LESSEN FILIP STRUYF
1. Inleiding
osteokinematica = beschrijft de bewegingsbaan van botstukken ten opzichte van elkaar in ruimte
artrokinematica = osteokinematica, maar men gaat rekening houden met andere in gewrichten
- aanwezige structuren (ligamenten, meniscussen,...)
tractie = twee gewrichtspartners van elkaar weg bewegen
translatie = beweging evenwijdig met raakvlakken (zonder hoek) tussen beide gewrichtspartners ten
opzichte van de loodlijn
→ mobilisatietechniek
rolbeweging = mogelijkheid tot beweging van convexe gewrichtspartner ten opzichte van
geïmmobiliseerde concave partner
glijbeweging = translatiebeweging van convexe gewrichtspartner volgens de kromming van concave
partner
→ gebeurd arthrokinematisch
convex/concaaf regel = beweging van convexe gewrichtspartner ten opzichte van de gefixeerde
concave partner bestaat altijd uit een gecombineerde rol/glijbeweging met tegengestelde
bewegingsrichting
- een beweging van de concave ten opzichte van de gefixeerde convexe gewrichtspartner
bestaat uit een rol/glijbeweging met dezelfde bewegingsrichting
closed-packed position = wanneer articulerende gewrichtspartners de maximale congruentie hebben
bereikt (contactoppervlak is maximaal) → weinig beweging mogelijk
- maximale capsuloligamentaire spanning (MCPP)
- vb: elleboog volledig strekken? alle bewegingen zijn uitgesloten
- klinisch: mobilisatie/manipulatie na vergrendeling van omliggende gewricht?
- beweging zal zeker in het juiste gewricht plaatsvinden, want andere gewrichten
bevinden zich in MCPP
loose-packed position = ruststand waarin de grootst mogelijke gewrichtsruimte in gewricht is
- gemakkelijkste positie
- klinisch: tractie/translatie?
- makkelijk bewegingen uitvoeren, want alle ligamenten,... zijn ontspannen → grootste
bewegingsuitslag
, 2. Schouder
Scapula
humero-thoracale beweging: 180°
- 120° gleno-humeraal
- 60° scapulo-thoracaal = 30° sternoclavicular + 30° acromioclavicular
Positie en beweging van scapula
→ patiënten met schouder impingement symptomen en glenohumerale instabiliteit
waarom?
- scapula beweegt ander bij patiënten met schouderpijn
- verschillende klinische test waarbij je de schouder kan beïnvloeden door dit scapulair vast te
nemen
positie bepalende factoren:
thoracale kyphose - luxatie van clavicula - spierwerking
wat zijn de scapulothoracale spieren?
= M. trapezius, M. serratus anterior, M. levator scapula, M. rhomboidei, M. pectoralis minor
= eventueel M. latissimus dorsi (soms kleine insertie op angulus inferior)
bewegingen van scapula:
- opwaarts roteren
- angulus inferior beweegt naar lateraal
- in frontaal vlak
- dorso-ventrale as
- scapulohumeraal ritme (SH-ritme)
- relatieve beweging tussen scapula en humerus tijdens bewegingen van de arm
- aantal graden schouder elevatie / ????
- tilting
- angulus inferior beweegt naar anterieur en posterieur
- in sagittale vlak
- latero-laterale as
- interne rotatie
- margo lateralis beweegt intern (binnenwaarts) of extern (buitenwaarts)
- in transversaal vlak
- longitudinale as
rustpositie?
- verschillende uitkomsten:
- Ludewig: pinnetjes op scapula fixeren en beweging uitvoeren (+pijn)
- Fung: positie opnemen op kadavers
, - Inman: dikke pinnen op scapula fixeren en beweging uitvoeren (+veel pijn)
- meest logische uitkomst = negatieve graden
- links- of rechtshandig heeft invloed op positie van scapula
- dominante zijde?
- frontaal vlak = 3,5° opwaarts rotatie
- sagittaal vlak = 15,9° anterieure tilt
- transversaal vlak = 30,3° interne rotatie
- niet-dominante zijde?
