HET INTERMEDIAIR METABOLISME
THEMA 2: Het Suikermetabolisme
DEEL 7: De Gluconeogenese
Hoofdstuk 1: Achtergrond
Sommige weefsels die volledig afhankelijk zijn van glucose als metabolische brandstof (Hersenen; Rode
bloedcellen; …)
-> Er moet continue glucose aanwezig zijn
-> Glucogeen opgeslagen in de lever kan maar voor 10-18u van glucose voorzien wnnr er geen
koolhydraten w opgenomen via voedsel
-> Tijdens langer vasten zijn de glucogeen voorraden opgebruikt
-> Glucose moet gevormd w uit nonkoolhydraat precursors
Vb. Lactaat, pyruvaat, glycerol (afkomstig van TAGs) of α-ketozuren (afkomstig van katabolisme van
glucogene aminozuren)
-> Vorming van glucose gebeurt niet via een simpele glycolyse
WANT glycolyse evenwicht neigt sterk naar de vorming van pyruvaat
-> Speciale pathway
-> Nood aan zowel mitochondriale enzymen als cytosolische enzymen
-> Gaat door ivoor 90% in de lever en 10% in de nieren
MAAR bij langer vasten gaat het voor 40% in de nieren door
Hoofdstuk 2: Nodige substraten
Gluconeogene precursors = Moleculen die kunnen gebruikt w voor een nettosynthese van glucose
-> Belangrijkste zijn lactaat, glycerol en α-ketozuren
1. Glycerol
-> Wordt vrijgezet tijdens de hydrolyse van triacylglycerolen (TAGs) in vetweefsels
-> Via het bloed gebracht naar de lever
-> Wordt gefosforyleerd door glycerol kinase
-> Vormt glycerol fosfaat
-> Glycerol fosfaat w geoxideerd door glycerol fosfaat dehydrogenase
-> Er wordt dihydroxyaceton gevormd (intermediair van de glycolyse)
OPM. Adipocyten (vetcelln) kunnen glycerol niet fosforyleren omdat ze glycerol kinase missen
-> Gebeurt in de lever
2. Lactaat
-> Wordt vrijgelaten in het bloed door excercising skeletspieren en cellen
zonder mitochondriën (RBC)
-> In de cori cyclus w door het bloed overgedragen glucose omgezet door
excercising spier in lactaat
-> Lactaat diffuseert in het bloed
-> Lactaat w opgenomen door de lever
-> Lactaat w omgezet tot glucose
-> Glucose w weer vrijgezet in de circulatie
, 3. Aminozuren
-> Deze afkomstig van de hydrolyse van weefsel proteïnen zijn de grootste bron voor glucose
tijdens het vasten
-> Metabolisme van glucogene aminozuren vormt α-ketozuren
-> α-ketozuren (α-ketoglutaraat) kunnen in de TCA cyclus en oxaloacetaat vormen
-> OAA is een directe precursor van fosfoenolpyruvaat (PEP)
Hoofdstuk 3: Reacties uniek voor de gluconeogenese
Er zijn 7 reacties van de glycolyse die reversibel zijn en gebruikt w in de synthese van glucose van lactaat en
pyruvaat
Er zijn dus 3 reacties irreversibel
-> Moeten vermeden w door 4 alternatieve reacties
-> Deze reacties moeten energie voordelig zijn voor de synthese van glucose
1. Carboxylatie van pyruvaat
-> De eerste reactie vd glycolyse die omzeild moet w is de synthese van pyruvaat uit PEP door
pyruvaat kinase (PK)
-> Pyruvaat w gecarboxyleerd door pyruvaat carboxylase
-> Wordt oxaloacetaat gevormd
-> OAA w omgezet in PEP door PEP-carboxykinase (PEPCK)
a. Biotin, een co-enzym
-> Pyruvaat carboxylase heeft nood aan biotin covalent gebonden aan de ε-amino groep
van lysine residu in het enzym
-> Hydrolyse van ATP zorg voor de energie om een enzym-biotin-CO2 intermediair
vormen
-> Intermediair zorgt dat pyruvaat w gecarboxyleerd
OPM. Pyruvaat carboxylase met biotin kan hergebruikt w
-> Gebeurd in de mitochondriën van de lever en nier cellen
-> Afhankelijk van de benodigdheden vd cel kan OAA gebruikt w in de gluconeogenese of
de TCA cyclus
OPM. Spiercellen bevatten ook pyruvaat carboxylase maar gebruiken OAA enkel voor
TCA cyclus
b. ALLOSTERISCHE REGULATIE
-> Pyruvaat carboxylase w allosterisch geactiveerd door acetyl CoA
-> Verhoogde concentratie acetyl CoA in de mitochondriën kan tijdens het vasten
-> Wanner acetyl CoA concentratie laag is w het enzym inactief
