1. ethiek – inleiding
Moraal: komt van Mores (Latijns), is tijdsgebonden en plaatsgebonden + wordt ook
nog eens bepaald door traditie, uw eigen waarden en normen ⇒ moraal is
descriptief
- Eermoraal: allerlei handelingen, gewoontes om zo veel mogelijk eer te krijgen
en zoveel mogelijk schaamte te vermijden
- Gewetensmoraal: ontstond bij Christendom door Jezus, er werd meer
gedacht aan geweten en schuld, we moeten rein zijn met ons geweten.
Ethiek: komt van Ethos (zeden/gewoonte in het latijn). Het is een systematische
bezinning op het menselijk handelen (moraal). Komt van Aristoteles ‘praktische
filosofie’. Ethiek is normatief (je kan dingen beoordelen of afkeuren’, ethiek is ook
de reflectie op het moraal en handelen
- Ethiek gaat enerzijds de zeden, handelingen en gewoonten analyseren,
anderzijds een oordeel vellen of de handelingen goed zijn en kijken wat het
meest wenselijke handelen is.
o Micro-ethiek: handelingen zijn goed voor 1 persoon
o Macro-ethiek: zijn goed voor hele maatschappij
- Ethiek heeft 2 componenten:
o is de wetenschappelijke studie van zeden/ gewoonten en
gedragsregels die in een maatschappij vanzelfsprekend en de wijze
hoe de mensen hiermee omgaan (beschrijvende ethiek)
o wetenschappelijke verantwoorde poging om een oordeel te vellen over
de bestaande zeden en wijze hoe mensen reageren (normatieve
ethiek)
1.2 is ethiek objectief of subjectief?
⇒ het is geen zaak van technische rationaliteit over wat ethisch juist of fout is. Het is
niet puur objectief, het steunt op een mens en het wereldbeeld.
- ‘goed’ krijgt maar betekenis doordat het goed is voor de mens of de wereld,
zoals die begrepen worden in een bepaald mens- of wereldbeeld bv. visie is
dat persoon zelfstandig moet zijn, dan kan ‘goed’ zijn over autonomie vd mens
- Elke levensbeschouwing heeft dan ook hun eigen morele visies bv. islam
denkt dat honden onrein zijn, hierdoor worden honden verbannen in Iran
o Er wordt gezocht naar het objectieve in de subjectiviteit: daarom
dat ethiek intersubjectief is, niet objectief of subjectief, het wordt
gedeeld tss mensen (=intersubjectief)
1.3 basisvisie: ontwikkeling van een integraal (holistisch) mensbeeld
⇒ deze visie komt van de Hospice-beweging, waar lichaam, psyché en geest 1
geheel zijn.
- Visie = verplegen is mensen benaderen als een holistische eenheid
o Als een psychosomatisch en sociaal wezen
o Integrale zorg = rekening houden met alle dimensies van het menszijn
1
, 1.4 tussentijdse conclusie
- Ethiek = vraag naar het goede/meest wenselijke
- In de zorg is het meest wenselijke/ goede steeds gelijk aan het meest
menswaardige
- DUS goede zorg = menswaardige zorg
- Menswaardige zorg kunnen we bereiken door het toedienen van integrale
zorg op basis van het holistische mensbeeld (alle dimensies die ook elkaar
beïnvloeden)
- Nadenken over ethiek verbetert de kwaliteit van de zorg bv. is fixatie wel altijd
nodig?
1.5 tegen ontmenselijkende reducties
⇒ menswaardigheid belangrijk te houden ‘hoog in het vaandal’
- pt valt niet samen met zijn ziekte
- pt valt niet samen met zijn ouderdom bv. betuttelende woordjes
o wat is nu eigenlijk professionele communicatie: zeker al niet die
betuttelende woordjes en ‘we’-vorm
- pt blijven betrekken als mondige en waardevolle individu
- pt zijn/haar eigen ruimte gunnen bv. kloppen op de deur, vragen of je de kast
mag opendoen
- basale houding dus! = is waardigheid nl. groot zijn in kleine dingen
- aandacht hebben voor de omgeving van de pt: als het leven stopt vd pt,
stopt ook het samenleven voor de naasten
- je moet toestemming vragen en hen informeren → dit stimuleert
betrokkenheid bv. vertellen over de operatie, ingrepen
- oogcontact maken
- ethische zorg… is meer dan technische handelingen en die gebaseerd zijn
routines
- ethisch reflecteren kan leiden tot verbetering
2. het goede?
⇒ men wil graag het zien dat het wordt waargemaakt wat hij/zij belangrijk vindt
- mensen hebben een aangeboren aanvoelen ‘ethisch kompas’ dat naar het
goede wijst, het wijst naar het meest goede en menselijke en dit begint al
wanneer je gewoon met anderen praat, bezig ben. Je vraagt je dan vaak af ‘dit
kan toch niet?’
- we gaan vaak ten rade bij andere mensen, dit kan evt. tot een discussie
leiden, we gaan op zoek naar de ‘juiste weg’ en ‘het goede’.
- Ethische ervaringen in de zorg: 4 soorten
2.1 ethische ervaringen in de zorg
2.1.1 de positieve contrastervaring = een volheidservaring en krachtervaring
- reflectie is nodig! Het dieper nadenken over het hoe en waarom van een
ervaring maakt dat het ethisch geladen wordt.
- Volheids-/krachtervaring: ‘zo was het echt goed!’, ‘zo moet het altijd!’
2