- frontaal vlak = 2° opwaarts rotatie
- sagittaal vlak = 14° anterieure tilt
- transversaal vlak = 26,5° interne rotatie
- scapula kan meer in opwaarts rotatie staan door oudere leeftijd
wat is “normaal”?
→ opwaartse rotatie = 54°
setting fase?
- Fung: scapula doet eerste 90° niets
- andere onderzoeken: bij abductie zal de scapula onmiddellijk meebewegen (lineair)
- opwaartse rotatie
- na 90° wel een setting fase (niet-lineair)
- externe rotatie (frontaal), interne rotatie (sagittaal)
- posterieure tilt
bij patiënten met impingement symptomen?
- scapula gaat minder opwaarts roteren (UR)
- scapula gaat mindere posterieure tilt uitvoeren (PT)
- scapula heeft weinig consensus over interne of externe rotatie
bij patiënten met glenohumerale instabiliteit?
- weinig conclusies trekken
“het doet pijn als ik beweeg” → gaat beweging (motoriek) beïnvloeden
Art. glenohumeralis
algemene informatie:
➔ enorm beweeglijk (mobiliteit) ⇔ stabiliteit
➔ kogelgewricht
➔ humerus is een lang botstuk: grote hefboom (dus snel luxatie)
◆ tegengehouden door rotator cuff: spieren zorgen met hun kracht dat de humeruskop
in zijn kom blijft
➔ humeruskop wijst naar dorsaal - glenoid wijst ventraal
rotator cuff spieren = M. subscapularis, M. supraspinatus, M. infraspinatus, M. teres minor
- samenwerkend team om kop in kom te houden tijdens krachtige bewegingen
- functies gaan elkaar aanvullen (niet zo gescheiden leren)
- dichtbij rotatiecentrum gelegen, dus bijna geen hefboom
- !! M.supraspinatus doorgescheurd? patiënt kan nog steeds abductie van arm uitvoeren
1. Inleiding
osteokinematica = beschrijft de bewegingsbaan van botstukken ten opzichte van elkaar in ruimte
artrokinematica = osteokinematica, maar men gaat rekening houden met andere in gewrichten
- aanwezige structuren (ligamenten, meniscussen,...)
tractie = twee gewrichtspartners van elkaar weg bewegen
translatie = beweging evenwijdig met raakvlakken (zonder hoek) tussen beide gewrichtspartners ten
opzichte van de loodlijn
→ mobilisatietechniek
rolbeweging = mogelijkheid tot beweging van convexe gewrichtspartner ten opzichte van
geïmmobiliseerde concave partner
glijbeweging = translatiebeweging van convexe gewrichtspartner volgens de kromming van concave
partner
→ gebeurd arthrokinematisch
convex/concaaf regel = beweging van convexe gewrichtspartner ten opzichte van de gefixeerde
concave partner bestaat altijd uit een gecombineerde rol/glijbeweging met tegengestelde
bewegingsrichting
- een beweging van de concave ten opzichte van de gefixeerde convexe gewrichtspartner
bestaat uit een rol/glijbeweging met dezelfde bewegingsrichting
closed-packed position = wanneer articulerende gewrichtspartners de maximale congruentie hebben
bereikt (contactoppervlak is maximaal) → weinig beweging mogelijk
- maximale capsuloligamentaire spanning (MCPP)
- vb: elleboog volledig strekken? alle bewegingen zijn uitgesloten
- klinisch: mobilisatie/manipulatie na vergrendeling van omliggende gewricht?
- beweging zal zeker in het juiste gewricht plaatsvinden, want andere gewrichten
bevinden zich in MCPP
loose-packed position = ruststand waarin de grootst mogelijke gewrichtsruimte in gewricht is
- gemakkelijkste positie
- klinisch: tractie/translatie?
