Samenvatting hoofdstuk 8: Rationalisme, empirisme en de
wetenschappelijke revolutie
“Kennis is macht” – Francis Bacon
“Ik denk, dus ik ben” – Descartes
“Wat wij toeval noemen, is het toevluchtsoord der onwetendheid” – Spinoza
“De geest is een onbeschreven blad” – Locke
“Niet de rede is de geest in het leven, maar de gewoonte” – Hume
Situering
Nieuwe wetenschap en nieuwe modellen
Descartes: nieuw fundament van zekerheid: het twijfelende/denkende IK (stelt belang
overgeleverde kennis in vraag)
Nieuwe wetenschap: (door instrumenten en experimenten)
Copernicus: heliocentrisme
Galileo Galilei: bewijst m.b.v. telescoop dat Copernicus gelijk had + toonde aan dat
hemellichamen niet perfect zijn -> ideeën haaks op bijbel en kerk: moest ze intrekken
Newton: afsplitsing van fysica uit filosofie + beschreef de zwaartekracht en de drie
wetten van de mechanica
Mechanistisch wereldbeeld = Newtoniaanse wereldbeeld
Wereld als mechanisch systeem, bestuurd door eeuwige natuurwetten die in
wiskundige formules gegoten konden worden
God als horlogemaker: wereld geschapen en daarna geen gemoei meer
Francis Bacon: “kennis is macht”
Vader wetenschappelijke methode (experimenten -> algemene uitspraken over
natuurverschijnselen)
Mens is meester van de natuur via zijn kennis (breekt fatalisme)
Vraag naar waarheid/zekerheid/fundering van kennis -> belangrijkste vraag
Rationalisme vs empirisme
Rationalisme Empirisme
1. Zekere kennis vertrekt 1. Zekere kennis vertrekt vanuit zintuiglijke
ervaring (empirie)
vanuit het denken (ratio)
2. aangeboren concepten 2. mens bij geboorte een blanco blad
en kennis
3. deze aangeboren 3. alle kennis berust op zintuiglijke ervaring
concepten zijn essentieel om de rest te
begrijpen
4. Continentaal: Descartes, 4. Angelsaksisch: Locke, (Berkeley), Hume
Spinoza, (Leibniz)
Kant brengt beide samen
, René Descartes
Leven
Fransman, 1596-1650
Jezuïetencollege -> scholastiek + diende in het leger
Ontwierp analytische meetkunde
Wil brug slaan tussen wetenschap en religie (invloed van Galilei)
2 belangrijke punten van Descartes:
1) Nieuw fundament voor filosofie (gelovig en geloof in wetenschap)
2) Grondlegger dualisme
Descartes’ methodische twijfel..
Methodische twijfel: stel alles in vraag, twijfel aan alle zogenaamde zekerheden
1. Wereld en onze zintuigen? -> Zintuigen bedriegen ons.
2. Gedachten en de wiskunde? -> Een “kwaadaardige geest” kan ons bedriegen.
3. Ons lichaam? -> We kunnen dromen dat we wakker zijn, maar in feite slapen we.
.. leidt tot de zekerheid “ik denk dus ik ben”
1 ding is zeker: dat ik twijfel en dus denk: “je pense donc je suis”
We zijn van niks zeker, buiten van dat we bestaan
Zijn =fundament van zijn theorie
Denken en kennen vallen samen
Elk van ons heeft – individueel – via zijn eigen denken de mogelijkheid om tot zekere
kennis te komen
Bestaat God?
