4.1 Inleiding
DSM5: ASS = een neurobiologische ontwikkelingsstoornis (= vanaf de geboorte aanwezig en
ontwikkelt zich in de hersenen), die gekenmerkt wordt door persistente (= blijvende) problemen in
sociale communicatie en sociale interactie in combinatie met een beperkt, repetitief patroon van
gedragingen, interesses of activiteiten. De term spectrum geeft aan dat de kernproblemen zich heel
divers kunnen uiten.
Autisme heeft vele gezichten. Autisme komt voor op alle begaafdheidsniveaus en het spectrum is
heel ruim: van ernstig verstandelijke beperkte en contact afwerende kinderen en jongeren, tot
hoogbegaafde, verbaal erg vlotte en schijnbaar erg sociale kinderen en jongeren.
De verschillen zijn een gevolg van de volgende factoren:
- Mentale niveau
Gaat vaak gepaard, maar niet altijd, met een verstandelijke beperking (maar niet altijd).
Gevolg in combinatie met een VB:
Alle aspecten van de ontwikkeling verloopt trager.
Het algemene niveau van functioneren is beperkter.
Interesses zijn nog beperkter.
- Taalniveau
Hoe lager het taalniveau, hoe meer autisme zich manifesteert.
- Leeftijd
- Andere factoren
Bv. bijkomende stoornissen, omgevingsfactoren, …
4.2 Classificatie en terminologie
Tot voor kort DSM4 en ICD, een categoriale benadering waarbij men binnen het autismespectrum
verschillende classificaties onderscheidt:
- Gebrek aan evidentie voor dit model. Er zijn
aanwijzingen dat de verschillende classificaties
genetisch vergelijkbaar zijn.
- Én dat de gedragskenmerken over de tijd heen
kunnen verschuiven van de ene classificatie naar
een andere.
DSM5: meer dimensionele benadering: officieel ‘ASS’.
- Tekorten in de sociale communicatie en de sociale interactie in uiteenlopende situaties.
- Beperkte, repetitieve gedragspatronen, interesses of activiteiten.
- Symptonen zijn aanwezig in de vroege ontwikkelingsperiode.
- Symptonen veroorzaken beperkingen in het sociale of beroepsmatig functioneren.
1
, DSM5 onderscheid drie gradaties van ernst op basis van de benodigde ondersteuning:
- Niveau 1: vereiste ondersteuning
Zonder ondersteuning zijn de tekorten in de sociale interactie merkbaar (vb. moeite om
langdurige vriendschappen aan te gaan).
- Niveau 2: vereist substantiële ondersteuning
Zichtbare sociale beperking, moeite met (non)-verbale communicatie.
- Niveau 3: vereist zeer substantiële hulp
Ernstige beperking op (non)-verbaal vlak, ernstige beperking in functioneren, weinig sociale
interactie.
In een aantal gevallen moet men bijkomende specificaties geven, namelijk:
- Met of zonder VB
- Met of zonder taalstoornis
- Samenhangend met een bekende somatische (= lichamelijk) of genetische (= erfelijke)
aandoening of omgevingsfactor
- Samenhangend met een andere neurobiologische (zenuwstelsel) ontwikkelings-, psychische
of gedragsstoornis
- Met katatonie (= bewegingsstarheid; syndroom)
4.3 Prevalentie (hoe vaak komt dit voor)
- Prevalentie van symptonen van ASS is stabiel gebleven (heeft altijd bestaan), maar de
prevalentie van diagnoses is toegenomen (door een toegenomen bekendheid en bewustzijn
van autisme).
- ASS komt vaker voor bij jongens dan meisjes.
- Met en zonder VB.
4.4 Autisme op 4 niveaus
- Gedragskenmerken (fenotype; gedrag)
- Cognitieve aspecten (denken)
- Neurobiologische aspecten (hersenen)
- Genetische aspecten (genen)
ASS is een neurobiologische ontwikkelingsstoornis (= hersenen)
met een heterogene (verscheidene) etiologie. Wetenschappelijk
onderzoek wijst uit dat in de meeste gevallen genetische
factoren (= nature; erfelijk) in interactie met omgevingsfactoren (= nuture; factoren waar men zelf
geen invloed op uit kan oefenen) aan de basis liggen. Op dit ogenblik is er geen enkel biologisch (=
lichamelijk) of cognitief (= denken) kenmerk dat ter onderkenning van ASS gebruikt kan worden.
ASS staat steeds in wisselwerking met de omgeving. ASS kan bijvoorbeeld meer opvallen op een
speelplaats wegens de ongestructureerde omgeving. Op alle vier niveaus moet er een kenmerk
aanwezig zijn om te kunnen spreken van ASS.
4.4.1 Gedragskenmerken van autisme (fenotype)
De essentie van de stoornis zit niet alleen vervat in
kwantitatieve aspecten van sociaal gedrag, maar ook in de
2