- makkelijk bewegingen uitvoeren, want alle ligamenten,... zijn ontspannen → grootste
bewegingsuitslag
, 2. Schouder
Scapula
humero-thoracale beweging: 180°
- 120° gleno-humeraal
- 60° scapulo-thoracaal = 30° sternoclavicular + 30° acromioclavicular
Positie en beweging van scapula
→ patiënten met schouder impingement symptomen en glenohumerale instabiliteit
waarom?
- scapula beweegt ander bij patiënten met schouderpijn
- verschillende klinische test waarbij je de schouder kan beïnvloeden door dit scapulair vast te
nemen
positie bepalende factoren:
thoracale kyphose - luxatie van clavicula - spierwerking
wat zijn de scapulothoracale spieren?
= M. trapezius, M. serratus anterior, M. levator scapula, M. rhomboidei, M. pectoralis minor
= eventueel M. latissimus dorsi (soms kleine insertie op angulus inferior)
bewegingen van scapula:
- opwaarts roteren
- angulus inferior beweegt naar lateraal
- in frontaal vlak
- dorso-ventrale as
- scapulohumeraal ritme (SH-ritme)
- relatieve beweging tussen scapula en humerus tijdens bewegingen van de arm
- aantal graden schouder elevatie / ????
- tilting
- angulus inferior beweegt naar anterieur en posterieur
- in sagittale vlak
- latero-laterale as
- interne rotatie
- margo lateralis beweegt intern (binnenwaarts) of extern (buitenwaarts)
- in transversaal vlak
- longitudinale as
rustpositie?
- verschillende uitkomsten:
- Ludewig: pinnetjes op scapula fixeren en beweging uitvoeren (+pijn)
- Fung: positie opnemen op kadavers
, - Inman: dikke pinnen op scapula fixeren en beweging uitvoeren (+veel pijn)
- meest logische uitkomst = negatieve graden
- links- of rechtshandig heeft invloed op positie van scapula
- dominante zijde?
- frontaal vlak = 3,5° opwaarts rotatie
- sagittaal vlak = 15,9° anterieure tilt
- transversaal vlak = 30,3° interne rotatie
- niet-dominante zijde?
- frontaal vlak = 2° opwaarts rotatie
- sagittaal vlak = 14° anterieure tilt
- transversaal vlak = 26,5° interne rotatie
- scapula kan meer in opwaarts rotatie staan door oudere leeftijd
wat is “normaal”?
→ opwaartse rotatie = 54°
setting fase?
- Fung: scapula doet eerste 90° niets
- andere onderzoeken: bij abductie zal de scapula onmiddellijk meebewegen (lineair)
- opwaartse rotatie
- na 90° wel een setting fase (niet-lineair)
- externe rotatie (frontaal), interne rotatie (sagittaal)
- posterieure tilt
bij patiënten met impingement symptomen?
- scapula gaat minder opwaarts roteren (UR)
- scapula gaat mindere posterieure tilt uitvoeren (PT)
- scapula heeft weinig consensus over interne of externe rotatie
bij patiënten met glenohumerale instabiliteit?
- weinig conclusies trekken
“het doet pijn als ik beweeg” → gaat beweging (motoriek) beïnvloeden
Art. glenohumeralis
algemene informatie:
➔ enorm beweeglijk (mobiliteit) ⇔ stabiliteit
➔ kogelgewricht
➔ humerus is een lang botstuk: grote hefboom (dus snel luxatie)
◆ tegengehouden door rotator cuff: spieren zorgen met hun kracht dat de humeruskop
in zijn kom blijft
➔ humeruskop wijst naar dorsaal - glenoid wijst ventraal
rotator cuff spieren = M. subscapularis, M. supraspinatus, M. infraspinatus, M. teres minor
- samenwerkend team om kop in kom te houden tijdens krachtige bewegingen
- functies gaan elkaar aanvullen (niet zo gescheiden leren)
- dichtbij rotatiecentrum gelegen, dus bijna geen hefboom
- !! M.supraspinatus doorgescheurd? patiënt kan nog steeds abductie van arm uitvoeren