Biomoleculen en Energie
Suikers of sachariden
Definities
- Koolhydraten-> bruto formule Cx(H2O)y
- Simpele koolhydraten:
o Mono- en disachariden-> gelijkaardige eigenschappen
- Complexe koolhydraten:
o Polysachariden-> meerdere monosachariden
Monosachariden
- Min. 3 koolhydraten-> kleine moleculen
- Aan elkaar gebonden door enkele bindingen
- Eindstandige carbonylgroep-> aldose= op C1
- Niet-eindstandige carbonylgroep-> ketose= op C2
- Belangrijke monosachariden: glucose, fructose en galactose
De triosen glyceraldehyde en dihydroxyaceton
, - Monosachariden met 3 c-atomen
- Glyceraldehyde: triose eindigt op carbonyl
- Dihydroxyaceton: triose met carbonyl als centraal
Glyceraldehyde:
-
- D en L
- Bruto formule gelijkaardig-> stereo-isomeren
- Chiraal centrum
De pentosen D-ribose en 2-deoxy-D-ribose
- Monosachariden met 5 C-atomen
- Meest geoxideerde koolstof staat van boven
- 3 chirale koolstoffen dus 2^3-> 8 stereo-isomeren
- Belangrijke pentosen
o D-ribose en 2-deoxy-D-ribose, delen van de nucleotiden in RNA en DNA
- D en L-> enantiomeren, driedimensionale spiegelbeelden
- Epimeer: 1-OH zit aan de andere kant
D-ribose:
- Aldopentose
- 3 chirale C-atomen
- -OH, gebonden aan asymmetrische C-atoom
- In Fischer projectie C4 rechts
Cyclische vorming
- Door intra moleculaire reacties-> ringsluiting van pentose
, Van universele monosachariden ribosen synthese:
- Glucose-> ribose-5-fosfaat-> nucleotide biosynthese
De hexosen D-glucose en D-fructose
- Belangrijkste monosachariden in het suikermetabolisme
o Glucose en fructose
Glucose kan voorkomen als pyranose (1 en 2) of als fruranose (3 en 4):
- O-atoom aan C5, gaat een covalente binding aan met C1
- Dit gebeurt spontaan-> mutarotatie
Andere aldohexosen:
- D-mannose-> C2-> -OH= L
- D-galactose-> C1-> -OH=L
- Dit zijn epimeren
Glycolyse:
Suikers of sachariden
Definities
- Koolhydraten-> bruto formule Cx(H2O)y
- Simpele koolhydraten:
o Mono- en disachariden-> gelijkaardige eigenschappen
- Complexe koolhydraten:
o Polysachariden-> meerdere monosachariden
Monosachariden
- Min. 3 koolhydraten-> kleine moleculen
- Aan elkaar gebonden door enkele bindingen
- Eindstandige carbonylgroep-> aldose= op C1
- Niet-eindstandige carbonylgroep-> ketose= op C2
- Belangrijke monosachariden: glucose, fructose en galactose
De triosen glyceraldehyde en dihydroxyaceton
, - Monosachariden met 3 c-atomen
- Glyceraldehyde: triose eindigt op carbonyl
- Dihydroxyaceton: triose met carbonyl als centraal
Glyceraldehyde:
-
- D en L
- Bruto formule gelijkaardig-> stereo-isomeren
- Chiraal centrum
De pentosen D-ribose en 2-deoxy-D-ribose
- Monosachariden met 5 C-atomen
- Meest geoxideerde koolstof staat van boven
- 3 chirale koolstoffen dus 2^3-> 8 stereo-isomeren
- Belangrijke pentosen
o D-ribose en 2-deoxy-D-ribose, delen van de nucleotiden in RNA en DNA
- D en L-> enantiomeren, driedimensionale spiegelbeelden
- Epimeer: 1-OH zit aan de andere kant
D-ribose:
- Aldopentose
- 3 chirale C-atomen
- -OH, gebonden aan asymmetrische C-atoom
- In Fischer projectie C4 rechts
Cyclische vorming
- Door intra moleculaire reacties-> ringsluiting van pentose
, Van universele monosachariden ribosen synthese:
- Glucose-> ribose-5-fosfaat-> nucleotide biosynthese
De hexosen D-glucose en D-fructose
- Belangrijkste monosachariden in het suikermetabolisme
o Glucose en fructose
Glucose kan voorkomen als pyranose (1 en 2) of als fruranose (3 en 4):
- O-atoom aan C5, gaat een covalente binding aan met C1
- Dit gebeurt spontaan-> mutarotatie
Andere aldohexosen:
- D-mannose-> C2-> -OH= L
- D-galactose-> C1-> -OH=L
- Dit zijn epimeren
Glycolyse: