= grote diverse groep van organismen die bestaan als een enkele cel of een groep cellen
• Bacteriën en archaebacteriën
• Algen en protozoën
• Gisten en schimmels
Gunstig
• Productie van levensmiddelen en medicijnen
• In stand houden van de autochtone darmflora
• Komen tussen in o.a. de stikstofcyclus, waterzuivering…
Ongunstig
• Pathogenen
o Aandoeningen zoals griep, voedselvergiftiging, longontsteking of aids
Microbiologie
Subwetenschappen
• Virologie wetenschap van virussen
• Bacteriologie wetenschap van bacteriën
• Mycologie wetenschap van schimmels
• Parasitologie bestudeert onder meer protozoën
Domeinen:
• Medische microbiologie
o Onderzoekt pathogene micro-organismen
o Ziekenhuislaboratoria
o Wat?
▪ Pathogenese
▪ Voortplantingscycli
▪ Ontwikkeling medicatie
, • Technische microbiologie
o Omvat onder meer levensmiddelenmicrobiologie
o Laboratoria van bedrijven
o Wat?
▪ Bereiden van levensmiddelen (kaas, bier, wijn, brood…)
▪ Bewaren van levensmiddelen
• Tegenwerken
o Bacteriostase
▪ Beschermende atmosfeer
▪ Bewaarmiddelen
▪ Koelen
• Verwijderen
o Sterillisatie
▪ Koken
▪ Bestralen
▪ Centrifugeren
▪ Concentreren
• Zout
• Zuur
• Zoet
▪ Kwaliteitscontrole
• Staalnames
• Load-testing
• Identificatie
• Biotechnologie
o Industriële techniek waarbij micro-organismen worden gebruikt om bepaalde
producten te verkrijgen
▪ Productie insuline, somatotropine, EPO
▪ AstraZenica vaccin
Vormen van samenleving tussen twee organismen
Saprofagen: Micro-organismen die leven op dood organisch afval. Ze zetten organische stoffen
om in anorganische stoffen. = de meeste micro-organismen
Symbiose: Wanneer micro-organismen samenleven in of op een ander organisme
• Parasitisme
o Leven ten koste van een ander
• Mutualisme
o Beide een voordeel
• Commensalisme
o Beide voor- en nadelen
o Evenwichtstoestand
, Eigenschap Eurkaryote cel Prokaryote cel
Volume Groot Klein
Vorm Meercellig, eencellig of Eencellig of draadvormig
draadvormig
Celwand Stevig Stevig
Bevat polysachariden: Bevat polysachariden met aminozuren
• Planten: cellulose en peptidoglycaan
• Fungi: chitine
• Dieren: geen celwand
Kerndubbelmembraan Aanwezig Afwezig
Genetisch materiaal Lineair DNA verpakt in Circulair DNA losliggend in het
meerdere chromosomen cytoplasma
Deling Mitose Binaire deling
Celmembraan Bevat fosfolipiden, sterolen en Alleen fosfolipiden en eiwitten; geen
eiwitten; fagocytose of fagocytose of pinocytose
pinocytose
Organellen Nucleus, chloroplasten (allen Geen organellen
grotere planten), Celmembraan soms opgevouwen
mitochondriën, Golgi-apparaat, waarin fotosynthetische pigmenten
vacuolen, lysosomen, ER zijn gevangen (cyanobacteriën)
Ribosomen In het cytoplasma of gehecht Kleinere ribosomen los in het
aan het ER cytoplasma
Flagellen 9+2 rangschikking van de Enkele microtubili (kleiner)
microtubili (groter)
Opslag Bij dieren: glycogeen of vetten Verschillend
Bij planten: zetmeel O.a. vetzuren, glycogeen,
fosfaatkorrels, zwavelkorrels
,Overdracht
• Horizontale overdracht
• Actief
▪ Drager is zelf geïnfecteerd (niet perse symptomen)
• Passief
▪ De drager zelf is niet geïnfecteerd
▪ Door onvoldoende hygiëne
• Direct
▪ Direct fysiek contact
▪ Contact met besmette voorwerpen of oppervlakten
• Indirect
▪ Doorgegeven via een tussenweg
• Vector
• Lucht (aerosols)
• Besmet water of voedsel
• Lichaamsvloeistoffen
• Verticale overdracht
• Moeder naar kind
▪ Baarmoeder
▪ Tijdens geboorte
▪ Borstvoeding
• Vader naar kind
▪ Genen in sperma
• Contaminatie
• Van buitenwereld op experiment in labo
• Probleem met betrouwbaarheid
• Besmetting
• Van experiment in labo naar buitenwereld
• Probleem met veiligheid
, Bacteriën
Notatie: cursief, soort → hoofdletter, geslacht → kleine letter
• Replicatie DNA → DNA
• Transcriptie DNA → mRNA
• Translatie mRNA → eiwit
Bouw van bacteriën
• Zeer klein
• Meestal heterotroof (kan ook autotroof)
• Prokaryoot
o Geen compartimentering en organellen. Vrij erfelijk materiaal
Het cytoplasma
• Colloïdeachtig milieu
o Vloeibare oplossing met deeltjes erin
• Semipermeabel celmembraan
• Cytoplasma is meer geconcentreerder dan het omgevend milieu
o Water wordt aangezogen via osmose
o Hoge osmotische druk van het cytoplasma tegen de celwand