Hoofdstuk 3: de vroege
renaissance in noord en zuid
Inleiding
- Renaissancistische vernieuwingen: tweede helft 16 e eeuw eerst in Zuidelijke Nederlanden,
daarna in Noordelijke Nederlanden
- Eerste generatie renaissancisten: zorgen voor overgang van rederijkersdichtvormen naar
renaissancistische dichtvormen hanteert vernieuwd gedachtengoed dat aansluit bij
humanisme.
- Rederijkerskamers worden soms wel, soms niet als platform voor literaire vernieuwing
gezien.
- Ingegaan op term renaissance + op wijze waarop die vanuit 19 de-eeuwse concepten zou
worden ingevuld.
- Aantal aandachtspunten uit renaissancistische poëtica.
- Renaissance in zuiden: dichters Lucas d’Heere en Jan van der Noot belangrijke rol
- Renaissance in Noorden: belangrijkste literaire centra: Leiden, Haarden en Amsterdam
Het begrip ‘Renaissance’ en enkele renaissancistische literaire
concepten
Het begrip ‘renaissance’
Renaissance (wedergeboorte) = contemporaine term + uitdrukking van vernieuwd zelfbeeld.
Men heeft gevoel iets nieuws te beleven denkt te hebben gebroken met Middeleeuwen
en wil teruggrijpen naar modellen en ideeëngoed van klassieke oudheid.
Griekse + vooral Latijnse oudheid: beschavingsmodel en levensmodel
Renaissance sluit aan als intellectueel-culturele beweging die verbonden is met denken van
humanisten + humanistische beweging (ook in gerichtheid op humanitas, filologie, geschiedenis)
Zo’n vernieuwingsbewustzijn is al meer in geschiedenis voorgekomen: nieuwe gouden eeuw, ten
tijde van keizer Augustus, Karolingische renaissance.
(info gouden eeuw: opeenvolging van verschillende tijdperken in oudheid. Gouden eeuw: volmaakt
en harmonieus bestaan, gevolgd door zilveren, bronzen, koperen en ijzeren eeuw. Opeenvolging van
tijd werd lineair ingevuld: ooit was er ideale tijd (gouden eeuw) die verworden is tot huidige slechte
tijd. Er is geen sprake dat tijd ooit zal verbeteren.)
19e eeuw: renaissance als vernieuwingsbeweging sterk uitvergroot.
Boek: Die Kultur der Renaissance in Italien (Jacob Burckhardt)
- Renaissance wordt geschetst als beweging waarbij nadruk ligt op:
o individu + ontdekking van mens (antropocentrisme) en diens eigen taal en cultuur
o Herontdekking van de Oudheid (paganisme: heidendom met hun goden uit vroegere
oudheid)
o Kosmopolitisme
o Beschaving en eruditie
o Esthetiek van het kunstwerk + centrale plaats van de kunst.
- Italië = overheersend.
, - Invloed van Noordelijk humanisme + continuïteit met Middeleeuwen uit oog verloren.
o renaissancistische genre: (auto)biografie voorgangers in Middeleeuwse vitae
(heiligenlevens). Andere voorbeelden:
Geschriften van Macchiavelli: Il Principe (de Heerser) sluit aan bij traditie
oudere vorstenspiegelliteratuur
renaissancistische notie van de faam zit verankerd in de Middeleeuwse, aristocratische eer-
en gloriecodes: verheven vrouwbeeld in renaissance sluit aan bij profane hoofse minnelyriek.
- Zijn verhaal is geschreven vanuit 19de-eeuwse opvattingen over de kunst.
o Men dacht alleen maar aan religieuze cultus van de Kunst in 19e E
Musea werden als ‘temples des atrs’ gezien
L’art pour l’art-gedachte: kunst mag geen ander doel hebben dan zichzelf
nastreven + mag niet worden beoordeeld met morele, politieke of
didactische criteria
Enkele renaissancisti sche literaire concepten
Theorie van literatuur in Renaissance steunt op 2 geschriften uit oudheid:
- Aristoteles’ Poetica
- Horatius’ Ars poetica (brief in versvorm over poëticale aangelegenheden)
Gaan niet enkel om poëzie, maar om letterkunde in algemeen vooral toneel.
Concepten uit renaissancistische poëtica waarvan we nu zijn vervreemd:
Mimesis
Voor Aristoteles: kunst = mimesis weergave van werkelijkheid vanuit perspectief zoals
werkelijkheid kan of zou moeten zijn.
- Kunst weerspiegelt de realiteit van menselijk bestaan, hoe mens is, hoe hij handelt, reageert
refereert naar mens in algemeen:
o Het zijn universalia (kentrekken en waarden) die in literatuur getoond moeten
worden.
- Verschil kunst en literatuur t.o.v. geschiedschrijving:
o Kunst: beeld mogelijkheden en wenselijkheden uit
o Literatuur: toont wat zou moeten gebeuren
o Historie: brengt wat gebeurt is.
- Literatuur brengt algemene waarheden/waarden aan de universalia.
o Fragment Poetica:
Historicus en dichter: drukken zich beiden met of zonder metrisch taal uit.
geschriften van Herodotus (geschiedschrijver) omzetten in verzen wordt
niet minder een soort geschiedschrijving
Verschil: dichter: herhaalt dingen die gebeurt zijn. Historicus: zegt ze zoals ze
moeten gebeuren.
