HOOFDSTUK 2.1: gewrichten en spieren van de romp
1. verbindingen tussen de wervellichamen
1.1 discus intervertebralis (tussenwervelschijf)
- anulus fibrosus met nucleus pulposus
- twee tegengestelde functies:
- 1 kant: stabiliteit en bescherming van ruggenmerg
- 2 kant: mate van mobiliteit
- nucleus pulposus
- niet-samendrukbare, mobiele, geleiachtige massa
- verplaatst zich makkelijk in richting van convexiteit van buiging
- dorsoventraal en laterolateraal
- voor en achter - links en rechts
- bewegingscentrum: kogelgewricht
- functies uitgevoerd door nucleus pulposus:
- hydrofiel, wateropnemend, karakter
- niet-samendrukbaar karakter
- druk van lichaamsgewicht gelijk verdelen
- druk opgevangen door dekplaten van wervels
- !! watergehalte speelt belangrijke rol: verminderd degeneratie
discus
discus begeleidt beweging tussen wervels:
- druk volgens craniocaudale as (boven - onder)
- druk overbrengen van nucleus pulposus naar anulus fibrosus
- bij rek (tractie)
- druk neemt af
- rek neemt toe op anulus fibrosus
- bij anteflexie
- druk aan concave (ventrale) zijde nucleus pulposus neemt toe
- spanning op anulus fibrosus neemt af
- druk aan convexe (dorsale) zijde nucleus pulposus neemt af
- spanning op anulus fibrosus neemt toe
- !! nucleus verplaatst zich naar de plaats van de laagste druk (discushernia!)
- bij rotatie
- spanning op vezels die in richting van rotatie lopen neemt toe
- spanning in vezels die dwars op rotatierichting verlopen neemt af
- druk neemt toe in nucleus pulposus
- bij lateroflexie: zie redenering anteflexie
- !! discusletsels = gevolg van deze beweging
- !! bij gecombineerde beweging
- kans op schade aan discus is groter
beweeglijkheid wordt bepaald door:
- dikte van discus
, - verhouding dikte discus / hoogte wervelkolom
lateraal opstaande kammen
→ aan laterale bovenzijde corpora: vorming uncovertebrale gewrichten
lateraal naar beneden gerichte kam
→ aan voor en onderzijde corpora
verhouding dikte discus en hoogte wervelkolom
op cervicaal niveau:
- verhouding is hoogst (ongeveer ⅖)
- regio is zeer mobiel
- !! 6 bijzondere gewrichten tussen os occipitale, atlas (C1), axis (C2)
- vervangen systeem van anulus fibrosus + nucleus pulposis
op thoracaal niveau:
- verhouding ⅕
- verminderd mobiliteit van wervelzuil
in lumbale regio:
- verhouding ⅓
- maakt regio meer mobiel, maar nog steeds minder dan cervicale regio
- hier komen de meeste discus letsels voor (op L4-L5 en LS-S1)
meest mobiel: cervicaal niveau → lumbaal niveau → thoracaal niveau: minst mobiel
aantal ligamenten spelen belangrijke rol in mobiliteit van wervelzuil
- ligamenta longitudinalia: versterkingsbanden voor- en achteraan
- kortere diepe vezels: overbruggen één segment
- langere oppervlakkige vezels: lopen over heel wervelzuil
- 1) ligamentum longitudinale anterius
- over facies anterior van verschillende wervelcorpora (schedelbasis → bekken)
- achteroverbuigen dempen
- 2) ligamentum longitudinale posterius
- daalt: schedelbasis → achterzijde van wervelcorpora → canalis vertebralis
- vooroverbuigen dempen
, 2. verbindingen tussen de wervelbogen
→ klassieke gewrichten of juncturae synovales
+ laagje kraakbeen op facies articulares
+ gewrichtskapsel
→ bewegingscentra verschillen met discus: dempen beweeglijkheid van discus
variaties met het segment:
- cervicaal niveau:
- vlakjes van processus articularis superior: naar boven en achter gericht
- corresponderende vlakjes processus articularis inferior: naar voor en onder gericht
- laat schuiven van halswervels toe (ook door uncovertebrale gewrichten)
- thoracaal niveau:
- gewrichtsvlakjes op processus articularis: vormen facetgewrichtjes
- meestal vlak
- zijkant: steile oriëntatie (60°), gericht naar boven en voor (20°)
- maken deel uit van sfeer met centrum aan voorrand van onderste
dekplaat van onderliggende wervel
- lumbaal niveau:
- gelijkmatige opbouw facetgewrichtjes
- facies articularis op processus articularis superior: naar dorsaal en mediaal
- corresponderende vlakjes op processus articularis inferior: naar ventraal en lateraal
- variëren in vorm
- maken deel uit van denkbeeldige cilinder
verstevigende ligamenta interspinalia → beperken beweging:
- locatie: loopt tussen processus spinosi
- oppervlakkig ervan: ligamentum supraspinale
- ligamenta interspinalia in nek: ligamentum nuchae
- driehoekig gelegen tussen:
- crista occipitalis externa
- toppen van processus spinosi van halswervels
- vertebra prominens (C7)
- bolvormig naar protuberentia occipitalis externa (achterhoofdsbeen knobbel)
- dempt anteflexie van hoofd en hals
-
- ligamenta intertransversaria
- locatie: tussen processus transversi of hun homologen
- ligamenta interarcualia
- locatie: ter hoogte van pediculi arcus
- foramina intervertebralia (cirkel) blijft vrij
- spinale zenuwen verlaten hier wervelzuil
- beschermen het ruggenmerg
→ specialisaties ter hoogte van craniale en caudale zijde
1. verbindingen tussen de wervellichamen
1.1 discus intervertebralis (tussenwervelschijf)
- anulus fibrosus met nucleus pulposus
- twee tegengestelde functies:
- 1 kant: stabiliteit en bescherming van ruggenmerg
- 2 kant: mate van mobiliteit
- nucleus pulposus
- niet-samendrukbare, mobiele, geleiachtige massa
- verplaatst zich makkelijk in richting van convexiteit van buiging
- dorsoventraal en laterolateraal
- voor en achter - links en rechts
- bewegingscentrum: kogelgewricht
- functies uitgevoerd door nucleus pulposus:
- hydrofiel, wateropnemend, karakter
- niet-samendrukbaar karakter
- druk van lichaamsgewicht gelijk verdelen
- druk opgevangen door dekplaten van wervels
- !! watergehalte speelt belangrijke rol: verminderd degeneratie
discus
discus begeleidt beweging tussen wervels:
- druk volgens craniocaudale as (boven - onder)
- druk overbrengen van nucleus pulposus naar anulus fibrosus
- bij rek (tractie)
- druk neemt af
- rek neemt toe op anulus fibrosus
- bij anteflexie
- druk aan concave (ventrale) zijde nucleus pulposus neemt toe
- spanning op anulus fibrosus neemt af
- druk aan convexe (dorsale) zijde nucleus pulposus neemt af
- spanning op anulus fibrosus neemt toe
- !! nucleus verplaatst zich naar de plaats van de laagste druk (discushernia!)
