Inleiding tot de algemene
taalwetenschappen
0. Inleiding
Hoeveel talen zijn er precies?
Wie spreekt welke talen en hoeveel sprekers van een bepaalde taal zijn
er?
Waar komen talen vandaan?
Wat is dat eigenlijk taalstudie?
1. Talen, sprekers en de studie ervan
1.1. Talen
Talen betekent natuurlijke mensentalen
- Geen ‘dierentalen’ of dierlijke communicatie
- Geen bedachte, onnatuurlijke talen
- Geschikt voor menselijke communicatie
- Geschikt voor computercommunicatie
STELLING 1:
Het precieze aantal talen is moeilijk te achterhalen.
Hoeveel talen zijn er?
Waarom is dit niet te achterhalen?
- Nieuwe talen worden ontdekt
- Talen kunnen uitsterven
- Er komen nieuwe talen bij
- Talen veranderen
- Benamingsproblemen
STELLING 2:
Het precieze aantal talen is moeilijk te achterhalen.
Waarom?
- Methodologische problemen
- Toegankelijkheid gebieden
- Analfabetisme
- Politieke omstandigheden
- Onwetendheid sprekers
,De oorsprong van talen:
- Voorwetenschappelijke opvattingen:
o Psammetichus ( 7de eeuw v. Tijdrekening)
o Otto Jespersen (1925)
“bow – wow” theory: claiming the origins of language in
the imitation of soudns in nature
“Pooh – pooh” theory: based on human interjections
“Yo – he – yo” theory: based on human sounds during
collective physical work
- Wetenschappelijke opvattingen:
o De oorsprong van de mens, homo sapiens sapiens
o Neanderthalers
De origine van taal:
- De polygenetische of multiregionale opvatting
- De monogentische of uniregionale opvatting
Wetenschappelijke taalstudie:
- William Jones (1786), Engelse taalkundige en jurist, The Sanskrit
Journal
o Gevolg: comparatieve taalwetenschap
2. Universele, talige categorieën
Taaluniversalia -> gaan zoeken naar zaken die universeel zijn
Wat delen talen? Op een abstract niveau:
categorieën
Substantiële universalia: hebben betrekking to taalbeschrijving
B.v. Het onderscheid tussen zelfstandige naamwoorden en werkwoorden
B.v. Het onderscheid tussen onderwerp, werkwoord, lijdend voorwerp
Formele universalia: hebben betrekking op grammaticaregels
Het eten is klaar.
Is het eten klaar?
(Maar ook: het eten is klaar?)
De jongen eet de appel -> SVO (neutrale volgorde)
Eet de jongen de appel? -> VSO (gemarkeerde volgorde)
(Dat) de jongen de appel eet -> SOV (gemarkeerde volgorde)
, Absolute / onvoorwaardelijke universalia: komen voor in alle talen
Bestaan nauwelijks (alle talen habben plosieven)
Statistische universalia: komen voor in vele talen
B.v. Vaker SVO dan SOV
B.v vele talen hebben nasale consonanten
Voorwaardelijke universalia: als een taal kenmerk P heeft, dan ook kenmerk
Q
GRAMMATICALE CATEGORIEEN:
1. Numerus ( of getal):
- Het onderscheid tussen één of meer
- Enkelvoud of meervoud
- Maar ook dualis:
Beiden kwamen binnen
He scored twice
In diverse talen ligt het onderscheid één of meer niet vast:
De politie onderzoekt de zaak -> the police have investigated the case
Het getalsverband is niet dwingend:
Pants, trousers, binoculars, glasses
CONCLUSIE: er is geen perfecte overeenkomst tussen de grammatica en
de realiteit
2. Genus ( of genera):
- Grammatica -> genus/genera
- Werkelijkheid -> geslacht
CONCLUSIE: er is geen oorzakelijk verband tussen het geslacht en het
grammaticale genus
Ook een onderscheid tussen levende dingen en niet-levende dingen
3. Tempus (of tempora)
Tempus = de grammaticale uitdrukking van het begrip tijd
Tijd is voor ons nu of het heden, vroeger of het verleden of wat komt, de
toekomst
4. Persoon
Cognitief effect:
taalwetenschappen
0. Inleiding
Hoeveel talen zijn er precies?
