1
HET INTERMEDIAIR METABOLISME
THEMA 2: Het Suikermetabolisme
DEEL 8: Glycogeenmetabolisme
Hoofdstuk 1: Structuur en functie van glycogeen
Glycogeen = De opslagvorm van glucose bij zoogdieren (bij planten: zetmeel)
-> Wordt opgestapeld in de lever en in de skeletspieren
OPM. Ook in andere cellen maar veel kleinere voorraden en voor eigen gebruik vd cel
-> In de lever w het gebruikt om bloedglucose(tussen 80 en120) op peil te houden (vasten)
(100g)
-> In de spieren w het gebruikt voor energie (ATP) tijdens inspanning
(400g)
-> Kan snel aangesproken w
-> Wordt gereguleerd door insuline (pas gegeten- hoog- stockeren)
en glucagon (hongerfase- hoog- vrijmaken)
1.1 Structuur
Glycogeen is een vertakte-keten polysacharide
-> Gemaakt uit α-D-glucose
-> Suikerringen (glucose) aan elkaar met glycosidische bindingen α(1->4)
-> Vertakking zit op de keten met een α(1->6) binding
-> Polymeer van glucose
-> Zitten in cytoplasmatische ‘korrels’ die ook de nodige enzymen voor glycogeen
synthese en degradatie bevatten
1.2 Schommelingen glycogeen opslag
Lever glycogeen opslag verhoogd tijdens de maaltijdfase en w opgebruikt tijdens hongerfase/vasten
Spier glycogeen opslag w niet aangesproken bij korte periodes van vasten (enkele dagen) en maar lichtjes bij
langer vasten
-> W gebruikt door spieren voor energie tijdens een inspanning
-> Glycogeen synthese en degradatie gaan continue door
, 2
Hoofdstuk 2: Synthese van glycogeen (glycogenese)
Glycogeen w gemaakt in het cytosol uit α-D-glucose moleculen
-> Nood aan ATP voor de fosforylatie van glucose
-> Nood aan uridine trifosfaat (UTP)
1. Synthese van uridine difosfaat glucose
-> α-D-glucose w vast gehangen aan uridine difosfaat (UDP)
-> Start van alle glucosyl residu’s die w toegevoegd aan de keten
-> UDP-glucose w gevormd uit glucose-1-fosfaat en UTP
-> Door UDP-glucose pyrofosforylase
-> Het tweede product vd reactie is pyrofosfaat (PPi)
-> W gehydrolyseerd tot 2 inorganische fosfaten (Pi)
-> Door pyrofosfatase
-> Exergoon
-> In de richting van UDP-glucose
2. Synthese van een primer
-> Om de glycogeen synthese te starten
-> Glycogeen synthase maakt de α(1->4) bindingen in glycogeen
-> Kan de synthese van de keten niet starten
-> Kan enkel de bestaande keten verlengen
-> Nood aan een primer
-> Fragment van glycogeen wnnr de glycogeen opslag vd cel niet volledig leeg is
-> Anders een proteïne glycogenin als acceptor voor glucose residu’s van UDP-glucose
-> De zijketen hydroxyl groep ve specifiek tyrosine in glycogenin dient als de site waar glucosyl eenheid
aan vast gehangen w
-> Reactie w gekatalyseerd door glycogenin zelf via autoglucosylatie
Glycogenin is dus een enzym
-> Glycogenin katalyseert dan de transfer van de volgende paar moleculen van glucose van UDP-
glucose
-> Vormt een korte α(1->4) gelinkte glucosyl keten
-> Korte keten dient als primer
-> Wordt verlengd door Glycogeen synthase
HET INTERMEDIAIR METABOLISME
THEMA 2: Het Suikermetabolisme
DEEL 8: Glycogeenmetabolisme
Hoofdstuk 1: Structuur en functie van glycogeen
Glycogeen = De opslagvorm van glucose bij zoogdieren (bij planten: zetmeel)
-> Wordt opgestapeld in de lever en in de skeletspieren
OPM. Ook in andere cellen maar veel kleinere voorraden en voor eigen gebruik vd cel
-> In de lever w het gebruikt om bloedglucose(tussen 80 en120) op peil te houden (vasten)
(100g)
-> In de spieren w het gebruikt voor energie (ATP) tijdens inspanning
(400g)
-> Kan snel aangesproken w
-> Wordt gereguleerd door insuline (pas gegeten- hoog- stockeren)
en glucagon (hongerfase- hoog- vrijmaken)
1.1 Structuur
Glycogeen is een vertakte-keten polysacharide
-> Gemaakt uit α-D-glucose
-> Suikerringen (glucose) aan elkaar met glycosidische bindingen α(1->4)
-> Vertakking zit op de keten met een α(1->6) binding
-> Polymeer van glucose
-> Zitten in cytoplasmatische ‘korrels’ die ook de nodige enzymen voor glycogeen
synthese en degradatie bevatten
1.2 Schommelingen glycogeen opslag
Lever glycogeen opslag verhoogd tijdens de maaltijdfase en w opgebruikt tijdens hongerfase/vasten
Spier glycogeen opslag w niet aangesproken bij korte periodes van vasten (enkele dagen) en maar lichtjes bij
langer vasten
-> W gebruikt door spieren voor energie tijdens een inspanning
-> Glycogeen synthese en degradatie gaan continue door
, 2
Hoofdstuk 2: Synthese van glycogeen (glycogenese)
Glycogeen w gemaakt in het cytosol uit α-D-glucose moleculen
-> Nood aan ATP voor de fosforylatie van glucose
-> Nood aan uridine trifosfaat (UTP)
1. Synthese van uridine difosfaat glucose
-> α-D-glucose w vast gehangen aan uridine difosfaat (UDP)
-> Start van alle glucosyl residu’s die w toegevoegd aan de keten
-> UDP-glucose w gevormd uit glucose-1-fosfaat en UTP
-> Door UDP-glucose pyrofosforylase
-> Het tweede product vd reactie is pyrofosfaat (PPi)
-> W gehydrolyseerd tot 2 inorganische fosfaten (Pi)
-> Door pyrofosfatase
-> Exergoon
-> In de richting van UDP-glucose
2. Synthese van een primer
-> Om de glycogeen synthese te starten
-> Glycogeen synthase maakt de α(1->4) bindingen in glycogeen
-> Kan de synthese van de keten niet starten
-> Kan enkel de bestaande keten verlengen
-> Nood aan een primer
-> Fragment van glycogeen wnnr de glycogeen opslag vd cel niet volledig leeg is
-> Anders een proteïne glycogenin als acceptor voor glucose residu’s van UDP-glucose
-> De zijketen hydroxyl groep ve specifiek tyrosine in glycogenin dient als de site waar glucosyl eenheid
aan vast gehangen w
-> Reactie w gekatalyseerd door glycogenin zelf via autoglucosylatie
Glycogenin is dus een enzym
-> Glycogenin katalyseert dan de transfer van de volgende paar moleculen van glucose van UDP-
glucose
-> Vormt een korte α(1->4) gelinkte glucosyl keten
-> Korte keten dient als primer
-> Wordt verlengd door Glycogeen synthase