Gedachte aan God als volmaakt wezen
Volmaaktheid houdt ‘bestaan’ in
Daarom moet God, die volmaakt is, bestaan
DUS omdat God geen bedrieger is -> is onze beleving dat er ‘daar buiten’ een wereld is
correct
Cartesiaans dualisme
Mens bestaat uit twee substanties: “mensen zijn denkende dingen”
1. geest: datgene wat ‘kent’ (denkende substantie)
2. materie (lichaam): het uitgebreide ding (uitgebreide substantie)
(Vergelijk met “kapitein op een schip” of met een homunculus (een klein ventje in ons hoofd die alles
stuurt)
wetenschappelijke revolutie
“Kennis is macht” – Francis Bacon
“Ik denk, dus ik ben” – Descartes
“Wat wij toeval noemen, is het toevluchtsoord der onwetendheid” – Spinoza
“De geest is een onbeschreven blad” – Locke
“Niet de rede is de geest in het leven, maar de gewoonte” – Hume
Situering
Nieuwe wetenschap en nieuwe modellen
Descartes: nieuw fundament van zekerheid: het twijfelende/denkende IK (stelt belang
overgeleverde kennis in vraag)
Nieuwe wetenschap: (door instrumenten en experimenten)
Copernicus: heliocentrisme
Galileo Galilei: bewijst m.b.v. telescoop dat Copernicus gelijk had + toonde aan dat
hemellichamen niet perfect zijn -> ideeën haaks op bijbel en kerk: moest ze intrekken
Newton: afsplitsing van fysica uit filosofie + beschreef de zwaartekracht en de drie
wetten van de mechanica
Mechanistisch wereldbeeld = Newtoniaanse wereldbeeld
Wereld als mechanisch systeem, bestuurd door eeuwige natuurwetten die in
wiskundige formules gegoten konden worden
God als horlogemaker: wereld geschapen en daarna geen gemoei meer
Francis Bacon: “kennis is macht”
Vader wetenschappelijke methode (experimenten -> algemene uitspraken over
natuurverschijnselen)
Mens is meester van de natuur via zijn kennis (breekt fatalisme)
Vraag naar waarheid/zekerheid/fundering van kennis -> belangrijkste vraag
Rationalisme vs empirisme
Rationalisme Empirisme
1. Zekere kennis vertrekt 1. Zekere kennis vertrekt vanuit zintuiglijke
ervaring (empirie)
vanuit het denken (ratio)
2. aangeboren concepten 2. mens bij geboorte een blanco blad
en kennis
3. deze aangeboren 3. alle kennis berust op zintuiglijke ervaring
concepten zijn essentieel om de rest te
begrijpen
4. Continentaal: Descartes, 4. Angelsaksisch: Locke, (Berkeley), Hume
Spinoza, (Leibniz)
Kant brengt beide samen
, René Descartes
Leven
Fransman, 1596-1650
Jezuïetencollege -> scholastiek + diende in het leger
Ontwierp analytische meetkunde
Wil brug slaan tussen wetenschap en religie (invloed van Galilei)
2 belangrijke punten van Descartes:
1) Nieuw fundament voor filosofie (gelovig en geloof in wetenschap)
2) Grondlegger dualisme
Descartes’ methodische twijfel..
Methodische twijfel: stel alles in vraag, twijfel aan alle zogenaamde zekerheden
1. Wereld en onze zintuigen? -> Zintuigen bedriegen ons.
2. Gedachten en de wiskunde? -> Een “kwaadaardige geest” kan ons bedriegen.
3. Ons lichaam? -> We kunnen dromen dat we wakker zijn, maar in feite slapen we.
.. leidt tot de zekerheid “ik denk dus ik ben”
1 ding is zeker: dat ik twijfel en dus denk: “je pense donc je suis”
We zijn van niks zeker, buiten van dat we bestaan
Zijn =fundament van zijn theorie
Denken en kennen vallen samen
Elk van ons heeft – individueel – via zijn eigen denken de mogelijkheid om tot zekere
kennis te komen
Bestaat God?
Gedachte aan God als volmaakt wezen
Volmaaktheid houdt ‘bestaan’ in
Daarom moet God, die volmaakt is, bestaan
DUS omdat God geen bedrieger is -> is onze beleving dat er ‘daar buiten’ een wereld is
correct
Cartesiaans dualisme
Mens bestaat uit twee substanties: “mensen zijn denkende dingen”
1. geest: datgene wat ‘kent’ (denkende substantie)
2. materie (lichaam): het uitgebreide ding (uitgebreide substantie)
(Vergelijk met “kapitein op een schip” of met een homunculus (een klein ventje in ons hoofd die alles
stuurt)