Wie spreekt welke talen en hoeveel sprekers van een bepaalde taal zijn
er?
Waar komen talen vandaan?
Wat is dat eigenlijk taalstudie?
1. Talen, sprekers en de studie ervan
1.1. Talen
Talen betekent natuurlijke mensentalen
- Geen ‘dierentalen’ of dierlijke communicatie
- Geen bedachte, onnatuurlijke talen
- Geschikt voor menselijke communicatie
- Geschikt voor computercommunicatie
STELLING 1:
Het precieze aantal talen is moeilijk te achterhalen.
Hoeveel talen zijn er?
Waarom is dit niet te achterhalen?
- Nieuwe talen worden ontdekt
- Talen kunnen uitsterven
- Er komen nieuwe talen bij
- Talen veranderen
- Benamingsproblemen
STELLING 2:
Het precieze aantal talen is moeilijk te achterhalen.
Waarom?
- Methodologische problemen
- Toegankelijkheid gebieden
- Analfabetisme
- Politieke omstandigheden
- Onwetendheid sprekers
,De oorsprong van talen:
- Voorwetenschappelijke opvattingen:
o Psammetichus ( 7de eeuw v. Tijdrekening)
o Otto Jespersen (1925)
“bow – wow” theory: claiming the origins of language in
the imitation of soudns in nature
“Pooh – pooh” theory: based on human interjections
“Yo – he – yo” theory: based on human sounds during
collective physical work
- Wetenschappelijke opvattingen:
o De oorsprong van de mens, homo sapiens sapiens
o Neanderthalers
De origine van taal:
- De polygenetische of multiregionale opvatting
- De monogentische of uniregionale opvatting
Wetenschappelijke taalstudie:
- William Jones (1786), Engelse taalkundige en jurist, The Sanskrit
Journal
o Gevolg: comparatieve taalwetenschap
2. Universele, talige categorieën
Taaluniversalia -> gaan zoeken naar zaken die universeel zijn
Wat delen talen? Op een abstract niveau:
categorieën
Substantiële universalia: hebben betrekking to taalbeschrijving
B.v. Het onderscheid tussen zelfstandige naamwoorden en werkwoorden
B.v. Het onderscheid tussen onderwerp, werkwoord, lijdend voorwerp
Formele universalia: hebben betrekking op grammaticaregels
Het eten is klaar.
Is het eten klaar?
(Maar ook: het eten is klaar?)
De jongen eet de appel -> SVO (neutrale volgorde)
Eet de jongen de appel? -> VSO (gemarkeerde volgorde)
(Dat) de jongen de appel eet -> SOV (gemarkeerde volgorde)
, Absolute / onvoorwaardelijke universalia: komen voor in alle talen
Bestaan nauwelijks (alle talen habben plosieven)
Statistische universalia: komen voor in vele talen
B.v. Vaker SVO dan SOV
B.v vele talen hebben nasale consonanten
Voorwaardelijke universalia: als een taal kenmerk P heeft, dan ook kenmerk
Q
GRAMMATICALE CATEGORIEEN:
1. Numerus ( of getal):
- Het onderscheid tussen één of meer
- Enkelvoud of meervoud
- Maar ook dualis:
Beiden kwamen binnen
He scored twice
In diverse talen ligt het onderscheid één of meer niet vast:
De politie onderzoekt de zaak -> the police have investigated the case
Het getalsverband is niet dwingend:
Pants, trousers, binoculars, glasses
CONCLUSIE: er is geen perfecte overeenkomst tussen de grammatica en
de realiteit
2. Genus ( of genera):
- Grammatica -> genus/genera
- Werkelijkheid -> geslacht
CONCLUSIE: er is geen oorzakelijk verband tussen het geslacht en het
grammaticale genus
Ook een onderscheid tussen levende dingen en niet-levende dingen
3. Tempus (of tempora)
Tempus = de grammaticale uitdrukking van het begrip tijd
Tijd is voor ons nu of het heden, vroeger of het verleden of wat komt, de
toekomst
4. Persoon
Cognitief effect: