1. situering
1.1. Een model voor sportspelonderwijs
De 5 basisprincipes
- Samenspel staat centraal
- Alle spelers worden op hun niveau bij het spel betrokken
- Spelers dienen een sportspelbekwaamheid te ontwikkelen
- Spelen leren spelen
- De spelsituaties worden steeds complexer
1.2. Sportspelleersituaties
1.2.1. Vereenvoudigen door de spelvormen te veranderen
Eerste vorm van vereenvoudiging steunt op veranderingen van de voorwaarden waaronder
gespeeld wordt.
Deze vereenvoudigingen van de spelvoorwaarden leidt tot spelvormen die dus rechtstreeks
afgeleid zijn van het eindspel, en daarom GRONDVORMEN genoemd worden. Het zijn op
zichzelf bestaande volwaardige spelvormen die aan een aantal criteria moeten voldoen:
o Spelidee moet identiek zijn met dat van het eindspel.
o De totaalstructuur van het eindspel moet bewaard blijven.
o Elke aanvalsactie moet steeds gekoppeld zijn aan een verdedigingsactie, wat volkomen
aan de geest van het spel beantwoord.
o De natuurlijke overschakeling van verdediging naar aanval en omgekeerd moet mogelijk
zijn.
o De opdrachten mogen niet volledig gesloten zijn, wat voldoende keuzemogelijkheden
openhoudt.
Een 2de vorm van vereenvoudiging, de totale spelstructuur van elke grondvorm kan namelijk
worden opgedeeld in 3 van elkaar te onderscheiden deelstructuren AA’ (scoren en scoren beletten)
BB’ (scorekansen creëren en scorekansen verhinderen) en CC’ aanval opbouwen en aanvalsopbouw
storen). In spelvormen is een volledige loskoppeling echter onmogelijk.
PARTIËLE GRONDVORMEN
o Het spelidee moet identiek zijn met dat van het eindspel.
o In functie van de gekozen prioriteit moet 1 deelstructuur meer aan bod komen.
o Elke aanvalsselectie moet steeds gekoppeld worden aan een verdedigingsactie.
o De natuurlijke overschakeling van verdediging naar aanval en omgekeerd is hier niet
vereist.
o De opdrachten mogen, zoals in de grondvormen, niet volledig gesloten zijn.
2. Grondvorm 1
2.1. Inhoudelijke vereenvoudigingen
- Aantal spelers (K + + K)
- Afmetingen van het speelveld (30x20 of 35x25)
- Breedte van de doelen (van 3m tot 7,32m)
- Spelregels:
o Geen lichaamscontacten
o Geen buitenspel
o Geen ballen hoger dan knie- of heuphoogte
o Geen inworp, maar intrap
1.1. Een model voor sportspelonderwijs
De 5 basisprincipes
- Samenspel staat centraal
- Alle spelers worden op hun niveau bij het spel betrokken
- Spelers dienen een sportspelbekwaamheid te ontwikkelen
- Spelen leren spelen
- De spelsituaties worden steeds complexer
1.2. Sportspelleersituaties
1.2.1. Vereenvoudigen door de spelvormen te veranderen
Eerste vorm van vereenvoudiging steunt op veranderingen van de voorwaarden waaronder
gespeeld wordt.
Deze vereenvoudigingen van de spelvoorwaarden leidt tot spelvormen die dus rechtstreeks
afgeleid zijn van het eindspel, en daarom GRONDVORMEN genoemd worden. Het zijn op
zichzelf bestaande volwaardige spelvormen die aan een aantal criteria moeten voldoen:
o Spelidee moet identiek zijn met dat van het eindspel.
o De totaalstructuur van het eindspel moet bewaard blijven.
o Elke aanvalsactie moet steeds gekoppeld zijn aan een verdedigingsactie, wat volkomen
aan de geest van het spel beantwoord.
o De natuurlijke overschakeling van verdediging naar aanval en omgekeerd moet mogelijk
zijn.
o De opdrachten mogen niet volledig gesloten zijn, wat voldoende keuzemogelijkheden
openhoudt.
Een 2de vorm van vereenvoudiging, de totale spelstructuur van elke grondvorm kan namelijk
worden opgedeeld in 3 van elkaar te onderscheiden deelstructuren AA’ (scoren en scoren beletten)
BB’ (scorekansen creëren en scorekansen verhinderen) en CC’ aanval opbouwen en aanvalsopbouw
storen). In spelvormen is een volledige loskoppeling echter onmogelijk.
PARTIËLE GRONDVORMEN
o Het spelidee moet identiek zijn met dat van het eindspel.
o In functie van de gekozen prioriteit moet 1 deelstructuur meer aan bod komen.
o Elke aanvalsselectie moet steeds gekoppeld worden aan een verdedigingsactie.
o De natuurlijke overschakeling van verdediging naar aanval en omgekeerd is hier niet
vereist.
o De opdrachten mogen, zoals in de grondvormen, niet volledig gesloten zijn.
2. Grondvorm 1
2.1. Inhoudelijke vereenvoudigingen
- Aantal spelers (K + + K)
- Afmetingen van het speelveld (30x20 of 35x25)
- Breedte van de doelen (van 3m tot 7,32m)
- Spelregels:
o Geen lichaamscontacten
o Geen buitenspel
o Geen ballen hoger dan knie- of heuphoogte
o Geen inworp, maar intrap