- bij rotatie
- spanning op vezels die in richting van rotatie lopen neemt toe
- spanning in vezels die dwars op rotatierichting verlopen neemt af
- druk neemt toe in nucleus pulposus
- bij lateroflexie: zie redenering anteflexie
- !! discusletsels = gevolg van deze beweging
- !! bij gecombineerde beweging
- kans op schade aan discus is groter
beweeglijkheid wordt bepaald door:
- dikte van discus
, - verhouding dikte discus / hoogte wervelkolom
lateraal opstaande kammen
→ aan laterale bovenzijde corpora: vorming uncovertebrale gewrichten
lateraal naar beneden gerichte kam
→ aan voor en onderzijde corpora
verhouding dikte discus en hoogte wervelkolom
op cervicaal niveau:
- verhouding is hoogst (ongeveer ⅖)
- regio is zeer mobiel
- !! 6 bijzondere gewrichten tussen os occipitale, atlas (C1), axis (C2)
- vervangen systeem van anulus fibrosus + nucleus pulposis
op thoracaal niveau:
- verhouding ⅕
- verminderd mobiliteit van wervelzuil
in lumbale regio:
- verhouding ⅓
- maakt regio meer mobiel, maar nog steeds minder dan cervicale regio
- hier komen de meeste discus letsels voor (op L4-L5 en LS-S1)
meest mobiel: cervicaal niveau → lumbaal niveau → thoracaal niveau: minst mobiel
aantal ligamenten spelen belangrijke rol in mobiliteit van wervelzuil
- ligamenta longitudinalia: versterkingsbanden voor- en achteraan
- kortere diepe vezels: overbruggen één segment
- langere oppervlakkige vezels: lopen over heel wervelzuil
- 1) ligamentum longitudinale anterius
- over facies anterior van verschillende wervelcorpora (schedelbasis → bekken)
- achteroverbuigen dempen
- 2) ligamentum longitudinale posterius
- daalt: schedelbasis → achterzijde van wervelcorpora → canalis vertebralis
- vooroverbuigen dempen
, 2. verbindingen tussen de wervelbogen
→ klassieke gewrichten of juncturae synovales
+ laagje kraakbeen op facies articulares
+ gewrichtskapsel
→ bewegingscentra verschillen met discus: dempen beweeglijkheid van discus
variaties met het segment:
- cervicaal niveau:
- vlakjes van processus articularis superior: naar boven en achter gericht
- corresponderende vlakjes processus articularis inferior: naar voor en onder gericht
- laat schuiven van halswervels toe (ook door uncovertebrale gewrichten)
- thoracaal niveau:
- gewrichtsvlakjes op processus articularis: vormen facetgewrichtjes
- meestal vlak
- zijkant: steile oriëntatie (60°), gericht naar boven en voor (20°)
- maken deel uit van sfeer met centrum aan voorrand van onderste
dekplaat van onderliggende wervel
- lumbaal niveau:
- gelijkmatige opbouw facetgewrichtjes
- facies articularis op processus articularis superior: naar dorsaal en mediaal
- corresponderende vlakjes op processus articularis inferior: naar ventraal en lateraal
- variëren in vorm
- maken deel uit van denkbeeldige cilinder
verstevigende ligamenta interspinalia → beperken beweging:
- locatie: loopt tussen processus spinosi
- oppervlakkig ervan: ligamentum supraspinale
- ligamenta interspinalia in nek: ligamentum nuchae
- driehoekig gelegen tussen:
- crista occipitalis externa
- toppen van processus spinosi van halswervels
- vertebra prominens (C7)
- bolvormig naar protuberentia occipitalis externa (achterhoofdsbeen knobbel)
- dempt anteflexie van hoofd en hals
-
- ligamenta intertransversaria
- locatie: tussen processus transversi of hun homologen
- ligamenta interarcualia
- locatie: ter hoogte van pediculi arcus
- foramina intervertebralia (cirkel) blijft vrij
- spinale zenuwen verlaten hier wervelzuil
- beschermen het ruggenmerg
→ specialisaties ter hoogte van craniale en caudale zijde