplossen/mengen
- H-bruggen zijn belangrijk
Algemeen
- Hoe hoger EN hoe meer het bindings-e naar zich toe trekt (hoe groter ionair karakter)
- Dipool ontstaat + partiële ladingen
o Grootste EN trekt meest e aan -
o Kleinste EN trekt minder e aan +
- Verschil EN stijgt verschuiving e wordt groter
- e in binding zijn beweeglijker dan die van binding
Dipoolmoment
- Sterkte van dipool uitgedrukt in Debye (D)
- =Qxr
o Q = verschil in EN
o r = atoomstraal
- 2 atomen dipoolmoment atoombinding
- > 2 atomen afhankelijk van:
o Dipoolmoment van ALLE polaire bindingen
o Geometrie molecule
Verschil polaire en apolaire molecule
- Polair
o + en – pool
o Som ladingsvectoren 0
- Apolair
o Niet polair
o Som ladingsvectoren = 0
Fysische eigenschappen
Aggregatietoestanden
- Vast moleculen dicht opeen interacties sterk
- Vloeibaar meer afstand tussen moleculen interacties zwakker
- Gas moleculen kunnen vrij bewegen geen interacties (ideale gassen)
Smeltpunt – kookpunt
- Hoe sterker de intermoleculaire interacties in de vaste fase
o Hoe hoger het smeltpunt
- Hoe sterker de intermoleculaire interacties in de vloeibare fase
o Hoe hoger het kookpunt
- Smelten/koken = verbreken van intermoleculaire interacties
o Hoe sterker hoe moeilijker hoe meer energie nodig
Mengen – oplossen
- Hoe vergelijkbaarder de intermoleculaire interacties, hoe vlotter ze oplossen/mengen
- H-bruggen zijn belangrijk