THEMA 2: Het Suikermetabolisme
DEEL 7: De Gluconeogenese
Hoofdstuk 1: Achtergrond
Sommige weefsels die volledig afhankelijk zijn van glucose als metabolische brandstof (Hersenen; Rode
bloedcellen; …)
-> Er moet continue glucose aanwezig zijn
-> Glucogeen opgeslagen in de lever kan maar voor 10-18u van glucose voorzien wnnr er geen
koolhydraten w opgenomen via voedsel
-> Tijdens langer vasten zijn de glucogeen voorraden opgebruikt
-> Glucose moet gevormd w uit nonkoolhydraat precursors
Vb. Lactaat, pyruvaat, glycerol (afkomstig van TAGs) of α-ketozuren (afkomstig van katabolisme van
glucogene aminozuren)
-> Vorming van glucose gebeurt niet via een simpele glycolyse
WANT glycolyse evenwicht neigt sterk naar de vorming van pyruvaat
-> Speciale pathway
-> Nood aan zowel mitochondriale enzymen als cytosolische enzymen
-> Gaat door ivoor 90% in de lever en 10% in de nieren
MAAR bij langer vasten gaat het voor 40% in de nieren door
Hoofdstuk 2: Nodige substraten
Gluconeogene precursors = Moleculen die kunnen gebruikt w voor een nettosynthese van glucose
-> Belangrijkste zijn lactaat, glycerol en α-ketozuren
1. Glycerol
-> Wordt vrijgezet tijdens de hydrolyse van triacylglycerolen (TAGs) in vetweefsels
-> Via het bloed gebracht naar de lever
-> Wordt gefosforyleerd door glycerol kinase
-> Vormt glycerol fosfaat
-> Glycerol fosfaat w geoxideerd door glycerol fosfaat dehydrogenase
-> Er wordt dihydroxyaceton gevormd (intermediair van de glycolyse)
OPM. Adipocyten (vetcelln) kunnen glycerol niet fosforyleren omdat ze glycerol kinase missen
-> Gebeurt in de lever
2. Lactaat
-> Wordt vrijgelaten in het bloed door excercising skeletspieren en cellen
zonder mitochondriën (RBC)
-> In de cori cyclus w door het bloed overgedragen glucose omgezet door
excercising spier in lactaat
-> Lactaat diffuseert in het bloed
-> Lactaat w opgenomen door de lever
-> Lactaat w omgezet tot glucose
-> Glucose w weer vrijgezet in de circulatie
, 3. Aminozuren
-> Deze afkomstig van de hydrolyse van weefsel proteïnen zijn de grootste bron voor glucose
tijdens het vasten
-> Metabolisme van glucogene aminozuren vormt α-ketozuren
-> α-ketozuren (α-ketoglutaraat) kunnen in de TCA cyclus en oxaloacetaat vormen
-> OAA is een directe precursor van fosfoenolpyruvaat (PEP)
Hoofdstuk 3: Reacties uniek voor de gluconeogenese
Er zijn 7 reacties van de glycolyse die reversibel zijn en gebruikt w in de synthese van glucose van lactaat en
pyruvaat
Er zijn dus 3 reacties irreversibel
-> Moeten vermeden w door 4 alternatieve reacties
-> Deze reacties moeten energie voordelig zijn voor de synthese van glucose
1. Carboxylatie van pyruvaat
-> De eerste reactie vd glycolyse die omzeild moet w is de synthese van pyruvaat uit PEP door
pyruvaat kinase (PK)
-> Pyruvaat w gecarboxyleerd door pyruvaat carboxylase
-> Wordt oxaloacetaat gevormd
-> OAA w omgezet in PEP door PEP-carboxykinase (PEPCK)
a. Biotin, een co-enzym
-> Pyruvaat carboxylase heeft nood aan biotin covalent gebonden aan de ε-amino groep
van lysine residu in het enzym
-> Hydrolyse van ATP zorg voor de energie om een enzym-biotin-CO2 intermediair
vormen
-> Intermediair zorgt dat pyruvaat w gecarboxyleerd
OPM. Pyruvaat carboxylase met biotin kan hergebruikt w
-> Gebeurd in de mitochondriën van de lever en nier cellen
-> Afhankelijk van de benodigdheden vd cel kan OAA gebruikt w in de gluconeogenese of
de TCA cyclus
OPM. Spiercellen bevatten ook pyruvaat carboxylase maar gebruiken OAA enkel voor
TCA cyclus
b. ALLOSTERISCHE REGULATIE
-> Pyruvaat carboxylase w allosterisch geactiveerd door acetyl CoA
-> Verhoogde concentratie acetyl CoA in de mitochondriën kan tijdens het vasten
-> Wanner acetyl CoA concentratie laag is w het enzym inactief