Translati o, imitati o, aemulati o
Renaissance: gericht op herontdekking van klassieke cultuur. moet deze cultuur kennen + eigen
maken: ontdekken en toepassen.
renaissance in noord en zuid
Inleiding
- Renaissancistische vernieuwingen: tweede helft 16 e eeuw eerst in Zuidelijke Nederlanden,
daarna in Noordelijke Nederlanden
- Eerste generatie renaissancisten: zorgen voor overgang van rederijkersdichtvormen naar
renaissancistische dichtvormen hanteert vernieuwd gedachtengoed dat aansluit bij
humanisme.
- Rederijkerskamers worden soms wel, soms niet als platform voor literaire vernieuwing
gezien.
- Ingegaan op term renaissance + op wijze waarop die vanuit 19 de-eeuwse concepten zou
worden ingevuld.
- Aantal aandachtspunten uit renaissancistische poëtica.
- Renaissance in zuiden: dichters Lucas d’Heere en Jan van der Noot belangrijke rol
- Renaissance in Noorden: belangrijkste literaire centra: Leiden, Haarden en Amsterdam
Het begrip ‘Renaissance’ en enkele renaissancistische literaire
concepten
Het begrip ‘renaissance’
Renaissance (wedergeboorte) = contemporaine term + uitdrukking van vernieuwd zelfbeeld.
Men heeft gevoel iets nieuws te beleven denkt te hebben gebroken met Middeleeuwen
en wil teruggrijpen naar modellen en ideeëngoed van klassieke oudheid.
Griekse + vooral Latijnse oudheid: beschavingsmodel en levensmodel
Renaissance sluit aan als intellectueel-culturele beweging die verbonden is met denken van
humanisten + humanistische beweging (ook in gerichtheid op humanitas, filologie, geschiedenis)
Zo’n vernieuwingsbewustzijn is al meer in geschiedenis voorgekomen: nieuwe gouden eeuw, ten
tijde van keizer Augustus, Karolingische renaissance.
(info gouden eeuw: opeenvolging van verschillende tijdperken in oudheid. Gouden eeuw: volmaakt
en harmonieus bestaan, gevolgd door zilveren, bronzen, koperen en ijzeren eeuw. Opeenvolging van
tijd werd lineair ingevuld: ooit was er ideale tijd (gouden eeuw) die verworden is tot huidige slechte
tijd. Er is geen sprake dat tijd ooit zal verbeteren.)
19e eeuw: renaissance als vernieuwingsbeweging sterk uitvergroot.
Boek: Die Kultur der Renaissance in Italien (Jacob Burckhardt)
- Renaissance wordt geschetst als beweging waarbij nadruk ligt op:
o individu + ontdekking van mens (antropocentrisme) en diens eigen taal en cultuur
o Herontdekking van de Oudheid (paganisme: heidendom met hun goden uit vroegere
oudheid)
o Kosmopolitisme
o Beschaving en eruditie
o Esthetiek van het kunstwerk + centrale plaats van de kunst.
- Italië = overheersend.
, - Invloed van Noordelijk humanisme + continuïteit met Middeleeuwen uit oog verloren.
o renaissancistische genre: (auto)biografie voorgangers in Middeleeuwse vitae
(heiligenlevens). Andere voorbeelden:
Geschriften van Macchiavelli: Il Principe (de Heerser) sluit aan bij traditie
oudere vorstenspiegelliteratuur
renaissancistische notie van de faam zit verankerd in de Middeleeuwse, aristocratische eer-
en gloriecodes: verheven vrouwbeeld in renaissance sluit aan bij profane hoofse minnelyriek.
- Zijn verhaal is geschreven vanuit 19de-eeuwse opvattingen over de kunst.
o Men dacht alleen maar aan religieuze cultus van de Kunst in 19e E
Musea werden als ‘temples des atrs’ gezien
L’art pour l’art-gedachte: kunst mag geen ander doel hebben dan zichzelf
nastreven + mag niet worden beoordeeld met morele, politieke of
didactische criteria
Enkele renaissancisti sche literaire concepten
Theorie van literatuur in Renaissance steunt op 2 geschriften uit oudheid:
- Aristoteles’ Poetica
- Horatius’ Ars poetica (brief in versvorm over poëticale aangelegenheden)
Gaan niet enkel om poëzie, maar om letterkunde in algemeen vooral toneel.
Concepten uit renaissancistische poëtica waarvan we nu zijn vervreemd:
Mimesis
Voor Aristoteles: kunst = mimesis weergave van werkelijkheid vanuit perspectief zoals
werkelijkheid kan of zou moeten zijn.
- Kunst weerspiegelt de realiteit van menselijk bestaan, hoe mens is, hoe hij handelt, reageert
refereert naar mens in algemeen:
o Het zijn universalia (kentrekken en waarden) die in literatuur getoond moeten
worden.
- Verschil kunst en literatuur t.o.v. geschiedschrijving:
o Kunst: beeld mogelijkheden en wenselijkheden uit
o Literatuur: toont wat zou moeten gebeuren
o Historie: brengt wat gebeurt is.
- Literatuur brengt algemene waarheden/waarden aan de universalia.
o Fragment Poetica:
Historicus en dichter: drukken zich beiden met of zonder metrisch taal uit.
geschriften van Herodotus (geschiedschrijver) omzetten in verzen wordt
niet minder een soort geschiedschrijving
Verschil: dichter: herhaalt dingen die gebeurt zijn. Historicus: zegt ze zoals ze
moeten gebeuren.
Translati o, imitati o, aemulati o
Renaissance: gericht op herontdekking van klassieke cultuur. moet deze cultuur kennen + eigen
maken: ontdekken en toepassen.