Lichamelijke en - Verdubbeling - Zindelijkheidstraining - Spiermassa neemt toe - Tandenwissel Lichamelijk: Lichamelijk:
motorische hersengewicht - Grove motoriek: vlot - Hersenvolume groeit - Grove motoriek: - groeispurt - Zintuigen en motoriek
ontwikkeling - Uitgroei synapsen leren lopen - Grove motoriek: vordering op 4 - seksuele rijping - Vitale organen
- Myelinisering van - Fijne motoriek: met fietsen (driewieler), terreinen: elasticiteit, - Uitzicht lichaam
zenuwstelsels lepel eten, blokken evenwichtsbeheersing evenwichtsbeheersing, Psychologische - Climacterium en
- Cefalocaudale stapelen, dikke - Fijne motoriek: met trefzekerheid en gevolgen: menopauze: periode
ontwikkeling bladzijden omdraaien vork en mes eten, krachtiger worden van - Rechtstreekse waarin een periode
- Proximodistale voorkeur hand, de bewegingen, invloeden op het onvruchtbaar is
ontwikkeling constructiespel, schaar snelheid en gedrag: krachttoename, - Mannelijk climacterium
- Motorische reacties hanteren behendigheid (glijden ernstige vermoeidheid-
(rustige slaap, actieve op een modderbad, verschijnselen, Psychologische reacties op
slaap, slaperig, rustig rolskating, fietsen, menarche/ejaculatie lichaamsveranderingen:
wakker, actief wakker, klauteren, avontuurlijke - Invloeden op - Ouder worden
huilen) activiteiten). zelfbeeld: zelfbeeld en - Climacterium
- Reflexen (blijvende en Fijne motoriek: wordt lichaamsbeleving kan
voorbijgaande) verwezen naar de ander zijn, vroege en
- Adualisme vooruitgang bij het late rijpers
- Subject- tekenen en leren - Invloeden sociale
objectsplitsing schrijven (of bv. omgeving: meisjes
- Habituatie mikadospel). worden bv. nagefloten
- Klassieke
conditionering
- Operante
conditionering
- Sociaal leren
- Kijkstadium,
grijpstadium,
zitstadium, kruip- en
optrekstadium,
loopstadium
Ontwikkeling in de Sensomotorische fase Einde sensomotorische Preconcepten worden Concreet-operationele Formeel-operationele Post-formele fase
waarneming en de - Van passief fase (1-2 j): inwendig vervangen door echte fase fase - Realitetisbetrokken
cognitie gewaarworden naar experimenteren. concepten: intuïtief - Conservatie (vloeistof, - Kenmerken: abstracte - Relativerend,
(cognitieve actief waarnemen. - Gestabiliseerd denken = direct gewicht, volume) begrippen, redeneren, genuanceerd, flexibel
ontwikkeling) - Leren en geheugen: wereldbeeld oordelen - Classificatie (deel van denkprocessen - Persoonlijk geïntegreerd
beginnende - Structureren van - Egocentrisch denken geheel klassen zien; bv. - Creatief
objectpermanentie ruimte en tijd - Gecentreerd denken lepels – bestek ) - Gevolgen:
- Taalontwikkeling: - Causaliteit - Statisch denken - Seriatie (serieel intellectuele houding,
prelinguale periode - Differentiatie tussen - Onomkeerbaar ordenen) metacognitie, kritische
(huilen, vocaliseren, subject en object denken houding, invloed
vocaal, brabbelen) - Duidelijk onderscheid zelfbeeld