BIJ GEZONDHEIDSPROBLEMEN
EVALUATIE:
Niet periode – gebonden evaluatie 10/20
Participatie 4/10
Werkstuk 4/10
Simulatie gespreksvaardigheden 2/10
Periode gebonden evaluatie 10/20
Online schriftelijk examen 10/20
Zowel voor periodegebonden als niet periodegebonden evaluatie!
1
,INHOUD
1. hoorcollege 1: introductie ............................................................................................................................... 3
1.1 De psycholoog in een veranderend zorglandschap (achtergrond) ....................................................... 3
1.1.1 Uitdagingen zorg chronische aandoeningen: .................................................................................... 4
1.1.2 Geïntegreerde chronische ziekenzorg vereist versterking eerste lijn ............................................... 5
1.1.3 Rol van de psycholoog beschreven ................................................................................................... 5
1.2 Gedragsverandering en motivatie (achtergrond) ................................................................................. 7
1.2.1 Gezondheidsgedrag ........................................................................................................................... 7
1.2.2 Trans-Theoretisch Model (Stages of Change) ................................................................................... 7
1.2.3 Health Action Proces Approach (HAPA) ............................................................................................ 8
1.2.4 Motiveren: aandachtspunten............................................................................................................ 8
1.2.5 Traditioneel medisch behandelmodel ............................................................................................... 9
1.2.6 Gezondheidspsychologisch behandelmodel? ................................................................................... 9
1.3 Motivationeel interviewen (wel kennen) ............................................................................................ 10
1.3.1 Definitie en theorie ......................................................................................................................... 10
1.3.2 Relationeel mechanisme: Motivational interviewing filosofie ........................................................ 11
1.3.3 TECHNISCH MECHANISME: Motivational interviewing kernprocessen .......................................... 11
1.3.4 Evidentie.......................................................................................................................................... 12
1.4 Praktische informatie .................................................................................................................................. 15
2. responscollege 1 ........................................................................................................................................... 16
2.1 oefeningen: .......................................................................................................................................... 16
3. Hoorcollege 2: zelfregulatie .......................................................................................................................... 17
3.1 Inleiding ............................................................................................................................................... 17
3.1.1 Illustratie casus ................................................................................................................................ 17
3.2 Intention – behavior gap ..................................................................................................................... 17
3.2.1 Doelgedrag volhouden/in stand houden ........................................................................................ 19
3.3 HAPA model ......................................................................................................................................... 20
3.3.1 Actieplanning en Copingplanning.................................................................................................... 21
3.3.2 action control – action .................................................................................................................... 22
3.3.3 barrières en hulpmiddelen (resources) ........................................................................................... 26
3.3.4 zelfdeterminatie (motivatie) ........................................................................................................... 38
4. Voorbeeldexamenvraag ................................................................................................................................ 45
4.1 Vraag 1 ........................................................................................................................................................ 45
4.2 Vraag 2 ........................................................................................................................................................ 46
2
,1. HOORCOLLEGE 1: INTRODUCTIE
1.1 DE PSYCHOLOOG IN EEN VERANDEREND ZORGLANDSCHAP (ACHTERGROND)
= sterke aanwezigheid van chronische aandoeningen heeft implicaties op onze maatschappij
= Mensen jonger dan 50j die niet goed worden opgevolgd en waarbij hun uitkering al wordt verlengd tot het
pensioen (geen oog op re-integratie) → is alarmerend!
Aanpassingsproblemen bij chronische ziekte:
*zelfconcept: zaken die ze niet meer kunnen uitvoeren, dromen niet meer kunnen uitvoeren → lat lager leggen
= accepteren van wijzigingen zorgen voor veranderingen in zelfbeeld
3
, = mensen krijgen vaak te kampen met meerdere chronische aandoeningen: comorbiditeit is enorm aan het
stijgen
= kostenplaatje voor gezondheidssysteem → Mensen jonger dan 50j die niet goed worden opgevolgd en
waarbij hun uitkering al wordt verlengd tot het pensioen (geen oog op re-integratie) → is alarmerend!
1.1.1 UITDAGINGEN ZORG CHRONISCHE AANDOENINGEN:
Medische • Vermijdbare ziekenhuisopnames
overconsumptie We laten het bij veel mensen te ver komen → zaken die met
gedragsmanagement, ondersteuning hadden kunnen worden
‘opgelost’ en niet tot ziekenhuisopnames had moeten leiden
• Diagnostiek (labo, beeldvorming): mensen hebben niet vaak
voldoende zicht op de case
• Geneesmiddelen
Medicatie: is essentieel bij veel aandoeningen, maar met een
betere opvolging van therapietrouw en inzetten op
gedragsmatige interventies kan het efficiënter worden ingezet of
zelfs vermeden worden
Gebrek aan: vaak versnipperde zorg (ene specialist voor ene
aandoening, andere specialist voor andere aandoening = geen
afstemming)
Overbelasting 2e en 3e lijn
Gebrek aan • Multiple chronische aandoeningen
integratie/coördinatie • Emotionele problematieken
• Rehabilitatie
4