• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 2 van de 14 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Microbiologie

Document preview thumbnail
Voorbeeld 2 van de 14 pagina's

Samenvatting van 14 pagina's voor het vak Microbiologie aan de tmhs

Voorbeeld van de inhoud

1. Fungi
Mycologie:

De studie van fungi en schimmels. Schimmels zijn chemoheterotroof, ze ontbinden organisch
materiaal. Ze zijn aeroob of facultatief aeroob.



Eigenschappen:

Schimmels Bacteriën
Celtype Eukaryoot Prokaryoot
Sterolen zijn afwezig, behalve bij
Celmembraan Sterolen aanwezig
mycoplasma
Chitine, glucageen en mannaan
Celwand Peptidoglycaan
(geen peptidoglycaan)
Sexuele en asexuele sporen om Endosporen als overlevingsstructuur
Sporen
zich voort te planten (geen vooortplanting)
Heterotroof, aeroob, facultatief Heterotroof, autotroof, aeroob, anaëroob
Metabolisme
aeroob (hebben zuurstof nodig) (hebben niet allemaal zuurstof nodig)


De celwand van schimmels is opgebouwd uit chitine. Dit is na cellulose, het tweede meest
belangrijke polysacharide.



Ééncellige fungi; de gisten:

Bestaan uit slechts 1 cel, ze zijn groter dan bacteriën. We vinden ze terug in suikerrijke milieus
(nectar van bloemen, vruchten, …). Ze zijn bekend om het proces gisting, namelijk het omzetten van
suiker in alcohol en koolstofdioxide (CO2). Ook maken ze aangename geur- en smaakstoffen, die
belangrijk zijn voor het eindproduct. Bv brood, bier en wijn.

Ze zijn één van de belangrijkste modelorganismes voor genetisch en geneeskundig onderzoek.
Gistcellen zijn vergelijkbaar met vereenvoudigde menselijke cellen. Ook vermenigvuldigen ze uiterst
snel en zijn genetisch makkelijk te veranderen. Dit is handig in onderzoeken.



Voortplanting:

Ongeslachtelijk dankzij knopvorming of ‘budding’. De cel vormt een uitstulping (knop), de celkern
deelt zich (mitose) en een van beide kernen verhuist naar de knop. Hierna snoert de knop zich af. Er
ontstaat een moedercel met een litteken van een dochtercel.



Geslachtelijk: alleen diploïde cellen kunnen door meiose haploïde ascosporen vormen. Als de
omstandigheden gunstig zijn ontkiemt een spore tot een haploïde gistcel. Het aantal en de vorm
verschilt per soort. Dankzij deze voortplanting kunnen verschillende giststammen met elkaar gekruist
worden en is veredeling mogelijk.

, Meercellige fungi:

Vegetatieve structuren:

Meercellige fungi vormen een vertakt netwerk van schimmeldraden (hyfen). De draden vormen een
mycelium. Sommige hyfen bevatten:

- Gesepteerde hyfen: deze bevatten septa (onderverdelingen). Via poriën zijn
verschillende compartimentjes met elkaar verbonden, organellen migreren via
deze weg.
- Coenocytische hyfen: deze hebben geen septa



Het areaal mycelium steekt uit boven de voedingsbodem en zorgt voor voortplanting. Het vegetatief
mycelium zit in de voedingsbodem en zorgt voor de opname van nutriënten.



Voortplanting en classificatie:

Fungi reproduceren sexueel en asexueel via de vorming van sporen die vrijkomen van de ouder en
die spore kiemt tot een nieuwe schimmel. De structuur die gevormd wordt is het
sporendoosje/sporangium.

Het seksuele stadium is het teleomorfe stadium en het aseksuele stadium is het anamorfe stadium.

Bij de chyditriomyceten en zygomyceten behoren de lagere fungi. Deze micromyceten hebben geen
septa. Bij ascomyceten en basciomyceten komen ook macromyceten voor.

Homothalli: het mycelium vormt verschillende cellen met vrouwelijke en mannelijke
voortplantingsorganen, zo kan zelfbevruchting plaatsvinden.

Heterothallie: er zijn mannelijke en vrouwelijke voortplantingsorganen aanwezig maar ze zullen
echter geen zelfbevruchting uitvoeren. Hun geslachtsorganen zijn niet compatibel. Uitgedrukt in
mating types: A en a, + en -.

Scleroten: structuren die bestaan uit opeengepakt mycelium. Deze kunnen jaren overleven.



Chitridiomyceten:

Primitieve schimmels met flagella die zich vermeerderen door zoösporen. De benaming duidt op de
structuur van de sporangium. Aseksuele zoösporen groeien uit tot sporofyten, seksuele zoösporen
zullen uitgroeien door een gametofyt.

Meestal zijn ze saprofiet (leven op dood materiaal) maar soms zijn ze parasiet (leven ten koste van
een ander organisme, de gastheer in stand houdt en vermenigvuldigd). Ze komen voor op vochtige
grond of zoet water.

Documentinformatie

Geüpload op
15 januari 2022
Aantal pagina's
14
Geschreven in
2021/2022
Type
Samenvatting
€6,99

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
27
Volgers
4
Items
7
Laatst verkocht
9 maanden geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen